Menno Hurenkamp

Sociaal gezicht

Het sociale gezicht van het CDA. Daar hoor je tegenwoordig veel over. Het zou verdwijnen of ten minste in gevaar zijn. Die geluiden stijgen op uit zaaltjes vol verontwaardigde leden die je op televisie te zien krijgt. Die leden weten zich steevast gekalmeerd wanneer een top-CDA’er bezweert dat het sociale gezicht zal blijven bestaan.

Terwijl de achterban met gerust hart naar huis gaat, blijven wij als kijker nerveus achter. Het sociale gezicht in gevaar, het zal toch niet. Hoe ziet het sociale gezicht er eigenlijk uit? Bevindt het zich in een Limburgs heilige der heiligen, waar men het op hoge feest dagen uitneemt om het dan in processie rond te dragen? Is het een sprekend masker dat ’s nachts verschijnt aan de leider? Is het de christelijke variant van de Cheshire cat uit Alice in Wonderland, die in het niets oplost en alleen een sociale glimlach achterlaat? We weten het niet, want meer dan dat het in gevaar is hoor je er niet over.

Zou het toevallig een gezicht zijn met kort blond haar met een lichte watergolf, waar parelknoppen tussendoor schemeren? Zo’n gezicht liet een mooi portret in de Volkskrant afgelopen maandag zien: drie ministers van CDA-huize met een verrassend identiek gelaat. Keurige geblondeerde vrouwen, maar zijn ze ook het sociale gezicht? Hebben we hier te maken met de Anna, Hanna en Johanna van de christen-democratie, met de Kwik, Kwek en Kwak van het middenveld, of misschien zelfs met the Witches of Oirschot? Deze vrouwen laten zich in een processie goed ronddragen, maar ik vrees dat ze het sociale gezicht niet zijn. Met zo’n aanbod — drie stuks — zou er niet zo’n paniek in de tent zijn.

Mogelijk dat het niet letterlijk om een gezicht gaat, maar in overdrachtelijke zin om een reputatie. Dat het sociale gezicht gebaseerd is op een denkwijze uit het verleden, bijvoorbeeld gecreëerd door de werken van Ruud Lubbers en Onno Ruding; een gezicht dat nu als sprekend gelaat in donkere uren verschijnt aan de leider en allerlei sociale eisen stelt. Om de een of andere reden komt mij van de afgelopen twintig jaar weinig voor de geest dat doet denken aan zo’n historische reputatie.

Dan moet het bijna zo zijn dat de inhoudelijke vernieuwing die het CDA de afgelopen jaren ondergaan heeft, het sociale gezicht bevat. Waarom men dan daarover zo massaal nerveus wordt is raadselachtig. De partij leefde jaren in de oppositie en heeft van dat gezicht anders dan in brochures nog maar weinig laten zien. Van vernieuwing over het verstrekken van inkomens en uitkeringen is in het regeerakkoord ondertussen geen sprake. Dus mocht het sociale gezicht in het leven geroepen zijn door de inhoudelijke heroriëntatie, dan ligt de vergelijking met de Cheshire cat het meest voor de hand: een glimlach in het niets.

Te vrezen valt dat de discussie over het sociale gezicht van het CDA een door de partijtop dankbaar aangejaagde retorische truc is. Onder de bezorgde CDA-leden vind je veel sociaal bewogen mensen. Die worden vruchtbaar gebruikt om onnozelaars te laten denken: waar rook is, is vuur. Als ze over een sociaal gezicht ruziën, zal het er ook wel zijn.