In Darfur worden nog steeds dorpen platgebrand. Al-Tawil Saadoun, 2 februari 2021 © Ashraf Shazly / AFP / ANP

Als Anas Bashir in 2014 wordt teruggebracht naar zijn cel, zegt een vriendelijk ogende bewaker: ‘Als je blijft weigeren te tekenen, gaan ze je doden. Dat hebben ze met een heleboel gedaan. Komt niemand ooit achter. Beter om naar ze te luisteren.’

Na vijf weken van martelingen, angst, honger en slaapgebrek tekent Bashir alsnog en wordt hij samen met zijn neef vrijgelaten. Hij krijgt zijn identiteitspapieren niet terug, wel wordt hem een meld- en zwijgplicht opgelegd. Uitgehongerd, vervuild, gewond, kleren kapot, bebloed en zonder geld staan ze op straat, uren lopen van huis. Wat Bashir maar niet uit zijn kop krijgt, is het dreigement dat als hij in Soedan doorgaat met het steunen van de rebellen, ze hetzelfde gaan doen met zijn moeder. Zijn leven in Soedan is geruïneerd.

Bijna een jaar later, op 15 oktober 2015, vertelt hij zijn verhaal aan een stagiaire van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (ind), terwijl zijn neef datzelfde elders in het gebouw doet. Bashir is sterk, hij vertelt coherent en gedetailleerd over zijn ervaringen. Toch helpt hem dat niet: hoewel de ind-medewerkers hem lijken te geloven, wordt hij afgewezen. Telkens weer.

De Nederlandse asielprocedure is namelijk, na een stille maar omvangrijke verbouwing, zeer rigide geworden. Een speciale beleidsafdeling binnen de ind schrijft niet alleen dikke stapels geheime instructies die beslismedewerkers dwingen om asielzoekers af te wijzen als hun verhaal niet door ambtsberichten wordt bevestigd, diezelfde afdeling zorgt er ook voor dat essentiële informatie over mensenrechtenschendingen buiten deze berichten blijft. Terwijl foutieve informatie van geheime diensten van vluchtlanden wél wordt opgenomen.

Dit blijkt uit gesprekken met twee dozijn (deels voormalige) ind-medewerkers, twintig betrokken ambtenaren bij Justitie en Buitenlandse Zaken, en met diverse Europese en Soedanese ambtenaren. Hun informatie werd bevestigd door met wob-procedures verkregen onderzoeksrapporten en interne communicatie.

Tot Bashirs verbazing krijgt hij nauwelijks vragen over de mensen die hem martelden, over hun wapens, methodes, hun namen, rangen of uniformen, hun onderlinge verhoudingen. De ind-medewerker vraagt ook niets over eventuele littekens op zijn lijf, en hij weet niet dat die als ondersteunend bewijs kunnen dienen. Bijna alle vragen gaan over de periode vóór Bashirs arrestatie: de fundraise-bijeenkomsten die hij hield in zijn ouderlijk huis. Drie keer vraagt de ind of hij politieke motieven had met deze bijeenkomsten. Bashir antwoordt steeds: nee.

Een voormalige beslismedewerker van de IND schudt zijn hoofd als hij het dossier leest. ‘Ja duidelijk. In de interne instructies staat dat als iemand in de hoofdstad van Soedan woont, je alleen asiel mag geven als hij zeer opvallende politieke activiteiten bedreef. Alleen als er steunbewijs is, bijvoorbeeld die littekens, zijn er nog mogelijkheden. Maar dat had die advocaat bij de eerste asielaanvraag in moeten brengen.’

De interviewer probeert er nog wel asiel voor hem uit te slepen, ziet de oud-medewerker. ‘Door drie keer te vragen of het niet politiek was, dat geld inzamelen. Maar na drie keer nee had de beslismedewerker weinig keus: hij moest afwijzen. Daarom zijn die dertig vragen over dat fundraisen gesteld. Die zijn ook gesteld aan zijn neef. Dan krijg je altijd kleine verschillen en daarmee wordt zo’n afwijzing dan, zoals dat heet, “gepersonaliseerd”, waardoor het beter verdedigbaar is bij de rechter.’

