Snoeiharde clichés

Lauren Weisberger
The Devil Wears Prada
Random House, 432 blz., € 10,99 (de Nederlandse vertaling wordt uitgegeven door De Boekerij, 360 blz., € 10,-; de film draait momenteel in de bioscoop)

Het boek is een typisch voorbeeld van Amerikaanse chicklit. Toch publiceerde The New York Times bij het verschijnen van The Devil Wears Prada maar liefst twee recensies – een unicum voor de debuutroman van een onbekende auteur. En de verfilming ervan, een zwijmelfilm met de onvermijdelijke Meryl Streep die momenteel in de Nederlandse bioscopen draait, roept uiteenlopende reacties op: van kritiek op de suffe romantische subplot tot lof over de postfeministische insteek van de verfilming.
Aan het verhaaltje is op het eerste gezicht niet veel bijzonders te ontdekken. De pas afgestudeerde journaliste Andy Sachs neemt bij gebrek aan beter een baan aan als assistente van de hoofdredactrice van het modetijdschrift Runway, slavendrijver Miranda Priestly. Hoewel deze baan algemeen bekend staat als ‘the job a million girls would die for’ blijkt al snel dat het modebedrijf de onmodieuze Andy hardhandig voor de keuze plaatst: meedoen of afhaken. Gevolg: de naïeve jongste bediende wordt in alle hevigheid geconfronteerd met het dilemma tussen carrière en privé, tussen ellebogen en integriteit, en tussen glamour en jezelf zijn.

Niet opzienbarend tot zo ver. Vooral niet vanwege de onmiskenbare saus van moralisme waarmee zowel boek als film rijkelijk overgoten is. Het is een moralisme dat het belang benadrukt van familie en vrienden, en van authenticiteit in plaats van uiterlijk vertoon.

Het boek deed in 2003 zoveel stof opwaaien omdat auteur Lauren Weisberger zelf werkte als de persoonlijk assistente van de beruchte redactrice van de Amerikaanse modebijbel Vogue, Anna Wintour. De roman is volgens lezers – de auteur ontkent het – losjes gebaseerd op Weisbergers nachtmerrieachtige ervaringen bij het tijdschrift. Critici verweten de auteur van de real life fiction wraakzucht en oneerlijk geroddel, terwijl fans smulden van de inkijkjes in het bizarre universum van een moderedactie.

Als sleutelroman is The Devil Wears Prada dan ook zeker niet onaardig. De scènes waarin Andy wordt geconfronteerd met de buitenissigheden van haar baas zijn tegelijkertijd hilarisch en angstaanjagend. Werkdagen van veertien uur zijn de regel, en de peperdure Hermès-sjaals die Miranda dagelijks draagt, worden achteloos vergeten of weggegooid als waren het tissues.

Jammer genoeg komt in de film de kleding goedkoop, neppig en onmodieus over. Een gemiddelde aflevering van Sex and the City, of zelfs Will & Grace, ziet er beter uit. Bovendien doet de film niet meer dan het bevestigen van de vooroordelen die de gemiddelde bioscoopbezoeker zal hebben over de modewereld: een snoeiharde miljardenindustrie waarin graatmagere vrouwen en excentriek geklede homo’s de dienst uitmaken.

Zowel de film als het boek laat onbesproken welke rol modetijdschriften werkelijk spelen in het circus dat de hedendaagse mode is. Anna Wintour wordt alom beschouwd als een van de machtigste vrouwen in mode. Door haar reportages in Vogue worden trends gevestigd, en de kritieken in het tijdschrift kunnen ontwerpers maken of breken. Vandaar dat er voor haar altijd een plekje is op de eerste rij van alle modeshows in Parijs, Londen, Milaan en New York.

De oorsprong van de (al dan niet vermeende) macht van de hoofdredacteur van de Amerikaanse Vogue blijft echter een mysterie. De recente tentoonstelling over de Nederlandse glossy Avenue in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, en de bijbehorende publicatie Avenue van A tot Zero, laat zien dat ook het succes van modetijdschriften onderhevig is aan modetrends. Het blijft een raadsel waarom die ene hoofdredactrice van een godbetert Amerikááns tijdschrift zo machtig is, en niet de directeur van een Franse, Italiaanse of zelfs Londense glossy. Net zoals niemand het heeft over het toch opvallende feit dat ’s werelds invloedrijkste modejournalist, Suzy Menkes van The International Herald Tribune, Engelse is en de belangrijkste modefotograaf, Mario Testino, in Londen woont.

In boek- én filmvorm suggereert The Devil Wears Prada dat de modewereld een in zichzelf gekeerde cocon is, die volledig draait om de grillige wensen van een ijskoningin. En zo simpel is het allemaal niet. Guillaume Erner maakt dat in zijn recente boek Verslaafd aan mode? (De Arbeiderspers, 2006) al overtuigend duidelijk. Hij laat zien dat de macht in de modewereld wordt bepaald door een ingewikkeld samenspel van modemerken, ontwerpers, fashion victims, en de inherente logica van trends. Van een Hollywood-productie die pretendeert de modewereld te portretteren mag enig zicht op dit netwerk van mode toch wel verwacht worden.