Smetteloos

Als reactie op de ernst van abstracte kunst maakte Ger van Elk La Pièce. Perfect wit, geschilderd op het natte dek van een schip ten zuiden van IJsland.

Medium fuchs1

De spaarzame reliëfs van Ad Dekkers waren wit omdat daarmee, vond de kunstenaar, de articulatie van hun vormgeving er zuiver uitzag – niet verstoord door wonderlijke effecten van kleuren in hun samengaan. Langs de randen van de verschillende lagen die het reliëf van het werk vormden (ongeveer een halve centimeter hoog), worden die getekend door discrete lijnen die uit schaduw bestaan – zie Vierkant met sector bijvoorbeeld. Omdat Dekkers die randen nooit heel scherp maakte, zijn die lijnen van schaduw eerder zacht dan hard van karakter. In andere werken zien we dunne rechte lijnen in het oppervlak gefreesd. Die zijn dan bijna zwart, hoewel door die lijnen meer of minder diep te maken er variatie is in hun zwartheid. De schaduwlijnen langs de randen zijn eerder grijs. Ondertussen is het wit van de vlakken doorgaans bleek-romig van glans.

Medium fuchs2

Een enkele keer heeft Dekkers ook werken gemaakt van zilvergrijs, geanodiseerd aluminium waarin de lijnen ontstonden door het vlak licht te knakken. De twee helften van het glanzende vlak vingen daardoor een verschillend licht. Zulke effecten van licht op monochrome kleur (ook kleurloos en ijl) herinneren ons eraan dat in Dekkers’ kunst, behalve de abstracte en zeer beschouwelijke vormgeving, vooral de fluwelen reflecties van licht (en de wisselingen daarvan) van wezenlijk belang waren. Licht onthult de vormgeving die dan weer de bewegingen van het licht stuurt.

Waar er zulke ernst is, duikt er onvermijdelijk ook ironie op

In die tijd, zo rondom 1970, waren kunstenaars opnieuw met zulke dingen bezig. De abstracte kunst had het vormgeven fundamenteel en onomkeerbaar veranderd. In het kort: voorheen was een verticale lijn een boom of een toren. De boom had ook zijwaartse takken, dus daar was ook een kruising van verticaal en horizontaal. In abstracte vormgeving is een lijn een lijn, en volkomen vrij te bewegen zoals ze zelf wil. Ik bedoel: er is geen reden voor die lijn om zich nog als boom voor te doen. Ook niet om zwierig te worden als een bloem of een wolk. Zo los van realistische figuratie betekent abstractie voor de kunst een nieuwe grenzeloze rijkdom. Daar ging een kunstenaar als Ad Dekkers heel behoedzaam mee om. Dat gaf zijn werk die mooie ernst.

Waar er zulke ernst is, duikt er onvermijdelijk ook ironie op. Naast de tragedie is er ook de komedie waarvan de intenties trouwens niet minder ernstig zijn. Aan die kant van de ironie is in 1971 het werk van Ger van Elk ontstaan, La Pièce, dat een dubbelzinnige reflectie is op het soort ernst waarmee Ad Dekkers en anderen het hadden over de zuiverheid van hun beheerste abstracte vormgeving. Eigenlijk heeft Van Elk die geïmiteerd. Toen in die jaren het abstracte monochrome wit zo prominent werd (kleur en kleurloos tegelijk) besloot hij de beweringen daaromtrent op de spits te drijven. Hij zou een klein handzaam blokje hout, zo groot als een gemiddelde pocket, perfect wit gaan schilderen: egaal, strak, zonder enigerlei spoor van handschrift, in het helderste koele wit dat er bestond – een immaculaat en ontroerend kleinood. Om dat wit echt zuiver te krijgen moest het blokje beschilderd worden in een smetvrije omgeving zonder fijnstof in de lucht die het wit zou kunnen bezoedelen. Dat had gekund in de steriele omgeving van een laboratorium. Maar Van Elk is theatraal van karakter en verkoos het werk uit te voeren op het natte dek van een schip in de zuivere lucht van de Atlantische Oceaan ergens ten zuiden, heb ik ooit begrepen, van IJsland. Op het stukje film dat er van het schilderen is gemaakt ziet de zee er wijd en winderig uit, dus fris.

Medium fuchs3

Ten grondslag aan het ironische werk ligt een conceptuele gedachte over het smetteloze wit. De dubbelzinnigheid van La Pièce is dat het ding waarachtig geschilderd is. In alle opzichten is het dus een werk van schilderkunst. Dat het klein en precieus is, doet er niet toe. Om dan de zuiverheid van het tere wit tegen stof en beschadiging te beschermen, wordt het schilderwerk liggend op een zacht wijnrood kussentje in een vitrine gepresenteerd – als een schaal van porselein of iets anders kwetsbaars van kunstnijverheid. Het ding is zeldzaam en bijzonder. De titel is net zo wonderlijk. Toen vanaf midden jaren zestig in de conceptuele kunst dingen gemaakt werden waarvan het onduidelijk was wat ze nu waren, kwam uit Amerika het woord piece overwaaien. ‘Wat heb je een goed piece ontwikkeld.’ Ik hoor het nog zeggen. Maar de taal van de kunst was vele decennia het Frans geweest. La Pièce dus – ook daar stak Van Elk met grote ernst de draak mee.


Beeld 1 & 2: Kroeller Mueller Museum
Beeld 3: Stedelijk Museum Amsterdam