En zelfs als een gewone beslismedewerker tegen de interne regels in Bashir toch asiel had willen verlenen, had de afdeling Strategie en Uitvoeringsadvies (sua) daar een stokje voor gestoken, weet de voormalige ind-medewerker. ‘Want die zeggen vanwege het precedentrisico altijd nee. Daar hebben ze een hele toolbox voor met door de Raad van State geaccepteerde afwijsgronden. Als het niet over homo’s of christenen gaat, lukt hun dat vrijwel altijd.’

In zijn proefschrift Zoeken naar zekerheid (2019) constateert jurist Ralph Severijns dat ind-medewerkers vrijwel nooit meer naar verdragen, wetten of jurisprudentie kijken. Ze verlaten zich steeds meer op de almaar groeiende berg interne regels en werkinstructies, afkomstig van sua. sua-adviezen kun je niet negeren, zeggen ind-medewerkers. En als je dat toch wil, dan wordt je zaak overgenomen door een senior of door sua zelf.

Uit gewobte documenten blijkt ook dat sua regelmatig over individuele zaken ‘adviseert’, of de zaak zelfs overneemt. Dat hoort niet en dat zou op andere ministeries ook absoluut niet kunnen: een afdeling die beleidsregels maakt, die regels toepast, en ook nog zichzelf controleert.

In 2017 zit Bashir al maanden in vreemdelingendetentie in Rotterdam. Daar verblijft ook zijn vriend Samoa Tyijani. Als Nederland eind 2017 Tyijani gaat uitzetten maakt Bashir goede afspraken over contact met Tyijani en zijn familie. Daags na de uitzetting belt Bashir vanuit de gevangenis de broer van Tyijani, en nadat die meldt dat het niet goed gaat met Samoa, schakelt Bashir Amnesty International in.

‘Soedanese “diplomaten” worden heel vervelend als je iets aan de mensenrechten wil doen’

Tyijani had toen hij in Soedan was vrijgelaten foto’s van zijn door marteling veroorzaakte verwondingen naar Amnesty gestuurd. De mensenrechtenorganisatie liet daarna alles nog drie keer checken door eigen onderzoekers en stapte naar staatssecretaris Mark Harbers, die vervolgens sua inschakelde om deze zaak te bekijken.

Amnesty en gespecialiseerde artsen concludeerden dat Tyijani zeer waarschijnlijk was gemarteld, later zou het Nederlands Forensisch Instituut dit op verzoek van toenmalig staatssecretaris Fred Teeven bevestigen. sua negeerde echter het bewijsmateriaal en ging pas na Kamervragen aan het werk. Daarbij zochten medewerkers niet naar de feiten, maar naar tegenstrijdigheden in de verklaringen van Tyijani, zo blijkt uit een intern bericht. Die waren er niet.

Vervolgens belde sua Tyijani, op een onveilige telefoonlijn – ondanks het uitdrukkelijk verzoek om dit vanwege afluistergevaar niet te doen. Uit de transcriptie van het gesprek komt naar voren dat de sua-medewerker onmiddellijk met Tyijani begon te kibbelen of hij nu buiten of binnen was (hij was buiten zijn hutje, maar binnen de muur om de tuin) en omdat Tyijani volhield dat hij niet buiten was, terwijl er wel straatgeluiden waren, concludeerde sua: ongeloofwaardig.

Uit gewobte e-mails blijkt dat op het ministerie ruzie ontstond. Niet over wie hier fouten had gemaakt, maar over wie het Amnesty-rapport in twijfel mocht trekken. Een paar dozijn ambtenaren bemoeiden zich ermee, zowel binnen de ind als hogerop in het ministerie. Er werden echter nooit vraagtekens gezet bij het eigen gelijk. Eén vraag bleef in ieder geval onbesproken: wat moeten we doen als de Soedanese geheime dienst inderdaad zo’n martelorganisatie is?

