Sneakers en vingertoppen

Wat als onttovering niet, zoals de Duitse socioloog Max Weber het formuleerde, een conditie van de moderniteit is, maar van volwassenheid? Voor kinderen is de wereld in elk geval magisch genoeg: dieren kunnen praten, als je geluk hebt word je een superheld, en als je een week lang niet op de spleten tussen de stoeptegels trapt krijg je geen huiswerk mee in de grote vakantie.

Stephen Kelman, Pigeon English, € 19,50 (origineel)

Stephen Kelman, Pigeon English, € 13,75 (origineel, e-book)

Stephen Kelman, Pigeon English, € 18,90 (vertaling)

Stephen Kelman, Pigeon English, € 15,95 (vertaling, e-book)

Harrison Opuku, de elfjarige verteller in Stephen Kelmans debuutroman Pigeon English, is met zijn moeder en oudere zus Lydia van Ghana naar Londen verhuisd. Ze wonen in Dell Farm, een complex met torenflats in een Londense probleemwijk. De kranen en schakelaren doen het: Harri test ze allemaal, want dat is zijn taak zolang zijn vader nog in Ghana zit en hij de man des huizes is. Pigeon English bestrijkt vijf maanden van Harri’s leven: hij gaat naar school, maakt vrienden en vijanden, raakt zijdelings betrokken bij de jeugdbendes die speeltuinen in de fik steken en het nabijgelegen winkelcentrum leegroven. Wanneer een oudere jongen uit de buurt omkomt bij een steekpartij besluit Harri om samen met zijn beste vriendje de dader op te sporen – van de televisieserie CSI weten ze hoe dat moet.

Harri is een verteller zoals we die de laatste jaren wel vaker tegenkomen, bijvoorbeeld in The Curious Incident of the Dog in the Night-Time van Mark Haddon, Black Swan Green van David Mitchell en Extremely Loud and Incredibly Close van Jonathan Safran Foer: een jongetje op de rand van kindertijd en adolescentie, wiens wereld voornamelijk uit hindernisbanen en avonturen bestaat, maar voor wie de ontnuchterende ervaringen van het ouder worden niet ver weg meer zijn. Waarom is het zo veel lastiger om een roman te bedenken die door een tien- of twaalfjarig meisje wordt verteld? Hoe dan ook, Harri is onbevangen, energiek, enthousiast – en zonder zelfmedelijden of kritische reflectie schetst hij de parameters van zijn sociale milieu. ‘If you buy a pirate DVD the money goes to Osama Bin Laden. We learned it at school’, zegt hij wanneer zijn vriend Terry Takeaway hem iets wil verkopen. Zijn belangrijkste taak als man des huizes is het beschermen van zijn moeder en zusje tegen ‘indringers’; het populairste schoolpleinspel heet suicide bombers. Google en YouTube zijn belangrijke informatiebronnen; Harri’s ‘favoriete geweer’ is, hartverwarmend, een super soaker.

De kinderblik is een filter dat hoofd- en bijzaken op idiosyncratische wijze van elkaar scheidt – voor Harri is de rangorde van sneakermerken bijvoorbeeld net zo belangrijk als het feit dat zijn tante haar vingertoppen verbrandt zodat ze niet geïdentificeerd kan worden. Hierdoor ontvouwt het verhaal in Pigeon English zich langzaam, bijna ongemerkt; en omdat de wereld voor Harri nog niet onttoverd is, duurt het vrij lang voor je als lezer door hebt hoe ernstig het met zijn detectivepraktijken zou kunnen aflopen. Sowieso zit het leesplezier ’m niet zozeer in de plot; de sterkste passages in Pigeon English zijn die waarin je, net als Harri, de magische potentie van zijn grauwe werkelijkheid kunt zien. Harri houdt ervan te plassen wanneer de wc net gepoetst is; de bubbels die dan ontstaan geven hem het gevoel als God boven de wolken te zweven. De vuilstortkoker in de flat is als de mond van een vulkaan waar je offers in kunt gooien om de goden gerust te stellen; de beveiligingscamera’s die overal in de stad hangen zijn een manier voor God om ‘niets te hoeven missen’. Ook knap is de consistentie waarmee Kelman Harri’s taal heeft vormgegeven: in zijn mengeling van Londense en Ghanese slang betekent hutious ‘eng’ en staat Asweh voor I swear; als iets heel lang duurt, dan duurt het donkey-hours.

Pigeon English is genomineerd voor de Man Booker Prize – in een interview vertelde Kelman gemotiveerd te zijn door het negatieve beeld dat ‘de Engelse media’ van probleemwijken in Londen schetsen. Kelman komt zelf uit zo’n buurt; met zijn roman wilde hij ‘ook de positieve aspecten’ van het leven aldaar laten zien, begrip kweken. Dat is een nobel streven – hoewel niet per se de taak van een romanschrijver – dat in Pigeon English helaas soms doorslaat naar een belerende en moraliserende boventoon. Wat het er niet beter op maakt is de duif waar Harri bevriend mee raakt (‘ik wil gewoon iets dat ik eten kan geven en waar ik truukjes aan kan leren’). Zo nu en dan komt die duif aan het woord – eloquent, alwetend en strontchagrijnig – en herinnert de mensheid eraan dat ze de aarde moeten delen met andere wezens, en dat ze duiven niet moeten vergiftigen. Die pedante monologen zijn gelukkig kort en zeldzaam – maar ze hebben het effect van een kanonskogel die dwars door een panorama heen knalt, je er bruut aan herinnerend dat de wereld waarin je net verdwenen was, toch niet echt is – en misschien zelfs een sociale agenda heeft. De betovering is verbroken: ik ben weer volwassen, en alle magie is weg.

STEPHEN KELMAN

PIGEON ENGLISH

Bloomsbury, 288 blz., € 19,50 De Nederlandse vertaling is verschenen bij De Bezige Bij