Snoepen van krediet

Krediet is makkelijk te krijgen. Totdat er wat misgaat. En de enige oplossing een levenslang faillissement lijkt. De nieuwe wet Schuld Sanering Natuurlijke Personen moet een groot aantal schuldenaren binnen drie jaar uit hun benarde positie bevrijden.

HET WAS VRESELIJK, zegt ze, hoe het haar leven beïnvloedde. Als de telefoon ging, als de post kwam, iedere keer dacht ze dat weer een deurwaarder geld kwam opeisen. Ze wilde de brievenbus dichttimmeren. Tientallen brieven gingen de deur uit, op weg naar financieringsmaatschappijen met de vraag of ze alstublieft enkele tienduizenden guldens konden lenen, zodat ze de schulden konden aflossen. ‘Acht jaar geleden had mijn man een auto nodig voor zijn werk’, zegt Anna Meys (33). 'We leenden daarvoor 30.000 gulden bij de Finata Bank. Ik had studieschulden, die betaalde ik af met een lening van 20.000 gulden bij de gemeentelijke kredietbank (GKB). We verdienden genoeg, aflossen ging makkelijk. Totdat mijn man zijn baan verloor.’ Met haar inkomen van parttime-werk moest zij haar gezin onderhouden en de vaste lasten betalen. Ze namen nog eens een persoonlijk krediet van 5.000 gulden bij Dealer Cash Plan om de druk van de ketel te halen. Op een gegeven moment waren de aflossingen alleen al te veel. Daar bovenop kwamen nog de vaste kosten van huur, gas, water en licht. 'Uiteindelijk stonden we geregistreerd als wanbetalers bij Bureau Krediet Registratie (BKR) en konden we geen lening meer afsluiten.’ Jan Siebols, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), die vijftig kredietbanken in ons land vertegenwoordigt, kent de verhalen. In Nederland leven naar schatting 250.000 gezinnen in een schuldsituatie waar ze zonder hulp niet of nauwelijks uit kunnen komen. In 1992 klopten 'nog maar’ 20.000 schuldenaren bij de GKB aan voor schuldsanering, nu zijn dat er al 30.000. De schuldbedragen lopen uiteen van honderden guldens tot enkele tonnen. Het aantal schuldeisers is gemiddeld twaalf. 'Slechts een derde van de schuldenaren is binnen drie jaar schuldenvrij, de rest heeft vaak meervoudige problemen die meer tijd vergen om op te lossen’, zegt Siebols. Het gaat om mensen die lange tijd met een minimuminkomen moeten rondkomen. Het zijn personen die te veel hebben uitgegeven of geen reserves hebben aangelegd voor onvoorziene gebeurtenissen. Maar het overgrote deel van de schuldenaren is in de problemen geraakt door plotselinge daling van inkomen, door scheiding, verhuizing, gezondheidsproblemen of baanverlies. Ze zitten dan wel met een persoonlijke lening, een doorlopend krediet, een hoge hypotheek en een lening voor een auto, gebaseerd op hun oude inkomen. Doordat geld tegenwoordig zo makkelijk 'te krijgen’ is, is het heel eenvoudig en verleidelijk je in rap tempo in de schulden te steken. Rood staan op bank- of girorekening is maatschappelijk breed geaccepteerd. Je kunt nu een televisie kopen en in 2000 pas betalen. Vroeger was een creditcard voor de 'upper ten’, nu kan iedereen er een aanvragen. Warenhuizen geven eigen kredietpassen uit. Voor een reisje naar Spanje sluit je een persoonlijke lening af. ZO'N VIJF MILJOEN Nederlanders snoepen van krediet. De uitstaande schuld aan consumptief krediet, waarvan 85 procent doorlopend krediet, is gestegen van 15,7 miljard in 1991 naar 27,6 miljard gulden vorig jaar. En dan hebben we het nog niet eens over de miljarden aan hypotheken. Daar komt bij dat we in 1998 voor een bedrag van 9,5 miljard gulden rood stonden, dat is 24 procent meer dan het jaar daarvoor. Volgens Jan Willem Hoogendoorn, algemeen directeur van financieringsmaatschappij Finata Bank, horen de grenzeloze kredietmogelijkheden bij deze tijd. 'De concurrentie is tegenwoordig overal groot. Er bestaan veel aanbiedingen en prijsverschillen. Internet biedt de consument de mogelijkheid vanuit de luie stoel prijzen te vergelijken. De koop is dan snel gesloten.’ Toch maakt ook hij zich zorgen over de manier waarop sommige bedrijven leningen aanprijzen. De Vereniging voor Financieringsmaatschappijen Nederland (VFN) en de NVVK dringen er al twee jaar bij Economische Zaken op aan om wat te doen aan de beschadiging van de financieringsmarkt. Er wordt geadverteerd met bedragen die buiten de Wet op het Consumenten Krediet vallen, boven de 50.000 gulden, meestal 50.001 gulden. Het gaat om advertenties met heel lage rentetarieven. Zodra de lening wordt aangevraagd, blijkt echter niet iedereen hiervoor in aanmerking te komen. Hoogendoorn: 'In de aflossingsbedragen is de belastingteruggave verwerkt, berekeningen zijn gebaseerd op de hoogste belastingschijf, je moet per maand boven op het bedrag waar zij mee adverteren, een verzekeringspremie betalen en je zit er vijftien jaar aan vast. Wil je eerder stoppen, dan heb je een fiscaal probleem.’ 'Filantropen bestaan niet’, zegt Siebol. 'Klanten lokken met een motor voor 125 gulden in de maand? Een auto kopen en pas over een paar jaar betalen? Van krediet een impulsartikel maken is het meest gevaarlijke wat je kunt doen. Deze bedrijven zijn gefocust op omzet. Krediet is iets waar je als consument rustig over na moet kunnen denken.’ En dat is nu juist wat Anna Meys nooit gedaan heeft. 'We zijn heel naïef geweest. We waren jong, kwamen net kijken op de arbeidsmarkt. Lenen ging makkelijk, het leek een oplossing. We hebben ons in de schulden gestoken, zonder dat we wisten wat de gevolgen waren.’ Hoofdschuddend zit ze achter haar bureau. Al een aantal jaar werkt ze als secretaresse bij een overheidsinstelling. Schriftelijke opdrachten om brieven te tikken en bijeenkomsten te regelen liggen verspreid op haar bureau. Op haar computerscherm een lijst met e-mails. Om de tien minuten rinkelt de telefoon. Een hard werkende vrouw, op het eerste gezicht niks aan de hand zou je zeggen. Meys: 'Maar we hebben 50.000 gulden schuld! Dat is toch absurd. Ik werk hier fulltime, mijn man heeft een volledige baan, met het salaris dat wij samen binnen brengen zouden we makkelijk een hypotheek kunnen nemen voor een mooi groot huis. Maar we wonen in een krap huurhuis. We moeten iedere maand 1400 gulden afbetalen. We zijn met handen en voeten gebonden.’ DOOR DE ECONOMISCHE crisis eind jaren zeventig raakten veel mensen die geld hadden geleend in de financiële problemen. De Faillissementswet (1896) was het enige instrument om daar wat aan te doen. Deze wet had als uitgangspunt een zo groot mogelijke opbrengst voor de schuldeiser te realiseren. Inhumaan, vonden de gemeentelijke kredietbanken en zij staken de koppen bij elkaar om een nieuwe gedragscode op te stellen. De gedragscode Schuldregeling (1979) heeft een rehabilitatiegedachte. Je moet alles buiten het absoluut minimum beschikbaar stellen. De GKB probeert op basis van deze regeling met de schuldeisers tot een vrijwillige regeling (minnelijk akkoord) te komen. Een voorstel waarin het bedrag dat de schuldeisers terugkregen, werd vastgesteld naar de aflossingscapaciteit en hoogte van het schuldbedrag van de debiteur. Maar zodra een van de partijen weigert mee te werken, is een regeling van de baan. Het enige alternatief is een faillissement. In meer dan 90 procent van de gevallen wordt het faillissement opgeheven wegens gebrek aan baten. De schulden blijven echter staan en de rente loopt door. Schuldeisers blijven eindeloos achter een kale kip aanlopen waar eigenlijk niets meer van te plukken valt. Gevolg is dat de schulden jarenlang als een donderwolk boven het hoofd blijven hangen. Voor de debiteur niet bepaald een stimulans om een nieuwe start te maken. Om schuldenaars niet hun hele leven krom te laten liggen, is op 1 december vorig jaar de langverwachte Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP), onderdeel van de Faillissementswet, in werking getreden. Het biedt mensen, die te goeder trouw (dus niet door