Soekarno

Hij streefde het goede na, maar veroorzaakte vaak het tegenovergestelde. Zei Mohammad Hatta, ooit zijn strijdmakker, over hem. De eerste president van Indonesie was een brokkenmaker. Maar wel van het geniale soort. Van H. C. Beynon verscheen onlangs Verboden voor honden en inlanders: Indonesiers vertellen over hun leven in de koloniale tijd. Uitgeverij Jan Mets, 192 blz., f39,50
WIE OF WAT was Soekarno? De man had even veel facetten als er eilanden zijn in de Indonesische archipel. Het hangt er maar van af welke men ziet of wil zien om tot een oordeel te komen. Sommigen vereren hem, anderen haten hem. Zeker is dat hij een vurig temperament had, gepaard aan een onweerstaanbare charme en een groot redenaarstalent. Eigenschappen waardoor hij al vroeg leider van de Indonesische revolutie werd.

Eerlijkheidshalve dient vermeld te worden dat Soekarno’s strijd in de koloniale periode parallel liep met die van vele medestanders. Met name Mohammad Hatta en Sjahrir, die hun strijd als studenten in Nederland begonnen. Als trio zouden zij de onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 vieren, ondanks hun grote verschil in temperament. Er was echter beslist geen verschil in opvatting over het ideaal van de vrijheid. Nog voordat Soekarno bekendheid verwierf met de oprichting van zijn partij Perserikatan (vereniging) Nasional Indonesia in 1927 en nog voor zijn veroordeling in 1930 door de Landraad van Bandoeng wegens ‘lidmaatschap van een organisatie met als oogmerk misdrijven te plegen alsmede het gevestigde gezag onmver te werpen’, had Hatta als economiestudent in Rotterdam in 1922 al zijn Perhimpoenan Indonesia (Indonesische Vereniging) opgericht en in 1923 het maandblad Indonesia Merdeka gepubliceerd.
Ruim twee jaar voordat Soekarno in Bandoeng was gearresteerd en berecht, werden de bestuursleden van de Perhimpoenan in Nederland gearresteerd en berecht op beschuldiging van staatsgevaarlijke activiteiten. Hatta en de zijnen werden vrijgesproken en Soekarno kreeg gevangenisstraf. Maar dat accentueert slechts het verschil in rechtspraak tussen 'moederland’ en kolonie. Na terugkeer in Indie zouden Hatta en Sjahrir met vele landgenoten naar verschillende uithoeken van de archipel worden verbannen, tot de Japanners kwamen.
DAN VALT ER een schaduw over de loopbaan van Soekarno en Hatta, het tweespan dat Indonesie door de moeilijke periode van de Japanse bezetting naar onafhankelijkheid leidt. Felle tegenstanders beschuldigen hen van medewerking aan een fascistisch bewind. Soekarno verdedigde zich later: de afspraak was dat er formeel met de Japanners samengewerkt zou worden - met de uiteindelijke onafhankelijkheid voor ogen en ter voorkoming van groter leed dat anders het Indonesische volk zou zijn aangedaan.
Oke, maar de romoesha’s dan? Deze 'werksoldaten’ voor de Japanners werden bij tienduizenden onder vooral de Javaanse bevolking geronseld door middel van militaire razzia’s, via vrijwillige aanmelding op valse beloften of onder dwang van inheemse bestuurders. Volgens officiele Indonesische schattingen bedroeg het totaal aantal romoesha’s meer dan vier miljoen. Conservatieve schattingen stellen het aantal romoesha’s dat door ziekte, mishandeling en pure uitputting om het leven kwam op enkele honderdduizenden. Soekarno was de belangrijkste propagandist voor dienstneming als 'werksoldaat’.
Op de vraag of dat nu nodig was, antwoordde Soekarno: 'Het is de taak van een opperbevelhebber de oorlog te winnen, zelfs als dat betekent dat hij af en toe een veldslag verliest. Als ik duizenden moet opofferen om miljoenen te redden, dan doe ik dat. Wij zijn verwikkeld in een strijd op leven en dood. Als leider van dit land kan ik mij de luxe van gevoeligheden niet veroorloven.’
In Nederland heet Soekarno kort na de oorlog niettemin 'collaborateur’. 'Ons Indie’ moet daarvan worden 'bevrijd’ en dus wordt 'Operatie Produkt’ in gang gezet, onder het schijnheilige banier van een politionele actie. Maar Indonesie wint en neemt zijn rechtmatige plaats in de wereld in. Nederland likt zijn wonden en houdt een trauma over.
