Jaron Lanier: humanist in de digitale wereld

‘Sociale media tasten onze vrije wil aan’

Techfilosoof Jaron Lanier is een vooraanstaand criticaster van zijn eigen gemeenschap, Silicon Valley. Zijn nieuwste boek is een oproep om al je sociale media-accounts te deleten. Meteen. ‘Dit is een existentiële kwestie.’

Jaron Lanier: ‘Stap gewoon over op een betaald model. Je weet dat het het juiste ding is om te doen, Zuck’ © Jonathan Sprague / Simon & Schuster

Bij het betreden van Jaron Laniers prachtig gelegen huis in de heuvels rond de Baai van San Francisco schiet een woord door me heen dat ik vermoedelijk voor het laatst in een Boudewijn de Groot-nummer heb gehoord: artistieke bende. Overal half geopende dozen, de enorme tafel in de eetkeuken vol met stapels boeken, her en der gedrapeerde tekeningen, gebruikte koffiemokken. Een zijkamer is, net als de zolder, gevuld met de meest uiteenlopende muziekinstrumenten, variërend van eeuwenoude harpen tot Latijns-Amerikaanse panfluiten.

En dan is er de hippieachtige verschijning van Lanier zelf, in wat zijn dagelijks kostuum lijkt te zijn: een gigantisch zwart T-shirt waarin zijn buik bungelt boven een wijde zwarte broek, aan de voeten zwarte sandalen. Zijn rossige rastahaar, heldere blauwe ogen en vlasbaard doen hem jonger lijken dan zijn 58 jaren. Die jeugdigheid wordt versterkt door de soms wat onverwachte lachbuien die hij er regelmatig op hoge toon uitgooit – bijvoorbeeld wanneer ik op zijn verzoek aan de keukentafel plaatsneem en een van de vele katten uit zijn huishouden bij me op schoot springt. ‘Dat is Loof, want hij is niet aloof!’ (terughoudend, afstandelijk).

Lanier is behalve computerwetenschapper, in welke hoedanigheid hij voor Microsoft werkt, ook muzikant en schrijver. Hij is vooral bekend vanwege zijn werk in virtual reality en zijn pleidooien voor humanisme in de digitale wereld. En hij was een van de eerste critici van de wereld waarvan hij zelf vanaf de begindagen deel uitmaakt: Silicon Valley. Dat het met het web de verkeerde kant op ging, realiseerde Lanier zich al rond 1992. ‘Tim Berners-Lee introduceerde een webprotocol dat niet genoeg context had’, zegt hij. ‘Daarmee bedoel ik dat er geen authentificatie van internetgebruikers zou zijn, waardoor iedereen van alles kon roepen al dan niet onder verzonnen naam.’ Het andere grote probleem dat Lanier zag opkomen was het ‘advertising business model’ en het idee om mensen met automatische feeds verslaafd te krijgen. ‘Die combinatie leek me hoogst dystopisch.’

In zijn laatste twee ideeënboeken – You Are Not a Gadget (2010) en Who Owns the Future (2013) – zoomde Lanier in op hoe de grote techbedrijven, vooral Google en (later) Facebook, hun gebruikers manipuleren. Veel van de argumenten uit die twee boeken keren terug in zijn jongste boek, Ten Arguments for Deleting Your Social Media Accounts Right Now. Op het omslag van de Amerikaanse uitgave staat een foto van een andere kat van Lanier, Potato. ‘Die zul je vandaag niet zien’, zegt hij. ‘Potato houdt niet van vreemden.’ In het nieuwe boek roemt Lanier de onafhankelijkheid van katten en houdt ons voor dat we weer voor onszelf moeten gaan denken. Dat is namelijk een van de grote gevaren van sociale media als Facebook, Twitter en Instagram: ‘Ze tasten onze vrije wil aan.’

Niet dat alles aan sociale media slecht is. ‘Veel dingen die mensen ervaren op sociale media zijn oprecht en positief’, zegt Lanier. Maar daar staat te veel negatiefs tegenover. ‘Achter de schermen zijn algoritmen continu bezig je data te verzamelen en je in de gaten te houden. Vervolgens worden je ervaringen beetje bij beetje gestuurd, net genoeg om je te bewegen geïnteresseerd te raken in iets nieuws dat je uiteindelijk koopt.’

