Shell plaatste vorige week grote, geruststellende advertenties: we blijven actief in Nederland. Er gaan inderdaad slechts twaalf topmensen naar Londen. Waarom eigenlijk? Dat lijkt helder: Shell heeft aandelen genoteerd in Amsterdam, waar dividenden belast worden, en aan de Londense FTSE-index, die niet belast worden. Naar Londen dus.

Shell geeft zelf twee redenen: een ‘eenvoudiger’ aandelenstructuur en een betere positie om geld op te halen voor duurzame investeringen. Je moet even slikken om niet in lachen uit te barsten. Shell heeft een legertje fiscalisten dat complexiteit niet schuwt als er belasting vermeden kan worden. Nu zijn ze dus dol op eenvoud.

En Shell hóeft helemaal geen geld op te halen, niet voor duurzame investeringen en niet voor andere dingen. Het bedrijf zwemt in het geld, dat het met bakken naar zijn aandeelhouders sluist – alleen al in de eerste helft van dit jaar 4,8 miljard dollar – in plaats van het in hernieuwbare energie te investeren – dit jaar twee à drie miljard dollar. Negentig procent van de 22 miljard dollar aan investeringen dit jaar gaat níet naar hernieuwbare energie. Kijk naar wat Shell doet, niet wat het zegt.

Misschien vertrekt Shell vooral omdat het hier onder vuur ligt. In de zaak die Milieudefensie had aangespannen, besliste de rechter in mei dat het bedrijf zijn uitstoot in 2030 bijna moet halveren. Vorige maand besloot pensioenfonds ABP zich terug te trekken als investeerder. Shell-topman Ben van Beurden noemde het symboolpolitiek, maar kondigde toch concretere milieudoelstellingen aan. Wellicht dat Shell het in Londen gemakkelijker krijgt. Dat zou jammer zijn.

Het zette me aan het denken over de bredere kosten en baten van Shells vertrek. Bij Nieuwsuur legde huiseconoom Mathijs Bouman uit dat het ‘hele ecosysteem’ van belastingadviseurs en financiële dienstverleners om Shell heen hiermee verzwakt. Prima toch? Ik zou dat ecosysteem onder de kosten scharen, niet bij de baten. Nederlands talent wordt er besteed aan fiscale constructies.

En het kabinet wilde Shell en Unilever zo graag van dienst zijn...

Ook politiek talent kan na Shells vertrek in andere richtingen aangewend worden. Demissionair minister Stef Blok verklaarde al een half uur na de bekendmaking met de top van Shell in gesprek te zijn over de gevolgen ‘voor banen, cruciale investeringsbeslissingen en duurzaamheid. Want die zijn enorm belangrijk.’

Duurzaamheid enorm belangrijk, voor Stef Blok? Toevallig had hij in dezelfde week een andere nare verrassing, die ook alles met cruciale investeringsbeslissingen en duurzaamheid te maken heeft. Groningen werd getroffen door een van de zwaarste bevingen in tien jaar. Blok was niet binnen een half uur in gesprek met de Groninger Bodembeweging. Pas later die dag zei hij tijdens het Vragenuurtje: ‘De beving was een klap, letterlijk (sic)’ – desgevraagd. Want of hij er uit zichzelf over begonnen zou zijn, blijft onduidelijk. Evenmin sprak hij over de investeringen in werkgelegenheid waar de Groningse commissaris Paas om vraagt, of over een duurzame oplossing voor de beschadigde huizen. Banen en duurzaamheid: soms is Blok er vol van, en soms ook niet.

Sowieso laten de beslissingen van Shell, en eerder Unilever, een sneue indruk achter. Het kabinet wil ze zo graag van dienst zijn. Maar de megabedrijven nemen niet eens de moeite om Rutte en zijn club tijdig te informeren over hun plannen. Terwijl de banden ver terug gaan. Bolkestein werkte voor Shell, Rutte bij Unilever. Het zijn kweekvijvers voor VVD-talent, en nu zijn ze weg.

Maar dat verlies is ook winst voor het land. Want een andere kostenpost van Shells domicilie is dus de ongezonde interactie met een kabinet dat steeds maar belastingvrijstellingen wil verzorgen, in plaats van het land te besturen. Ongezonde verstrengeling ligt hier op de loer, meer dan elders. Volgens een onderzoek van de OESO (Lobbying in the 21st Century) is Nederland het enige West-Europese land zonder toezichthouder op lobbyactiviteiten. Een kwart van de Nederlandse oud-politici gaat aan het werk in het lobbycircuit, berichtte de Volkskrant in 2016 – zoals VVD-minister Cora van Nieuwenhuizen, die dit najaar naar de energielobby ging. Keurig volgens de regels, zei ze zelf. Die zijn er namelijk bijna niet.

Wellicht dat, nu de intimiderende aanwezigheid van twee bedrijfsreuzen niet meer als een schaduw over de politieke economie van Nederland valt, daar iets aan kan veranderen. Dan wint Nederland met het vertrek van Shell meer dan het verliest.