Anas Bashir komt in de problemen vanwege de hulpverlening die hij organiseert. Zijn vader komt uit Darfur, en met enige regelmaat kloppen familieleden uit het verre oorlogsgebied aan, veelal gewond. Bashir regelt dat een ziekenhuisje in de buurt ze weer oplapt en geeft ze tijdelijk onderdak en eten. Omdat het er meer worden, organiseert Bashir samen met zijn neef diverse fundraise-bijeenkomsten die per keer enkele honderden euro’s opleveren. Daarmee worden de ziekenhuisrekeningen en soms wat noodhulp betaald.

Op een avond in augustus 2014 valt de geheime dienst met grof geweld binnen. Ze arresteren Bashir en zijn neef en mishandelen hen wekenlang. Bashir bevestigt onmiddellijk dat hij collecteert en geld geeft aan mensen uit Darfur en zelfs gewonden laat oplappen. In de orwelliaanse logica van de geheime dienst schiet het Soedanese leger alleen op gewapende terroristen, dus gewonden uit Darfur moeten wel terroristen zijn. Bashir verleent volgens de geheime dienst dus cruciale hulp aan gewapende terroristen, daar staat levenslang op.

De geheime dienst wil dat Bashir bekent dat hij tot de politieke en gewapende Darfur-oppositie behoort. Als hij weigert om zijn handtekening onder een blanco papier te zetten gaat het martelen door. Wekenlang. Hij vermagert sterk, vervuilt en wordt welhaast psychotisch van de slaaponthouding, de honger en de doodsangst.

sua vindt Bashirs verhaal ongeloofwaardig omdat het niet strookt met het ambtsbericht over Soedan, een bericht waar de speciale afdeling zelf grote invloed op heeft gehad. Het ambtsbericht uit 2010 meldde dat personen die zich inzetten voor slachtoffers van mensenrechtenschendingen in Darfur te maken kregen ‘met arrestatie en detentie’. Als dit zinnetje ook had gestaan in het volgende ambtsbericht, waarlangs Bashirs asielverhaal wordt gecheckt, had hij probleemloos asiel gekregen. Maar in het nieuwe ambtsbericht is dit ene zinnetje verdwenen. De vraag is waarom.

In antwoord op Kamervragen stelt staatssecretaris Teeven in juli 2011 dat er een strikte scheiding is tussen de schrijvers van het ambtsbericht en degenen die het vreemdelingenbeleid bepalen. Het ambtsbericht is volgens hem een onafhankelijk deskundigenadvies, geschreven door de experts van Buitenlandse Zaken en regelmatig getoetst door de Raad van State. Zo hoort het ook, in de wet staat dat de ind op geen enkele manier mag proberen het ambtsbericht te beïnvloeden. Gebeurt dit toch, dan hoort hiervan melding gemaakt te worden.

Uit de gewobte interne documenten blijkt echter iets anders: de baas van de ind (directie Migratiebeleid) vraagt aan zo’n tachtig ind-medewerkers om commentaar op het concept-ambtsbericht, waaronder aan sua. Vooral als Buitenlandse Zaken in het concept-ambtsbericht geweld of onrecht tegen bepaalde mensen of groepen meldt, levert dit pagina’s vol vragen naar allerlei extra details op.

Zo is het nu ook gegaan: in een brief van 20 april 2011 vraagt de ind specifiek of er ook risico is voor Soedanezen die níet verdacht worden van betrokkenheid bij rebellengroepen. De tussengroep waar Bashir onder valt (personen die slachtoffers helpen) verdwijnt daarop uit het ambtsbericht. Ook de conclusie van de VN-Vluchtelingenorganisatie unhcr dat Soedanezen met een niet-Arabische Darfurese achtergrond (ook als ze in Khartum wonen) extra risico lopen, is na druk van de ind uit het ambtsbericht verdwenen, zonder dat de unhcr die conclusie zelf heeft ingetrokken.