fraude, drank-, drugs-, of gokverslaving) tot over hun oren in de schulden zijn geraakt, de mogelijkheid binnen een periode van drie jaar schuldenvrij te worden. Eerst moet de schuldenaar proberen met de schuldeisers tot een minnelijk akkoord te komen. Lukt dat niet, dan kan de debiteur via de gemeente een verzoekschrift indienen bij de rechter. Deze kan de crediteuren verplichten genoegen te nemen met een kleine aflossing. Er wordt een bewindvoerder aangewezen die een betalingsregeling opstelt. Na de vastgestelde periode wordt het restbedrag kwijtgescholden en kan de schuldenaar met een schone lei beginnen. WENDY WANSINK (29) is 4 maart toegelaten tot de WSNP. Ze moet drie jaar lang rondkomen van 90 procent van de bijstandsnorm. Ze staat onder curatele van een bewindvoerder, die haar post, ook haar privé-post, openmaakt en eventuele waardevolle zaken als auto of video kan verkopen. Ze wordt geregistreerd op de Internet-site van de WSNP. Haar naam verschijnt in de krant en ze moet alles wat zij extra verdient inleveren. Het kan haar niet schelen. Wansink: 'Ik hoef niet bang meer te zijn dat er een schuldeiser op de stoep staat, dat er beslag wordt gelegd op mijn inkomen of inboedel.’ Haar bewindvoerder houdt iedere maand 131 gulden in op haar uitkering, voor de schuldeisers. Van de rest moet Wansink voorzien in haar eigen onderhoud en de vaste lasten betalen. 'Ik heb nu een enorme stok achter de deur. Wanneer ik weer nieuwe schulden maak, heb ik de kans uit de saneringsregeling te worden gezet. En dan? Mijn hele leven krom liggen om alleen al de rente te kunnen betalen? Alstublieft zeg. Ik houd het wel vol. IK wil een administratieve baan. Nu ik onder curatele sta, hoop ik dat ik van de stress af ben en tijd heb om een cursus te gaan volgen. Ik wil mijn leven weer op poten zetten. Ik wil niet meer iedere keer rommelmarkten afstruinen op zoek naar goedkoop speelgoed voor mijn zoontje.’ Vijf jaar geleden werkte Wansink fulltime in een koffiehuis. Ze had nooit schulden, kon bij wijze van spreken alles kopen wat ze wilde. De ellende begon toen haar vriend, met wie ze samen een kind had, haar verliet. 'Ik stopte met werken,vroeg een uitkering aan en verhuisde naar een goedkopere woning. Dat ik in zo'n enorme achterbuurt terecht zou komen, had ik nooit verwacht. Het klinkt absurd, maar buurtbewoners hebben ingebroken. Ze hebben deurklinken uit huis verwijderd, het antennekastje van de televisie ontvreemd en weet ik veel wat allemaal nog meer. Ik was niet voor de schade verzekerd en een huis van de woningbouw moet je weer afleveren zoals je erin bent gegaan. Uiteindelijk eiste de woningbouw 15.000 gulden voor de schade. Dat kon ik natuurlijk nooit betalen met mijn inkomen.’ Wansink verhuisde weer. Er ging iets mis met de overschrijving van haar uitkering waardoor ze de huur niet kon betalen. Het waterschap van haar oude huis eiste nog twee maanden kosten. Ze kreeg een naheffing voor verbruik van licht. Ze werd gek van het sobere leven en bestelde producten bij een postorderbedrijf. Toen zij de aflossing niet meer kon ophoesten, eiste het bedrijf het hele bedrag op en stond er een deurwaarder op de stoep. De Sociale Dienst adviseerde haar geld te lenen bij de GKB. Wansink: 'Ik stopte het ene gat met het andere. Op een gegeven moment moet je keuzen maken. Een maand geen huur betalen? Leggen ze dan beslag op mijn inboedel? Een maand geen geld uitgeven aan gas, water, licht? Sluiten ze alles dan af? Slapeloze nachten had ik ervan. Ik ging zelfs wiet roken om tot rust te komen.’ Ondertussen stapelden de rekeningen, aanmaningen en dreigingen met beslaglegging op inboedel en inkomen zich op. Ruim tien schuldeisers aasden op een bedrag van in totaal 30.000 gulden. Wansink probeerde een minnelijke regeling te treffen maar twee schuldeisers gingen niet akkoord. Toen moest ze voor de rechter verschijnen. Ze kreeg te horen dat zij een beroep mocht doen op de nieuwe schuldsaneringswet. VERWACHT WORDT dat zo'n 12.000 mensen voor de WSNP in aanmerking komen. Bij de Raad voor Rechtsbijstand in Den Bosch, het uitvoeringsorgaan van de WSNP, meldden de verschillende arrondissementsrechtbanken tot nu toe ongeveer 2500 WSNP-uitspraken. Volgens Siebols is dit nog maar het begin. Maar hij denkt dat de WSNP ook in toenemende mate schuldeisers stimuleert akkoord te gaan met een minnelijke regeling. 'Wanneer ze niet akkoord gaan, zien ze meestal minder terug van het totale schuldbedrag’, zegt hij. Zijn de banken bang dat ze naar een groot deel van hun geld kunnen fluiten? Algemeen directeur van de Finata Bank Hoogendoorn denkt dat schuldenaren zich alleen in uiterste nood zullen beroepen op de WSNP. 'En wanneer wel veel debiteuren ervoor in aanmerking komen, moeten we misschien de acceptatienorm aanpassen.’ Schuldenaar Anna Meys vindt de WSNP een absurde wet. 'Drie jaar onder curatele staan, dat vind ik veel te lang. We zijn weldenkende mensen, om dan als een kind behandeld te worden, al je uitgaven te verantwoorden. Vreselijk.’ Een budgetconsulent schrijft nu haar schuldeisers aan om een vrijwillige regeling te treffen. Meys is opgelucht dat iemand zich over de schulden buigt. Maar wat als een crediteur niet akkoord gaat? 'Daar wil ik even nog niet aan denken. Een bank beroven misschien?’ Volgens incassobureau Antera, dat verschillende financieringsmaatschappijen waaronder de Finata Bank, vertegenwoordigt, gaat het ongeveer bij tien procent van alle mensen die een lening afsluit mis. 'Als financieringsmaatschappij is het zaak er zo vroeg mogelijk bij te zijn’, zegt Hoogendoorn. 'Wanneer we merken dat iemand een betalingsachterstand heeft dan vragen we een gesprek aan. We kijken naar de oorzaak ervan en zoeken naar een oplossing. Iemand kan dan bijvoorbeeld een tijdje wat minder afbetalen.’ Om het risico zoveel mogelijk te drukken passen de Financieringsmaatschappijen de acceptatienormen regelmatig aan. Bij het verstrekken van krediet voert de Finata Bank in een computerprogramma alle gegevens van de cliënt - inkomen, vaste lasten, gezinssituatie en uitstaande schuld - in. Het geautomatiseerde systeem bepaalt, rekening houdend met het 'kredietverleden’, of het verantwoord is het gevraagde krediet te verstrekken. Hoogendoorn: 'Wij gaan ervan uit dat onze klanten weten wat ze doen. Ze kunnen zich zelfs voor een paar gulden per maand verzekeren tegen werkloosheid, overlijden en arbeidsongeschiktheid. Wij verlenen verantwoord krediet en zitten niet te wachten op faillissementen en wanbetalers. Onze taak is goede voorlichting te geven, de risico’s zoveel mogelijk af te dekken. Te zorgen dat de groep van 250.000 mensen die in problematische schulden zit niet groter wordt.’ Volgens Meys moeten jonge mensen veel beter gewezen worden op de gevolgen bij wanbetaling. 'Ik denk dat vooral personen die net gaan werken zich niet beseffen hoe makkelijk je in de schulden raakt. Wij in ieder geval hebben ons nooit gerealiseerd dat we zo lang aan een lening zouden vastzitten. We betalen nu nog voor een auto die we niet eens meer hebben.’ Wansink: 'De overheid moet optreden tegen de postorderbedrijven. Je kunt daar voor enorme bedragen bestellen zonder dat er gekeken wordt naar inkomen of uitgavenpatroon.’ 'Bij veel mensen zijn de ogen groter dan de portemonnee’, zegt ook Siebols. 'Veel mensen maken een verkeerde calculatie. Ze denken bijvoorbeeld: “Over een jaar gaat het wel beter, dan kan ik alles terugbetalen.” Vaak is dat niet het geval.’ De voorzitter van de NVVK wacht met grote vrezen op de tijd dat het economisch minder goed gaat. 'We zitten nu in een hoogconjunctuur. Er zijn veel banen, er wordt veel verdiend, de werkloosheid is laag. Dat juist in zo'n periode het aantal aanvragen voor schuldsanering toeneemt… Wat staat ons te wachten wanneer de economische golfbeweging een dalend verloop krijgt?’