INTERVIEW MET RAJENDRA K. PACHAURI  

‘Snelheid is niet relevant’

Rajendra Pachauri van het Intergovernmental Panel on Climate Change won in 2007 met Al Gore de Nobelprijs voor de vrede. ‘Minder vlees eten is goed voor de planeet.’

RAJENDRA K. PACHAURI (1940) doet met zijn lange haren, baard en grote, donkere ogen wat denken aan Osama bin Laden. De gelijkenis met de man op wie de Amerikanen in de bergen van Afghanistan jacht maakten, was vermoedelijk een van de redenen waarom hij bij een van zijn bezoeken aan de Verenigde Staten anderhalf uur werd opgehouden door de immigratiedienst. De vriendelijke man die al die tijd op hem in de luchthavenhal had staan wachten bracht Pachauri naar een draaiende limousine. ‘Toen ik vroeg waarom hij de auto al die tijd met de airconditioning aan had laten draaien, antwoordde de chauffeur dat hij me een aangename rit wilde bezorgen’, vertelt Pachauri. ‘Maar ik voelde me tijdens de rit allesbehalve op mijn gemak.’
De voorzitter van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) vertelt de anekdote omdat hij gelooft dat we door onze levensstijl de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk kunnen beperken. Een van de meest effectieve manieren is minder vlees eten, heeft Pachauri zich al een paar keer eerder laten ontvallen. De Belgische organisatie EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) nodigde de Indiër uit om dat in Gent eens te komen uitleggen. Omdat hij meent dat verandering vaak bij jonge mensen begint – de soldaten van Moeder Aarde, dixit Pachauri – ging hij prompt op de uitnodiging in. Aan de vooravond van de viering van twintig jaar IPCC in Genève wijdt hij voor een vol universiteitsauditorium voor de eerste keer een lezing aan ‘Less meat, less heat’.
Rajendra Pachauri: ‘Minder vlees eten is niet alleen beter voor de individuele gezondheid maar ook voor het welzijn van onze planeet. De veeteelt is wereldwijd verantwoordelijk voor maar liefst achttien procent van de totale uitstoot van broeikasgassen en dat is meer dan het aandeel van het totale wegtransport. De productie van veevoer legt bovendien een enorm beslag op landbouwgrond en op schaars water, en veeteelt is de voornaamste reden voor ontbossing. De consumptie van vlees is de laatste vijftig jaar enorm toegenomen. We eten zes keer meer vlees dan in 1960 en naarmate het inkomen stijgt in China zal ook daar de vleesconsumptie onrustbarend toenemen.’
Pachauri eist niet dat we op slag allemaal vegetariërs worden, maar een dag geen vlees eten kan volgens hem al een groot verschil maken. Hij rekent voor dat bij de productie van één biefstuk evenveel broeikasgassen vrijkomen als bij een autorit van 45 kilometer.
Bent u al lang vegetariër?
‘Sinds een achttal jaren eet ik geen vlees meer, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik geen strikte vegetariër ben. Af en toe eet ik vis, ook omdat ik het mijn gastheer niet te moeilijk wil maken. Maar ik ben van plan om dat in de nabije toekomst te laten. Vlees heb ik nooit veel gegeten, ik hou eigenlijk niet van vlees. Ik voel me lichamelijk ook veel beter met groenten.’
Kun je mensen een andere levenswijze opleggen?
‘Nee. In een democratie moet het van onderaf komen, de mensen moeten eerst zelf de wens tot verandering tot uitdrukking brengen. Als bij de bevolking het bewustzijn groeit over de gevolgen van onze huidige levensstijl en ons consumptiepeil zullen de politici wel volgen. Ook scholieren en studenten, die gevoelig zijn voor wat er met de planeet gebeurt, kunnen de publieke opinie in belangrijke mate beïnvloeden.’
Verwacht u dat de klimaatverandering na de presidentsverkiezingen in de VS hoger op de agenda van het Witte Huis zal komen te staan?
‘Zonder twijfel, dat is nu al duidelijk. Beide presidentskandidaten besteden veel aandacht aan het thema. Zo krijgt Al Gore veel krediet, vooral in het noorden van Amerika. Maar ook elders ziet de Amerikaanse bevolking het verband tussen de opwarming van de aarde en toenemende natuurrampen, zoals de overstroming door de orkaan Katrina in 2005, de enorme overstromingen van de Mississippi-rivier een goede maand geleden en de vaker voorkomende tropische orkanen.’
Maar niet alleen politici bepalen het beleid, ook de invloed van het bedrijfsleven kan moeilijk overschat worden.
‘Over het algemeen zijn captains of industry pragmatische mensen. Als ze de signalen goed lezen, weten ze dat de wereld zal moeten evolueren naar een low carbon economy. Die ontwikkeling zullen ze niet willen missen. In de VS wordt de industrie nerveus omdat ze willen weten welk beleid er zal worden gevolgd op het gebied van klimaatverandering. Die informatie hebben ze nodig om te kunnen investeren in nieuwe bedrijven en uitrusting en om een planning te kunnen maken.
Sommige ondernemers engageren zich omdat ze menen een bepaalde verantwoordelijkheid te hebben tegenover de samenleving, anderen willen vooral op de veranderingen anticiperen om marktleider te worden en eraan te verdienen. Dat de bedrijfswereld flexibel kan omgaan met dit soort grote uitdagingen is al eerder gebleken. In Japan en Frankrijk hebben ondernemingen bijvoorbeeld met succes hun afhankelijkheid van geïmporteerde olie verminderd door voor alternatieven te kiezen. Ze kwamen alleen maar sterker uit deze operatie te voorschijn in vergelijking met de concurrenten. Hetzelfde mogen we verwachten met de omschakeling naar een lagekoolstofeconomie waarbij de productiekosten op termijn wellicht zullen dalen.’

