Groen

Sneeuw

Ik was in de Tiergarten in Schönbrunn en daar was het fijn, omdat er veel dieren waren die ik in Artis niet zien kan. Die dierentuin was ooit de menagerie van het keizerlijk hof, nu met grote hekken afgescheiden van het park. Het had flink gesneeuwd in Wenen, op de dag dat ik er was, smolt de sneeuw weg en bleek mijn linkerschoen lek. Er was bijna niemand.
Ik zag er: het rendier, de Japanse bosgems (genoeglijk herkauwend), koala (diep in slaap), bizon (peinzend, onbeweeglijk), slangenarend en baardgier, suikereekhoorn, brilbeer (klom net in een boom), kuif- en koningspinguïn (maakten elkaar niet af, terwijl ze in hetzelfde verblijf zaten), Afrikaanse olifant (inderdaad: veel grotere oren dan de Indische exemplaren), elandantilope (massief), bidsprinkhaan, grote panda (bleef halsstarrig met zijn rug naar me toe zitten, vrat van een staak bamboe; onwerkelijk, als het tot leven gekomen logo van het WWF), Indische vleerhond (hingen als puntzakken Engelse drop aan het dak van de tropische plantenkas) en ijsbeer (vier stuks maar liefst, ze waren blij met de sneeuw en de grote ijsschotsen in hun verblijf).
Bij twee diersoorten dacht ik: daar komt, als ik het op ga schrijven, ‘in de sneeuw’ achter. Je stelt je Indische neushoorns en jachtluipaarden immers voor in warme streken. De neushoorns wilden dolgraag naar binnen, maar de deur ging niet open, waarna ze mistroostig maar weer een koudpotig rondje gingen lopen. Nooit eerder zag ik een jachtluipaard min of meer in het echt en in Wenen zitten ze deels achter glas. Dat betekent dat je oog in oog met ze kunt komen. Dat gebeurde. Het jachtluipaard heeft een opvallend kleine kop, met daarin enorme ogen. Die staarden recht in de mijne en voor ik weg móest kijken, zag ik enorme vermoeidheid, altijd maar keihard jakkeren en zo vaak toch de prooi mislopen, kale struiken zag ik ook, die geen schaduw geven, uitgestrekte, okergele vlaktes; ik rook een kleine gnoe (bitter gras), maar vooral toch zag ik in die onpeilbare diepe ogen de totale uitputting, en ik weet niet of ik uit medelijden wegkijken moest of van angst.