Het blijkt een patroon: telkens als de ind moeilijke vragen stelt over bepaalde passages, worden die afgezwakt, of ze verdwijnen uit het ambtsbericht. Andersom moet de ind volgens de wet alle mogelijk relevante informatie meegeven aan de opsteller van het ambtsbericht. Bij Soedan is dit niet gebeurd, bevestigt de opsteller, terwijl er wel degelijk nieuwe informatie beschikbaar was. In 2015 ontving de ind namelijk een rapport van de unhcr, dat het er sterk op leek dat de in 2013 door Nederland uitgezette Belaha direct na zijn aankomst in Soedan was gemarteld. Omdat de unhcr geldt als internationaal erkend deskundige had het ministerie dit rapport bij de aanvraag voor een volgend ambtsbericht moeten voegen. Dat is niet gebeurd.

Er wordt vanuit Soedan expliciet mee gedreigd om getuigen hun hand of hoofd af te snijden

In 2017 en 2018 worden drie Soedanezen teruggestuurd die bij aankomst in Soedan worden gemarteld. Het ambtsbericht dat gebruikt werd om hun laatste asielaanvragen af te wijzen, stelt dat Noorwegen en Zwitserland enkele afgewezen asielzoekers hadden teruggestuurd en dat geen van hen bij terugkeer werd gearresteerd. Hierop baseert de ind de stelling dat er ook vanuit Nederland geen risico kan zijn bij terugsturen. >

De bron is volgens een Engels rapport een diplomaat op de Noorse ambassade, wat volgens Noorse diplomaten niet klopt. ‘Het was waarschijnlijk onze Soedanese political officer, die dat op eigen houtje heeft gezegd’, verklaren ze nu. Deze political officers zijn volgens een Britse diplomaat een ‘pain in the ass’. ‘Ze lopen op alle ambassades rond, ze zijn zeer goed opgeleid, het zijn evident spionnen van de geheime dienst, ze willen overal bij zitten en ze worden heel vervelend als je iets expliciets aan de mensenrechten wil doen.’

Er worden vaker onbetrouwbare bronnen gebruikt. In het ambtsbericht van 2017 staat onder het kopje ‘terugkeer, risico voor mensenrechtenverdedigers’ een nieuw zinnetje: ‘Volgens diverse bronnen (die niet vermeld worden – ps) zou het slechts een klein aantal Soedanese asielzoekers betreffen.’ De bron blijkt Ahmed Eltoum Salim, een ex-vluchteling die met zijn ngo in Soedan teruggestuurde vluchtelingen probeert te helpen. Hij werkt zeer nauw samen met de Soedanese geheime dienst, vertelt hij in de tuin van de British Library in Londen. Dat kan niet anders als je iets met migranten doet, licht hij toe, en hij moet heel voorzichtig zijn om hun vertrouwen te behouden.

Salim had nooit als betrouwbare bron in het ambtsbericht terecht mogen komen, alleen al omdat hij zelf zakelijk belang heeft bij goede berichten over terugsturen. Bovendien heeft hij banden met de geheime dienst. De twee cruciale anonieme bronnen in het ambtsbericht die stellen dat Soedanezen veilig terug kunnen, zijn dus notoir onbetrouwbaar.

De toenmalige staatssecretaris Fred Teeven antwoordde in 2013 aan de Tweede Kamer dat de rechter bij twijfel het ambtsbericht kan toetsen, door zelf de anonieme bronnen op te vragen. Maar de rechter krijgt dan niet te zien dat deze bronnen onder strikte controle van de geheime dienst staan. Ook krijgt de rechter niet te zien welke cruciale informatie er onder druk van Justitie uit het ambtsbericht is verdwenen.

Soedanezen demonstreren tegen de beslissing van de IND om Soedan als veilig te bestempelen. Den Haag, 14 juli 2020 © Romy Arroyo Fernandez / NurPhoto / Getty Images

Nederland en Soedan hebben de laatste jaren warme banden ontwikkeld, blijkt uit de gewobte stukken. Dat begint in 2009, als het Internationaal Strafhof (icc) in Den Haag Soedans president en het hoofd van de geheime dienst aanklaagt. Kort daarna vergadert de halve top van de Soedanese geheime dienst in Den Haag. Nederland verstrekt daarvoor probleemloos alle visa. Notulen daarvan lekken deels uit: de in Nederland geregistreerde Soedanese nep-ngo Beit al Sudani wordt ingezet om vluchtelingen en getuigen voor het icc te bespioneren en te intimideren. Nederland laat het gebeuren, ondanks een melding vanuit Vluchtelingenwerk.

