Popmuziek: Frank Turner

Snelle folk

Frank Turner nummert zijn concerten. Wie hem volgt op de sociale media krijgt geregeld een verslag of een foto van een optreden, en daar staat dan een nummer bij. Dit jaar stond hij op Lowlands. Het was Frank Turners 2381ste optreden. Het was een slimme zet van Lowlands om Frank Turner het festival te laten openen: Turner zorgt altijd voor sfeer, overal. Of hij nou in zijn eentje op het podium staat of met zijn band The Sleeping Souls, of hij nou zelf een sporthal uitverkoopt, opent voor een nog grotere band, op een punkfestival de meest ingetogen act is of op een meer mainstream festival de meest alternatieve artiest: Turner heeft zoveel charme, charisma en dus ook ervaring (het gros van alle artiesten haalt ook geen 2380 shows) dat hij ook sceptici inpakt.

Het grappige aan Turner is dat zijn teksten, uiterlijk en achtergrond (hij zong jaren in een hardcoreband) een veel scherper randje hebben dan zijn muziek. Zijn nummers kunnen in tempo nog wel eens de punk naderen, maar omdat zijn basis altijd akoestisch is, blijft het ook dan uiteindelijk snelle folk. Dat maakt hem toegankelijk, maar ook wel eens wat braaf: alsof hij ook zijn venijn smoort in vriendelijkheid.

Op zijn nieuwe album is er geen sprake van een spagaat, want Turner heeft hier een glasheldere keuze gemaakt. No Man’s Land is een verzameling (soms jaren geleden geschreven) verhalen over – en odes aan – vrouwen, en allemaal krijgen die de begeleiding die bij het verhaal past. Jazzy in Nica, waarin Charlie Parker niet alleen wordt genoemd in Turners tekst maar ook doorklinkt in de sfeer, orkestraal in Rosemary Jane, inhakend en meezingklaar in The Graveyard of the Outcast Dead.

De Nica uit het gelijknamige nummer is de al vaker bezongen Nica Rothschild, die in de Tweede Wereldoorlog met de Fransen mee vocht tegen de nazi’s. Ook Mata Hari wordt bezongen, net als onder meer Catherine Blake, de vrouw van de dichter/schilder William Blake. In een venijnig artikel in The Independent kreeg Turner het verwijt van ‘extreme mansplaining’ en was er de suggestie dat hij vast niet verder was gekomen dan het raadplegen van de Wikipedia van al deze vrouwen, een tamelijk hilarische aanklacht tegen een artiest die zijn hele loopbaan al op de barricaden staat voor onderdrukten, die aan alle bezongen vrouwen een podcast heeft gewijd waarin hij ingaat op hun geschiedenis en de reden dat ze hem inspireerden en die in alle interviews over dit album heeft aangegeven geen enkele geschiedenis te willen claimen, alleen te willen helpen delen.

Maar ook zónder aan zijn goede bedoelingen te twijfelen, is het resultaat van Turners verzameling standbeelden wisselend. Het lievig gezongen Sister Rosetta, over Rosetta Tharpe (1915-1973) is een van de nummers die wat al te stichtelijk uitpakken, wat gebeurt wanneer Turner een levensverhaal wil ontvouwen, een historisch belang wil schetsen én een lans wil breken voor de emancipatiestrijd. Heiligenlevens zijn nooit interessant. Liefdevolle odes wel. Die zijn gelukkig in de meerderheid op No Mans’ Land.


Frank Turner, No Man’s Land. Frank Turner speelt 1 februari 2020 in Ziggo Dome_