DANS Déjà vu

Smeulende erotiek

Nederlands Dans Theater 2 (of NDT2) is de kweekvijver van het Nederlands Dans Theater waarin jonge dansers tussen de 17 en 23 jaar worden klaargestoomd voor een carrière bij het grote gezelschap. Door de jaren heen is het groepje uitgegroeid tot een professioneel gezelschap met een danserstableau dat zowel publiek als choreografen doet likkebaarden. Nergens ter wereld vind je zoveel uitzonderlijk jong danstalent samen op het podium.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat NDT2 voor het nieuwe programma Déjà vu een rij choreografen uit de hoge hoed kan trekken waar ieder ander dansgezelschap jaloers op kan zijn. Zwaargewichten Hans van Manen en Ohad Naharin vertegenwoordigen de absolute internationale top, Nederlands Danstheaters huischoreografenduo Paul Lightfoot en Sol León (kortweg Lightfoot León) zijn hard op weg zich bij deze top aan te sluiten, en nieuwkomer Luca Timulak voorziet bovengenoemde line-up van vers bloed. Een waar dream team, moeten ze bij het Nederlands Dans Theater hebben gedacht.
Het is daarom verbazend dat de optelsom van zoveel dans- en choreografietalent niet leidt tot een overrompelende voorstelling. Zo is het eerste deel van Déjà vu, het luchtige Offspring van Luca Timulak, op zich een vermakelijke choreografie. Maar ook al golven de dansers hun torso’s nog zo ritmisch op de vrolijk kabbelende salonmuziek van Antonio Bazzini en wisselen rustige, geaarde bewegingen nog zo snel af met energieke, grillige sprongen en flitsende pirouetjes, na een tijdje ga je je toch afvragen of er niet meer uit deze groep dansers te halen valt dan soepele solo’s en vlotte duetjes.
Tijdens Hans van Manens Déjà vu (1995) speelt het tegenovergestelde probleem. Hier zit veel meer in dan deze jonge dansers eruit kunnen halen. Déjà vu is een even sober als beladen duet dat valt of staat met de ingehouden woede en onderhuids smeulende erotiek die de dansers in de uitvoering weten te leggen. Hoewel Jin Young Won en Roger Van der Poel respect afdwingen met hun gebeeldhouwde lijnen en heldere muzikaliteit missen ze de gerijptheid die nodig is om Déjà vu meer te laten zijn dan een nogal brave aaneenschakeling van mooi uitgevoerde pasjes. In dat opzicht is Passomezzo (1989) van Ohad Naharin een slimmere keuze voor het gezelschap. Ook dit is een sober duet, maar een stuk luchtiger en minder beladen dan het werk van Van Manen. Vania Vaz en Menghan Lou kunnen dan ook een overtuigender uitvoering laten zien.
Maar, dream team of niet, drie choreografieën later blijkt Déjà vu weinig meer dan een uiterst virtuoos gedanste, doch weinig verrassende voorstelling, ware het niet dat de avond magistraal eindigt met Passe-Partout, de nieuwe choreografie van Lightfoot León. Passe-Partout is een meeslepend theatraal stuk waarin meesterlijk gebruik wordt gemaakt van zowel de technische als de dramatische capaciteiten van de dansers van NDT2.
Vanaf het puntje van je stoel word je in een beklemmende, surrealistische nachtmerrie gezogen waarin donkere muren dreigend naar beneden komen en de noodkreten van de getergde dansers worden gesmoord in de dwingend repetitieve muziek van Philip Glass. Vol overgave proberen de dansers zich uit deze wereld los te dansen. Hun onnavolgbare virtuositeit is hier geen doel maar een middel om een verhaal te vertellen. En dan is dans zó spannend!

Déjà vu, gezien op zondag 15 maart in de Stadsschouwburg Amsterdam