TONEEL De vrouw met de baard

SNOEIHARD SLOTAKKOORD

Vorige week overkwam mij een zeldzaamheid. Twee avonden achtereen zag ik in de Amsterdamse Stadsschouwburg een en dezelfde toneeltekst, in twee totaal verschillende versies, uitgevoerd door hetzelfde gezelschap. Het stuk heet De vrouw met de baard, tekst en regie: Koos Terpstra, spel: twintig toneelspelers van het Noord Nederlands Toneel. Zij nemen op bruisende wijze afscheid van het publiek; in januari start Ola Mafaalani als nieuwe artistiek leider van het NNT met een nieuwe ploeg.
Het stuk De vrouw met de baard ging in april 2007 in première in het eigen (vlakke-vloer)theater in Groningen. Nu spelen twee ploegen in het ene theater de ‘lijstversie’ – een diepe speelvloer met een vormgeving vol verrassingen, waaronder een omgevallen olifant. In andere theaters (soms op dezelfde avond) toont een andere ploeg toneelspelers de toneel-op-toneel-versie, nagenoeg zonder decor, wij als publiek allemaal op een kluitje op het grote podium, de zaal blijft (tot aan de laatste minuten van de voorstelling) ver weg, de acteurs wervelen tussen ons door en spelen dicht op onze huid & lip. De tekst is spatzuiver dezelfde. En zoals ik vorig jaar al op deze plek schreef: De vrouw met de baard is om de vingers bij op te vreten. Terpstra jongleert op een geniale manier met verhaallijnen die in de loop van de avond allemaal in elkaar schuiven en weer van elkaar wijken. Het zijn er eigenlijk twee: het diepe verlangen naar een onvoorwaardelijke liefde, en: de rafelranden van de politiek. Twee schemergebieden van leugen en bedrog.
Het speelveld is Koos Terpstra’s favoriete terrein van leven en amusement, vertier en besodemieterij: circus, kermis, poppenkast. Deze double bill is een even snoeihard en satanisch als hartverwarmend en betoverend slotakkoord. Het is ook een masterclass in ensemble-acteren en in toneelspelen als koorddansen zonder vangnet. Met nogal wat verrassende acteerwendingen.
Voorbeeld. Er loopt in het stuk een jonge vrouw rond die vroeger een vage verhouding had met iemand die nu een politieke griezel is geworden. Deze jonge vrouw heeft in het stuk een aantal monologen waarin ze woedend zout wrijft in een open wond van haar vroegere vriendje: idealisme dat is verworden tot hypocrisie. Die alleenspraken zijn behoorlijk vonkend. Je zou verwachten dat de actrice die de intieme versie speelt zich inhoudt, terwijl de actrice die de rol voor de grote zaal mag vormgeven voluit gaat. Precies het omgekeerde is het geval. Aafke Buringh spat in de toneel-op-toneel-versie voor onze ogen bijna uit elkaar als duizend bommen en granaten. Terwijl Marieke de Kleine in de grote zaal een mooie subtiele woede bij elkaar boetseert. En het lekkere is: het klopt allebei, ze zijn beiden op een volkomen eigen wijze prachtig, geen seconde opdringerig, steeds dienstbaar binnen het ensemble.
In deze twee versies van De vrouw met de baard wordt namelijk ook de balans opgemaakt van acht jaar keihard werken, vechten, struikelen, omarmen, fouten maken, achterom kijken en het beter doen, geheel volgens de stelregel van de schrijver met wie ze acht jaar geleden begonnen, Samuel Beckett – ‘Falen en daarna: nog beter falen.’ Het stuk De vrouw met de baard is in anderhalf jaar met de acteurs meegegroeid en die acteurs laten aan de hand van deze toneeltekst het beste zien van wat ze in huis hebben – en neem van mij aan: dat is veel. En als tegen het eind alle eindjes van het stuk in elkaar schuiven of hardhandig uit elkaar worden getrokken – het is maar net hoe je kijken wilt – spreekt de vrouw met de baard een van die bezwerende motto’s die als dwaallichten door de teksten en de voorstellingen van Koos Terpstra zweven: ‘Troost me zo hard als je kunt. En wees voorzichtig met me.’

Tournee t/m 18 december. www.nnt.nl