Het probleem is dat die ‘behavior manipulation machine’, zoals Lanier het noemt, grote neveneffecten heeft. ‘De machine maakt je chagrijnig, licht ontvlambaar, paranoïde, boos en verdrietig. Dat hebben zelfs Facebooks eigen onderzoekers gepubliceerd.’ Dat de bedrijven er toch mee doorgaan, noemt hij ‘creepy’. ‘Eerst zeiden ze: “Hé, we kunnen jou bewust kwaad of verdrietig maken zonder dat je je ervan bewust bent dat wij dat doen. Zijn we niet geweldig?” Tegenwoordig geven ze toe: “Zelfs als we niet proberen je kwaad of verdrietig te maken, hebben we dat effect.”’ Vooral negatieve gevoelens als woede en verontwaardiging blijken verslavend te werken. Het leidt tot wat Lanier noemt een ‘geleidelijke verdonkering van je wereld, een mild, nog net behapbaar gevoel dat je een beetje gek aan het worden bent’.

’s Werelds beroemdste sociale-media-verslaafde is Donald Trump, schrijft Lanier. ‘Ik heb hem in de afgelopen decennia enkele malen ontmoet en ik mocht hem niet, maar hij was destijds nog geen verslaafde. Hij was een New York City-archetype, een manipulator, een acteur, een meester in het tegen elkaar uitspelen van mensen. Maar hij was zich ervan bewust dat hij een rol speelde. Zelfs reality-tv veranderde dit niet. (…) Als Twitter-verslaafde is Trump veranderd. (…) Hij gedraagt zich niet als de machtigste man ter wereld, omdat zijn verslaving machtiger is.’

‘Twitter-verslaafde Trump gedraagt zich niet als de machtigste man ter wereld – zijn verslaving is machtiger’

Op elk gegeven moment, erkent Lanier, lijkt een verslaving aan sociale media niet zo’n groot probleem, maar cumulatief leidt het tot een verdeelde wereld. ‘Wat jij van de wereld ziet in je feed kan ik niet zien en is anders dan wat ik me kan voorstellen. Ik heb het niet alleen over advertenties, maar over kleine, subtiele dingen, zoals de volgorde waarin je dingen ziet. Jij ziet een andere wereld dan ik. Dus jij kunt een reactie ergens op hebben die ik simpelweg niet kan plaatsen en vanaf dat moment lijkt het voor mij alsof jij gek bent. Dat is wat in dit land tussen Republikeinen en Democraten gebeurt.’

Dit alles leidt ertoe dat mensen niet meer in staat zijn empathie voor elkaar te voelen of elkaar te vertrouwen. ‘Dat is niet slechts vervelend, zelfs niet alleen hartverscheurend – het is een overlevingskwestie, want de mensheid kampt met enkele echte problemen: het klimaat, nucleaire wapens en dodelijke ziektes. Als we die enorme uitdagingen niet met collectief gezond verstand aangaan, dan gaan we dood. Dus ik zie dit als een existentiële kwestie.’

Lanier vergelijkt sociale media niet met tabak, zoals andere critici graag doen, maar opmerkelijk genoeg met loodverf. ‘De tabaksindustrie richt alleen schade aan en heeft niks goeds te bieden. Het is alleen verslaving, geen voedingswaarde. Maar als we aan verf denken: we willen nog steeds huizen verven. Dus laten we loodvrije verf maken. We willen ook nog steeds sociale media. Dus laten we manipulatievrije sociale media maken. Dan kunnen we een samenleving hebben met overlevingskansen.’

Lanier zet in op een ander soort sociale media, gebaseerd op een abonnementmodel, zoals de streaming services Netflix en hbo, voorbeelden die in zijn boek uitgebreid aan bod komen. ‘Rond de tijd dat Facebook werd opgericht ging men er nog vanuit dat de tijd voorbij was dat mensen worden ingehuurd om een tv-programma of film te maken waarvoor mensen betalen. Alles zou als Wikipedia worden – met een leger van vrijwilligers die met de wijsheid van de crowd aan hun zijde alleen maar betere dingen zouden creëren.’ Dat is onjuist gebleken. ‘Mensen betalen met plezier voor dingen die ze werkelijk willen. En wat ze krijgen is beter. Dit is het tijdperk van peak tv: televisie was nog nooit zo goed.’

