SANDRO VERONESI, XY

Sneeuw en bloed in een gehucht

Sandro Veronesi, XY, Vertaald door Rob Gerritsen, € 19,95

Sandro Veronesi, XY, € 28,40

Een dorp, hoog in de bergen, dat verschrompeld is tot gehucht. Slechts 74 huizen, waarvan meer dan de helft verlaten, een bar, een kruidenier en een kerkje. Geen krantenkiosk, geen kapper, geen basisschool en zelfs geen tv- of mobiele telefoonverbinding – een hoge bergtop blokkeert elk signaal. Een plek kortom die nauwelijks bestaat, ver weg van de moderne beschaving. En juist daar vindt een verbijsterende misdaad plaats: alle toeristen die op die ene winterdag een tochtje met de arrenslee van Beppe Formento maakten, werden in een klap vermoord, net als Beppe zelf, en een van de twee paarden. Het andere paard kwam alleen het gehucht in rennen, met een doodsbenauwde gezichtsuitdrukking. De mannen die de slede gingen zoeken, troffen in het bos de verminkte lichamen, al door een laag sneeuw bedekt. En ze zagen de bevroren boom, gewoonlijk hoogtepunt van het sleetochtje, maar nu was de mantel van ijs doordrenkt van bloed, alsof Beppe bij het bevriezen kersensiroop in het sneeuwkanon had gedaan.

Sneeuw, bloed, een van God verlaten oord, moorden – de nieuwe roman XY van Sandro Veronesi opent als een thriller. Wie heeft het bloedbad aangericht? En waarom? Al snel blijkt dat het Veronesi daar niet om te doen is. De gruweldaad is te verbijsterend om antwoord op het wie en waarom te krijgen. De elf doden zijn allemaal op hetzelfde tijdstip omgekomen, en allemaal op een andere manier: de een is onthoofd, de ander in een broodkorst gestikt; iemand is gestorven aan een koolmonoxidevergiftiging en nog weer een ander bezweek aan een haaienbeet. En om het raadsel nog groter te maken is elders een oud litteken van een jonge vrouw, precies op het moment van de slachtpartij, na vijftien jaar spontaan weer gaan bloeden.

Een thriller is XY niet, en ook een aantal andere genres die Veronesi lijkt in te zetten worden afgebroken. Omdat de autoriteiten een eenduidige verklaring voor het bloedbad willen, halen ze tamelijk idiote capriolen uit. De officier van justitie onderwerpt het ontsnapte paard aan een dagenlang verhoor. Uiteindelijk kiest justitie voor een duidelijke toedracht: de slachting moet dan maar een terroristische actie zijn, door al-Qaeda – en dus worden alle lijken in het geheim onthoofd. Maar een wrange comedy of errors is de roman ook niet; de absurde manieren om de werkelijkheid te sturen zijn er alleen in het begin van het boek.
Even lijkt de roman vooral de geschiedenis van een afgesloten gemeenschap die door van een gruweldaad, en misschien meer nog door de komst van journalisten, camera’s en satellietwagens ontwricht raakt. Daar manifesteert zich de Veronesi zoals de lezers van zijn In de ban van mijn vader en Kalme chaos hem kennen: de laconieke realist, die met een paar streken van passanten echte personages weet te maken, die het gewone vreemd en het vreemde gewoon kan laten zijn. Niemand in het gehucht kan tv kijken en toch vecht men om zich te laten interviewen voor het journaal; de kruidenierszaak, voor de gelegenheid omgetoverd tot eenvoudig eethuis, draait topomzet. Maar al snel blijkt dat Veronesi niet echt is geïnteresseerd in de dorpsbewoners die hij opvoert – hij wil iets diepers.

Zijn prachtige roman Kalme chaos ging over niet geringe zaken als geliefden verliezen aan en redden van de dood, rouw, de verantwoordelijkheid voor het geluk van een kind, reorganisaties op het werk – de hoofdpersoon krijgt kortom te maken met nogal wat existentiële crises tegelijk. Het is alsof Veronesi met XY nog essentiëlere kost wil aansnijden: goed en kwaad, waarheid en leugen, geloof en wetenschap. Maar waar Kalme chaos ondanks de zware thematiek een lichtvoetig boek is dat meer toont dan uitlegt, daar is XY meer traktaat dan roman.

Het begint al met de schematische vorm: het verhaal over de gruweldaad en de dorpsgemeenschap wordt afwisselend verteld vanuit het perspectief van de dorpspriester en een jonge vrouwelijke psychiater, dat wil zeggen vanuit het perspectief van het geloof versus de wetenschap. En naarmate de roman vordert, gaat het steeds minder om gebeurtenissen en steeds meer om duiding. De media, de ‘Grote Wereld’ – voor buitenstaanders is de afschuwelijke gebeurtenis gestold in ‘het bloedbad van San Giuda’, is alles teruggebracht tot een gigantische misdaadfilm. De priester en de psychiater kunnen dat niet, de zaak zo simpel tot iets terugbrengen. Zij zien in dat zij, het dorp, met een mysterie zijn geconfronteerd, een mysterie dat niet verklaard of begrepen kan worden, maar waar je wel een uitweg uit moet zien te vinden. Natuurlijk leidt dat bij de priester tot een geloofscrisis en bij de psychiater tot de vraag wat de psychoanalyse vermag. De priester moet aanvaarden dat hier allicht niet Satan aan het werk is geweest: ‘Als er nu eens sprake was geweest van de wil van God? Van een furieuze wraakoefening, van een door hem gezonden straf?’ De psychiater komt tot het inzicht dat in de moord in het bos ‘de bel is geknapt die alle angsten van de wereld bevatte’. Al die doodsoorzaken, van de koolmonoxide van de kapotte kachel tot de broodkorst, van kanker tot een overdosis, verbeelden onze ergste nachtmerrie.

Veronesi wil het mysterie niet verklaren, maar daar heeft hij wel heel veel woorden voor nodig. En heel veel symbolen. Dat godvergeten gehucht, de ascetische priester, de sneeuw en het bloed – het zijn allemaal archaïsche beelden voor de gemeenschap, reinheid en het kwaad. En tegelijk moet het dorp voor de global village staan waarin wij leven, vandaar de beschrijving van de belegering door de media. Maar helaas weet Veronisi niet te overtuigen: dat dorp wordt niet universeel, het bloedbad niet het kwaad waarmee je je als lezer ook moet verstaan.