Hoofdcommentaar

Socialistische crises

Reageer via Reactie/reactie.html

Bij de ene linkse partij vallen de verbodsbepalingen als rijpe appels van de boom. Bij de andere linkse partij regent het royementen. De reden voor deze harde handen is identiek. Beide partijen verkeren in verwarring, zij het dat de ene verward is door de electorale neergang en de andere juist door de groei. De pvda denkt zo het afvallige kiezersvolk terug te winnen, na de liberalisering die de partij uit het lood heeft geslagen. De sp moet de eigen gelederen gesloten houden nu verwatering van het ene grote doel dreigt.

De sociaal-democraten willen nu daarom niet alleen de verkoop maar ook het bezit van drank voor kinderen onder de zestien strafbaar stellen. Het is de zoveelste geopperde aanscherping van het strafrecht sinds de pvda in de regering zit. Wekelijks koerst ze meer richting de straffende staat, onder het mom van ‘solidariteit’. Het nevengeschikte ‘vrijheidsideaal’ levert per week navenant in. In die zin convergeert de pvda gestaag naar de sp toe. In een interview van Marcel ten Hooven in Vrij Nederland zei partijchef Wouter Bos vlak voor de zomervakantie: ‘Door zo gefixeerd te zijn op wetten en regels houden we ongewenste fenomenen in stand. (…) Sociaal-democraten zijn wat dit betreft te liberaal geworden.’

De redenering klopt op zichzelf. Politici hoeven niet alleen binnen de grenzen van de gevestigde orde te opereren. Bos laadt hooguit de verdenking op zich dat hij doet wat de Republikeinen in de VS al jaren met bijvoorbeeld abortus doen: tamboeren op morele waarden, juist omdat je weet dat je er toch niet meer aan kunt doen dan tamboeren, sterker, je mag blij zijn dat zulks niet kan omdat je anders je item kwijtraakt.

De socialisten op hun beurt hebben twee weken geleden de hoofdredacteur van het partij-orgaan Tribune geschorst, omdat die een oekaze van de partijleiding niet wenste uit te voeren en een artikel wilde afdrukken over de abusievelijk verkozen senator Yildirim. Na een korte periode van liberaliserende frivoliteit is Tribune nu weer in handen van het secretariaat.

Deze disciplinering heeft een hoop gedoe veroorzaakt. Plotseling is het nieuws dat de sp oogt als een kaderpartij, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen betalende leden en beslissende leden, tussen contribuanten en strijders. Ten onrechte. De sp is geen marxistisch-leninistisch bolwerk meer, zoals ze ongeveer vier decennia geleden is begonnen. Weliswaar is er in de SP geen sprake van spreiding van macht – de uitvoerders van de koers controleren ten dele zichzelf – het begrippenpaar ‘democratisch centralisme’ is te veel eer voor de statuten van de sp. Eigenlijk is er maar één bepaling hilarisch: het artikel waarin staat dat het lidmaatschap ‘niet overdraagbaar is en ook niet vatbaar voor erfopvolging’. Kennelijk is een huisjurist ooit bang geweest voor een ontwikkeling van die ene familie in Oss naar het voorbeeld van Kim (vader en zoon) of Ceausescu (man en vrouw). Qua partijstructuur lijkt de sp toch meer op de spd van Bebel dan op de latere cpsu van Lenin. Ook de spd was rond 1900 een van boven naar beneden geleide falanx. De sp mist alleen het intellectuele niveau van die spd. Want wie kan zich in de sp in de verste verte meten aan Karl Kautsky of Eduard Bernstein? Ronald van Raak of Derk Sauer?

Vandaar die ambtelijke crisis binnen de sp. Terwijl de pvda de verbodscultuur in ere herstelt om zich weer in de lagere middenklasse te positioneren, handhaaft de sp die uit angst voor zichzelf. De partijleiding van de sp, meestal nog geschoold door maoïst Daan Monjée, kent haar schrikbeeld: de cpn. De verschillen zijn groot. De cpn ging vooral ten onder omdat er in Nederland geen productief proletariaat meer bestond. De sp daarentegen baseert zich op een klasse die in de reproductieve sector werkzaam is dan wel reeds uit het arbeidsproces is gestoten. Maar de cpn kreeg begin jaren tachtig wel het laatste duwtje toen de academisch geschoolde garde de kans kreeg en nam om zich te roeren over vrouwenstrijd, homobevrijding en sovjetdissidenten. ‘Dood Brezjnev 24 uur geheim gehouden’, kopte De Waarheid toen de lezers amper kónden weten dat de man überhaupt dood was. Dit is geen aanlokkelijk voorbeeld.

Waar de SP personen zodoende uitschakelt, wil de pvda haar personeelsbeleid juist afschaffen. Althans als het aan Bos ligt. In het reeds gememoreerde interview met VN pleit hij voor een radicale personalisering van het leiderschap. ‘Het is goed voor de pvda dat de leden rechtstreeks hun lijsttrekker kiezen’, aldus Bos. Maar ‘dat is alleen zinvol als ze dan ook een inhoudelijke keuze kunnen maken, dus voor een kandidaat met een eigen programma’. Het oogt verdraaid democratisch, om niet te zeggen transparant. In landen met een tweepartijensysteem, zoals Amerika, is er ook wat voor te zeggen, omdat de bedding waarbinnen die twee partijen in zo’n constellatie opereren, wel erg breed móet zijn. Maar in een klassieker partijenmodel als het Nederlandse gaat dit pleidooi van Bos voorbij aan de geschiedenis van de sociaal-democratie. Sterker, het is een nagel aan de doodskist van de pvda als maatschappelijke en lerende organisatie.

Beide partijen proberen hun eigen onzekerheid op te lossen met bureaucratische maatregelen. Geen van beide zal de dreiging zo het hoofd kunnen bieden. Want sinds de Watersnoodramp van 1953 heeft centralisering, of die nu wordt bedreven ter wille van een collectieve leiding dan wel ter wille van één leider, nooit soelaas geboden voor welke socialistische partij in Europa dan ook. Ook in de politiek gaan vorm en inhoud nu eenmaal samen.