Hetzelfde kan volgens Lanier met bijvoorbeeld Facebook gebeuren. ‘Als Facebook peak social media was, dus als je er goed, niet-gemanipuleerd advies zou kunnen vinden, het niet geïnfecteerd zou zijn met nepmensen en Russische inlichtingen-units, dan zou je ervoor betalen.’ En als mensen dat niet kunnen? ‘We kunnen altijd een vorm van subsidie verzinnen. In het tijdperk van de boeken bedachten we de openbare bibliotheek.’

Vooralsnog zijn peak sociale media nog ver weg, verzucht Lanier. Veel technologiebedrijven, inclusief Facebook, zetten in op robots en andere vormen van artificiële intelligentie waardoor we straks niet meer hoeven te werken. Hij noemt dat ronduit ‘stupid’. ‘Want als dat echt waar zou zijn, waarom moeten al die bedrijven dan onze data stelen? En waarom moeten we blij zijn dat die bedrijven ons waardeloos willen maken?’ Bedrijven zouden ons juist moeten betalen voor onze data, stelt Lanier. Hij wijst op de geschiedenis: een nieuwe technologie wordt geïntroduceerd, oude industrieën sterven af, nieuwe industrieën ontstaan en mensen vinden een nieuw soort banen. ‘Waarom kunnen we dat nu niet doen?’ Hij ziet een systeem voor zich waar je betaalt voor een dienst als Facebook, maar zelf ook betaald wordt als je iets maakt dat viraal gaat. Als mensen er later nog naar kijken of het hergebruiken, zou je royalty’s moeten ontvangen. ‘Dat is gewoon een eerlijke, eerzame manier om dingen te doen.’ Een dergelijk model zou mensen niet alleen economische waardigheid teruggeven, het zou ook goed zijn voor de techbedrijven zelf, denkt Lanier.

Van de vijf grote techbedrijven – Amazon, Apple, Google, Facebook en Microsoft – zijn er twee die volgens Lanier te veel leunen op wat hij noemt de ‘Bummer machine’, waarbij Bummerstaat voor Behaviors of Users Modified, and Made into an Empire for Rent. ‘Als die machine de enige manier is waarop je geld verdient, dan zijn je handen gebonden want je kunt nooit diversifiëren’, zegt hij. ‘Ik heb het natuurlijk over Google en Facebook.’

De huidige wereld vergelijkt Lanier met een casino. Hij neemt het voorbeeld van een beginnende musicus, ook omdat hij daar zelf grote affiniteit mee heeft. ‘Jij bent het die de risico’s moet nemen en alle kosten moet maken om je YouTube-video uit te brengen, terwijl het profit center – in dit geval Google – nul risico loopt en alle inkomsten opstrijkt. Ik noem dat een casino omdat de kans zo klein is dat je als musicus er ook beter van wordt.’

Sinds kort betaalt YouTube de succesvolste gebruikers op zijn platform. Lanier noemt het een goede stap, maar plaatst een kanttekening: ‘Ze hanteren nog steeds een communistisch centraal planningsmodel. Zij bepalen wie betaald wordt en hoeveel. Alsof zij alle wijsheid in pacht hebben.’ Dat gaat niet aan in een markteconomie: ‘Als je de ongelooflijke winsten wilt opstrijken die de markteconomie je biedt, moet je ook het lef hebben om de markt te laten beslissen.’

Hij richt zich nog eens op de Bummer-machine. ‘Stop met adverteren op de feeds! Breng de advertenties in verhouding met de opkomst van de betaalde economie die ik voor ogen heb.’ Hij legt uit waarom dit zo’n big deal is: ‘Zolang de feed gerelateerd is aan de advertentie – en andersom – creëer je die manipulatieve wereld die de rode loper uitlegt voor de Russen en andere slechteriken.’ Het is eigenlijk heel simpel: ‘Stap gewoon over op een betaald model. Je weet dat het het juiste ding is om te doen, Zuck.’ Ook wat wij kunnen doen, is simpel. ‘Oefen druk uit op de grote techbedrijven om Bummer te laten vallen. En delete al je sociale media-accounts, desnoods slechts voor een half jaar. Je zult zien dat je er alleen maar gelukkiger van wordt.’