Sneu voor de vpro

Schrijf je over Roerend goed, hoor je een dag later dat dat verdwijnt. Je bent verbijsterd. Wordt er een serieus kunstmagazine gemaakt, een programma dat niet in de ketenen van een formule ligt maar wekelijks een andere opzet hanteert (een of meer thema’s per uitzending; wisselende verhouding tussen studio-aandeel en gefilmde onderwerpen; accent nu eens op ‘de waan van de dag’, dan weer op de eeuwigheid) mag het een seizoen duren.

Ik beweer niet dat Roerend goed voor altijd de norm stelt. Het is niet moeilijk tekortkomingen te noemen, maar de schande is dat het genre nauwelijks wordt beoefend en de aardigheid is dat het programma behoorlijk hoger reikt dan Koning Eenoog.
Waarom dan weg? Antwoord 1: Bij de nieuwe zendtijdverdeling verliest de VPRO de late avonden en krijgt de zondagmiddag. Op die middag dient, gezien de Tweede Luxemburgse Oorlog, een ander genre programma ingezet. Sneu dus voor VPRO en Roerend goed. Antwoord 2 door kwade tongen: Niks sneu voor de VPRO als Kiers Roerend goed per se had willen redden, had hij er wel een late avond uitonderhandeld.
Dit alles vernomen tijdens een discussie over kunstmagazines, georganiseerd door het Stimuleringsfonds Culturele Omroepprodukties. Volgend op inleidingen door de eindredacteuren van Kunstmest (NOS), Reiziger in muziek (VPRO) en Roerend goed (VPRO). Die in de schaduw bleven van het indrukwekkende verhaal waarmee Sarah Dunant, redacteur en presentator van The Late Show (BBC), de bijeenkomst opende. Een verhaal met passie over de noodzaak van passie als basis voor een kunst- en cultuurprogramma. Een verhaal met inhoud over de noodzaak van inhoud voor een dergelijk programma. Vrij interpreterend lijkt het bij haar ‘inhoud’ om twee zaken te gaan: niet de zojuist geopende tentoonstelling is essentieel maar de vraag wat hier en nu het werk van de betrokken kunstenaar(s) zo interessant of belangrijk maakt, niet alleen binnen de toren van het kunstbedrijf maar ook maatschappelijk. En ook: beperk je niet tot de kunst, maar heb het over cultuur. Gebruik produkten uit kunst-, media- en reclamewereld als aanleiding voor een 'brede maatschappelijke discussie’. Haar recentste voorbeelden: discussie over een harde billboard-campagne in Londen tegen vrouwenmishandeling; debat over zin en onzin van therapie naar aanleiding van Fay Weldons boek over haar echtscheiding. En toen ze, improviserend, even bedacht hoe The Late Show een discussie rond Schindler’s List zou opzetten, besefte ik te meer dat het zinnige programma over die film van Roerend goed natuurlijk overtrefbaar is. Een deel van de aanwezigen dronk haar woorden in als manna en had het verrukkelijke gevoel dat ontstaat wanneer iemand schitterend verwoordt wat je weet en voelt maar niet helder kunt formuleren. Een ander deel kroop in het pantser van cynisme, die geestelijke vorm van psoriasis die, toegegeven, welhaast aan het vaderlands televisiebestel gebakken zit. Mevrouw Dunant schrok pas echt toen ze besefte dat bij een debat over een zo belangrijk thema, georganiseerd door een prestigieuze en direct betrokken organisatie, letterlijk niemand aanwezig was die echte macht had. 'Lafheid’, zei iemand. 'Minachting en desinteresse’, zei een ander. Die tweede had gelijk.