Sneu

Het was zo’n zomeravond waar eigenlijk niets op aan te merken viel. Ik zat in een grote tuin vol fijne mensen. Interessante gezichten, mooie verhalen en goede wijn. Er was muziek, er stonden schotels met gegrilde aubergines en biologisch vlees, er waren kaarsen aan­gestoken. Iemand liet het woord frambozenbalsamico vallen.

En ineens zweefde ik omhoog van mijn stoel en overzag het. De sneuheid ervan. De moeite die we doen om goede mensen te worden. De tevredenheid als dat gelukt lijkt te zijn. Onze bevoorrechte levens. Gesprekken over literatuur. Over reizen. Over eten. Het feit dat de servetten van verantwoord katoen zijn en de koffie een keurmerk draagt. Dat er altijd wel iemand in de buurt is die over Proust begint.

Zo ziet het er dus uit, dacht ik. Van een afstandje. Allemaal vredelievende en ontwikkelde mensen, die het beste voor hebben met zichzelf en met de mensheid. Die niet te snel en te gemakzuchtig willen oordelen. Die lezen en discussiëren. Die hippe, gerecyclede sandalen dragen en via Facebook recepten uitwisselen. Natuurlijk: het is een vorm van sneuheid die te billijken valt. Misschien zijn er überhaupt geen waardige alternatieven. Uiteindelijk voelt alles zo. Ik greep de armleuningen van de stoel vast en trok mezelf terug naar beneden, het gezelschap in. Waar was ik? Waar hadden we het over? Een reisverhaal, iets over een schaapskudde. Men schaterlachte. Iemand ging rond met prosecco. Een jonge architect vertelde over een film die je echt gezien moest hebben. ‘Man, je visie op het bestaan wordt zo, roetsj, onder je uit getrokken!’ Ik kon het niet helpen maar ik dacht: zou dat nou? Zijn wij daartoe in staat, onze visie onder ons uit te laten trekken? We zijn zo selectief. Zo handig ook. We kiezen precies het soort ongemakkelijkheid dat ons verbroedert met onszelf. Dat is niet erg, dacht ik. Of misschien is het wel erg – maar is het gewoon onvermijdelijk. We moeten wat. We doen ons best. ‘Deze zomer ga ik Proust herlezen’, hoorde ik iemand zeggen. Ik klemde mijn vingers om de armleuningen van de stoel en kneep tot het pijn deed.