Soedan stationeert daarna diverse geheime agenten als diplomaat in Den Haag. Deze Soedanese spionnen proberen elektronisch het icc binnen te dringen. De Nederlandse geheime dienst heeft er veel werk aan om het icc hiertegen te beveiligen. Het Internationaal Strafhof waarschuwt in 2010 dat Soedan op zoek is naar getuigen van de genocide, om die het zwijgen op te leggen voor ze met het icc kunnen praten. Er wordt vanuit Soedan expliciet mee gedreigd om deze mensen hun hand, hoofd, of geslachtsdelen af te snijden.

Noorwegen, Duitsland en Engeland zetten Soedanese diplomaten uit die gevluchte landgenoten bespioneerden. In Nederland wordt hun geen strobreed in de weg gelegd. Van Soedanese getuigen van het Internationaal Strafhof die dermate geïntimideerd waren dat ze in Nederland asiel aanvroegen, wordt de asielaanvraag niet in behandeling genomen. Soms belanden ze in vreemdelingendetentie.

Vooral één Nederlandse ambtenaar onderhoudt de relaties met de Soedanese geheime dienst, blijkt uit de gewobte documenten. Deze medewerker van de Dienst Terugkeer en Vertrek (dt&v) heeft tientallen contacten met Soedanese ambassadespionnen in Nederland. Ook haalt hij de top van de Soedanese geheime dienst naar Nederland en leidt ze rond in de grensgevangenis in Rotterdam, toevallig precies op het moment dat Bashir en Tyijani daar opgesloten zitten. Hij geeft de Soedanese agenten alle mogelijke informatie over het Nederlandse asielsysteem en reist diverse keren naar Soedan, waar hij de allerhoogste generaals van de geheime dienst ontmoet. Dat tegelijkertijd diezelfde geheime dienst in Darfur 170 dorpen platbrandt, honderden onschuldige burgers vermoordt met gifgas en in andere uithoeken van Soedan nog twee oorlogen tegen burgers voert, daar heeft hij het niet over.

De Soedanese geheime dienst speelt het spel met de ambtenaar knap: naarmate de ambtenaar meer informatie met ze deelt, worden ze bereidwilliger om afgewezen asielzoekers terug te nemen. Zelf zegt de ambtenaar in een opiniestuk in NRC Handelsblad over afspraken met landen als Soedan: ‘Zo’n partnerschap is belangrijk, zowel voor de opvang van vluchtelingen in Europa en in de regio, als voor het aanpakken van de basisoorzaken van illegale migratie zoals instabiliteit en armoede. Het bespaart illegale migranten in de toekomst een gevaarlijke reis.’

De ambtenaar werkt nu bij de afdeling Rechtsbescherming van de Inspectie Justitie en Veiligheid. Dat is precies de organisatie die moet zorgen dat mensen door de ind niet worden teruggestuurd naar een land waar ze gemarteld worden. En waar asielzoekers die toch gemarteld zijn, moeten aankloppen voor hulp.

Anas Bashir zit nog steeds in de rats. Terwijl Nederland zijn uiterste best deed om het Amnesty-rapport niet serieus te nemen, gaat hij er vanuit dat Soedan dat wél deed. Daar zullen ze zich zeker hebben afgevraagd wie nu weer de goede reputatie van hun geheime dienst heeft besmeurd, zo vlak bij het Internationaal Strafhof. Toch heeft de ind, na eerder in de zaak van Bashir te zijn teruggefloten door de rechter, zich recent wéér voorgenomen om Bashir alsnog naar Soedan te sturen. Ondanks het feit dat het ambtsbericht meldt dat mensenrechtenverdedigers gevaar lopen en Amnesty een brief schreef over het dappere en gevaarlijke werk dat Bashir vanuit Nederland deed voor Amnesty.

Pieter Smit werkte eerder in Soedan en doet nu onderzoek naar de Nederlandse asielprocedure