Snijworst

Een EO-televisieprogramma over een kinderziekenhuis. Dan verwacht je bleke kindersnoetjes, bezorgde ouders, joviale dokters en een clown op bezoek. Niet een gapende, bloedrode, kloppende wond, omringd door gehandschoende handen en koudstalen gereedschap. Maar daar kwam ik afgelopen zaterdag wel in terecht. En bleef van schrik kijken. ‘De ogen worden zwarte gaten, waar het beeld in wordt gezogen’, schrijft beeldend kunstenaar Orlan over het kijken naar beelden van het openen van een lichaam. ‘Deze beelden duiken naar binnen en slaan direct toe daar waar het pijn doet.

Zonder dat ze de gebruikelijke filters passeren, alsof de ogen niet langer in verbinding meer staan met de hersens.’ De beelden van het ‘geopende’ kind vond ik nog moeilijker te verdragen dan de operatiebeelden van volwassenen. Gelukkig duurde het maar even. Toen was er inderdaad dat bleke jongensgezichtje, die bezorgde moeder en een armpje in een mitella. Na twee dagen mocht het jongetje weer naar huis, werd ons verteld, en hij kon al na een week zijn arm weer gebruiken. Samen met de cameraploeg zwaaide ik hem uit, een klein figuurtje in een rolstoel. Maar ik kon met geen mogelijkheid dit hele persoontje koppelen aan het eilandje van wit vlees dat we zojuist hadden dichtgenaaid.
In onze tijd wordt het vlees gehaat, zei Orlan bij haar optreden vorige week op het Triple X-festival. Het menselijke vlees, bedoelde ze. Ons eigen vlees. We spreken over ons eigen lichaam niet graag als over een stuk vlees. Dat klinkt niet respectvol. Vlees, daarbij denk je aan iets dat je kunt opeten. Vlees heeft meer met de dood te maken dan met het leven. Een van de teksten die zij altijd voorleest bij de operaties die ze op haar eigen lichaam laat uitvoeren, gaat over die ontkenning van het vlees. 'De wetenschap spreekt over organen en functies, over cellen en moleculen’ - we moeten vooral niet denken dat er leven is in het laboratorium. Maar het vlees wordt nooit genoemd. Het vlees dat bloed, huid en haar, botten en zenuwen samenvoegt, 'dat onontwarbaar verbindt wat de wetenschap analyseert’. De operaties waarmee Orlan haar eigen verschijning aan het veranderen is, noemt zij 'kunst van het vlees’. De operaties vinden in een theatrale setting plaats, met bizarre kostuums, fantastische requisieten. En terwijl er in haar vlees gesneden wordt, reciteert Orlan onafgebroken toepasselijke filosofische teksten. Zo probeert Orlan de onpersoonlijke, doodse atmosfeer in de operatiekamer te verbinden met de uitbundigheid van het leven.
Maar er was meer 'kunst van het vlees’ op de tentoonstelling van het Triple X-festival. Voor haar installatie Inside Out gebruikte Fiona Tan videomateriaal dat zij van Internet afhaalde. Het zijn beelden waarop je ziet hoe het menselijk lichaam eruit ziet als het in plakjes wordt gesneden. De mens als snijworst. Toch is er niets griezeligs aan: het zijn keurige plaatjes met gekleurde vlakken op de plekken waar organen of botten zitten. De analytische blik waarmee je geneigd bent naar deze beelden te kijken, wordt versterkt door de witte doktersjas die alle bezoekers van de installatie geacht worden aan te trekken.
Precies het tegengestelde effect had het kunstwerk Death Equals Life van Martin uit den Bogaard. Een dode hond, die drie weken lang op het Triple X-festival lag te rotten. Ook hier was een laboratoriumsituatie nagebootst: schedels in weckflessen, een infuus, een glazen uitstalkast waarin de hond lag. Maar hier werd bewezen dat er leven is in het laboratorium. Je kon de hond per dag zien veranderen. Je kon hem met je eigen ogen zien, zonder dat een camera je blikrichting bepaalde. Je kon hem vooral ruiken, zodat je hem behoedzaam benaderde. Je kon wennen aan het gruwelijke beeld, zodat je er langzamerhand de schoonheid van kon inzien. Je kon in je eigen tempo afscheid nemen, zoals de hond ook afscheid nam van het leven. En al was het geen mens die je hier zag verdwijnen, het rottende vlees van de hond herinnerde de toeschouwer aan de vergankelijkheid van z'n eigen lichaam. En probeerde hem of haar met dat besef te verzoenen.