U bent zelf industrieel ingenieur. Wanneer bent u zich bewust geworden van de opwarming van de aarde?
‘Dat was in 1988. Ik was toen voorzitter van de International Association for Energy Economics (IAEE), een non-profitorganisatie die na de oliecrisis van de jaren zeventig werd opgericht. We hadden onze jaarlijkse vergadering in Luxemburg met drieduizend specialisten uit de energiesector van over de hele wereld, van vertegenwoordigers van oliemaatschappijen en elektriciteitsbedrijven tot academici. Ik had me op dat moment al grondig verdiept in de klimaatverandering en maakte me grote zorgen. Ik realiseerde me dat het energiebeleid moest veranderen als we niet op een doemscenario wilden afstevenen. Dus nam ik in mijn speech een paar paragrafen op over klimaatverandering. Ik zei dat we nu al aan de toekomst moesten denken en de vernietigende gevolgen van het huidige beleid onder ogen moesten zien. Alle aanwezigen dachten dat ik gek geworden was.’
Echte resultaten in de reductie van de uitstoot van broeikasgassen blijven voorlopig uit, maar in de voorbije twintig jaar is het IPCC er wel in geslaagd om het onderwerp op de agenda te zetten. Wat zijn nu de grootste uitdagingen?
‘Met de snelle uitbreiding van kennis is het bijbenen van de laatste stand van zaken een van de grote uitdagingen. Het IPCC baseert zich op wetenschappelijke literatuur, waardoor de werkdruk zeker zal toenemen. Dan is er ook de grotere bewustwording in de publieke opinie die leidt tot hogere verwachtingen. We kunnen de problemen niet alleen maar blijven signaleren. Mensen willen antwoorden op de vraag wat je eraan kunt doen en wij proberen hen op weg te helpen. Het IPCC biedt in bijna alle economische sectoren oplossingen om de broeikasgasuitstoot af te remmen.’
Moet het IPCC ook actiever worden om onze levensstijl bij te sturen?
‘Heel zeker. Maar er is beweging op dat vlak. We zijn erin geslaagd om het thema in ons rapport te krijgen, ook al moet over ieder woord in onze rapporten consensus bestaan onder alle regeringen. Daarvoor was het onderwerp levensstijl taboe, maar nu hebben we toch een aantal paragrafen daarover in het rapport opgenomen. Dat is een echte doorbraak. Uiteindelijk kun je alleen het bewustzijn bevorderen en de mensen voor zichzelf laten beslissen.
Eigenlijk zou ik vandaag dit pak en deze das niet moeten dragen. De omstandigheden vereisen dat niet. Ik had beter iets lichters kunnen aantrekken. In Japan heeft de premier gezegd dat de mensen in de zomer geen pakken en dassen meer hoeven te dragen. Zo mag de temperatuur in de gebouwen een paar graden warmer zijn en moet de airconditioning dus minder hard draaien. Het is meer dan een louter symbolisch initiatief, het maakt een substantieel verschil.’
Sommige wetenschappers vinden het IPCC te conservatief. Wordt het gevaar in de rapporten afgezwakt onder invloed van de regeringen?
‘Afzwakken is niet het goede woord. We gaan uit van consensus. En alles wat we doen en schrijven moet wetenschappelijk verdedigbaar zijn. We zouden een aantal extreme, alarmerende studies naar voren kunnen halen en ons op hun bevindingen concentreren, maar dat zou de geloofwaardigheid van het IPCC kunnen schaden. We moeten de juiste balans vinden: zolang er onzekerheid is omdat er niet genoeg informatie beschikbaar is, moeten we ons onthouden van uitspraken. Daar krijgen we van sommige wetenschappers wel eens kritiek op. Maar de geloofwaardigheid van het IPCC, zowel in de academische wereld als bij het publiek, is te belangrijk.’
Moeten we ook anders gaan denken over economische groei?
‘Heel zeker en niet alleen vanwege de klimaatverandering maar ook vanwege lokale milieuproblemen. We produceren auto’s op grote schaal met elke twee, drie jaar een nieuw model, en doen dan alsof het probleem van het afval niet bestaat. Het wordt in elk geval nooit in rekening gebracht en dat geldt voor nog veel meer economische activiteiten. Het wordt tijd dat de gevolgen voor het milieu niet langer buiten beschouwing worden gelaten en dat we het bruto binnenlands product en de groei op een andere manier gaan berekenen. Snelheid is niet relevant, als je in de verkeerde richting gaat.
Ook in de prijsberekening van voedsel, zoals vlees, moet men rekening houden met de ecologische voetafdruk. Externe kosten mogen niet langer worden afgewenteld op andere sectoren. Dat is een fundamenteel principe van economie.’

U was ook economisch adviseur van de premier van India. De behoeften van deze jonge groei-economie zullen zwaar wegen op het probleem van de opwarming van de aarde. Zit u daar niet in een wat moeilijke positie?
‘Toch niet, India is zich bewust van deze problematiek. Daarom heeft de premier een nationaal actieplan bekendgemaakt. Voor het grootste deel wordt uitgegaan van de omschakeling naar zonne-energie. Op die manier kan de economie groeien zonder een bijkomende uitstoot van broeikasgassen. Maar dat kan niet in een oogwenk worden gerealiseerd, de hoge kosten moeten eerst naar beneden en daarvoor is meer onderzoek nodig. Je kunt van jonge economieën en ontwikkelingslanden ook niet vragen dat zij meer inspanningen leveren dan het rijke Westen. De VS stoten twintig ton broeikasgassen per hoofd uit en India ongeveer één ton. Je kunt van de vierhonderd miljoen mensen in India die geen elektriciteit hebben niet eisen dat ze zonder stroom verder leven terwijl de rijke westerling niets doet. Als de industriële landen zelf niets ondernemen, dan zullen de ontwikkelingslanden blijven zeggen dat klimaatverandering niet hun probleem is.’
Welke regio’s baren u de meeste zorgen?
‘Ik maak me vooral zorgen over droogte in grote delen van Afrika, over de kleine eilandstaten in de Stille Zuidzee, over landen als Bangladesh, waar vijftig miljoen mensen bedreigd worden door de stijging van de zeespiegel, en over landen als Myanmar, waar recent een cycloon meer dan honderdduizend mensenlevens eiste. Miljoenen mensen zullen verplicht worden hun woonplaats te verlaten en naar andere landen te trekken als we de opwarming niet onder controle houden. Daarom was ik ook blij dat het Nobelprijscomité de klimaatverandering verbonden heeft met vrede in de wereld.’