De overwinning van Indonesie wordt belichaamd door het tweespan Soekarno-Hatta. Soekarno is voor zijn volk de onaantastbare leider en magische held. Hatta, de democraat in hart en nieren, kan tempo en temperament van 'Boeng Karno’ niet bijhouden. Dat Soekarno bezeten lijkt van de eenheid, is goed. Dat hij bezeten lijkt van de strijd tegen imperialisme en neokolonialisme en om die redenen een lans breekt voor de 'permanente revolutie’ in de sfeer van Mussolini’s vivere pericoloso, bevalt Hatta minder. Hoe moet je onder zulke bewogen omstandigheden met nuchterheid en zakelijkheid de bouwstenen aandragen voor een welvarend en sociaal rechtvaardig Indonesie? zo vraagt hij, en velen met hem, zich af.
Het gaat Soekarno niet snel genoeg. Er moeten knopen worden doorgehakt en daarom pleit hij voor demokrasi terpimpin, een 'geleide democratie’, uiteraard door hem. Volgens Soekarno deugt de westerse liberale democratie niet voor een natie in opbouw. Hatta en de democraten daarentegen menen dat de parlementaire democratie langzaam moet worden opgebouwd, omdat zij nooit een kans heeft gehad tijdens de eeuwen van kolonialisme en Japans militair fascisme. Zij vinden dat het parlement niet voortdurend onder druk mag worden gezet door de president.
De president verliest zijn geduld en de vice-president neemt in 1956 wanhopig ontslag. De dwitunggal, de twee-eenheid die Indonesie in tegen- en voorspoed naar onafhankelijkheid leidde, behoort tot het verleden. Soekarno heeft nu de handen vrij. In het decennium dat dan volgt, verloopt alles in adembenemend tempo. De goden zijn hem welgevallig; hij overwint afscheidingsbewegingen in de buitengewesten, hij manoeuvreert het politiek verzet tegen zijn streven naar een autocratisch bewind op dood spoor en hij overleeft zes aanslagen op zijn leven. Boeng Karno is in de ogen van zijn claque en het begeesterde volk inderdaad de onschendbare superheld uit de wajang-verhalen.
INDONESIE IS Soekarno en Soekarno is Indonesie. Veel critici worden door de orkaan van de revolutie getroffen. Ze worden in hun activiteiten belemmerd, krijgen huisarrest, de pers wordt aan banden gelegd en het ambtenarenapparaat en de leiding van het hoger onderwijs worden gezuiverd van elementen die niet solidair zijn met het bewind. Soekarno radicaliseert verder in linkse richting. Alle remmende politieke invloeden zijn weggewerkt en ten slotte berust de macht in Indonesie op de driehoek van president, leger en Partai Komunis Indonesia (PKI). De partij heeft tegen die tijd, inclusief mantelorganisaties, meer dan tien miljoen leden. De president weet met zijn gave voor manipuleren de twee machten in evenwicht te houden door telkens een stap voor te zijn in revolutionair gedrag en in het scheppen van nieuwe argumenten om de revolutie gaande te houden.
Als de kwestie Nieuw-Guinea in 1963 is opgelost door overdracht van het gebied aan Indonesie, wordt de stichting van de federatie Maleisie een geschilpunt. Soekarno ziet hierin een voortzetting van het neokolonialisme en imperialisme van de Britten en lanceert de Ganjang Malaysia-campagne ('Vernietig Maleisie’). Het eerder beproefde recept van de konfrontasi met Nederland in de kwestie Nieuw-Guinea wordt nu op de Britten en Maleisie toegepast. De Britse ambassade gaat tijdens massale demonstraties in vlammen op. In een moeite door krijgen de Amerikanen nog een veeg uit de pan met acties tegen diplomatiek personeel en consulaire gebouwen.
Als de Verenigde Naties, ongehinderd door de straatwoede in Jakarta, Maleisie accepteren als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad, is voor Soekarno de maat vol. Indonesie trekt zich terug uit de Verenigde Naties. Het land was al eerder uit de Olympische organisatie gestoten omdat het weigerde Israel en Taiwan toe te laten tot de Aziatische Spelen in Jakarta.
VOOR DE PERMANENTE revolutie wordt een hoge prijs betaald: isolement. Alleen de Chinese Volksrepubliek, Cambodja en Noord-Korea hebben begrip voor het streven van de Indonesische president naar een nieuwe wereldorde. Soekarno voorziet daarom een sterke as die de vier opkomende landen verbindt. Het aantal Indonesiers dat de duizelingwekkende ontwikkelingen niet langer kan volgen, begint echter groter te worden dan de groep die nog gelooft in de leuzen en een stralende toekomst. Honger, armoede, inflatie, corruptie en verval werken ontnuchterend en maken plaats voor een gevoel van wrok. De opgekropte haatgevoelens ontladen zich als een poot van de machtsdriehoek wegvalt in de staatsgreep van 30 september op 1 oktober 1965. In de vuurzee wordt de PKI weggevaagd, worden naar schatting 250-duizend tot een miljoen Indonesiers over de kling gejaagd en verscheurt de 'permanente revolutie’ haar eigen kinderen onder wie de leider, die zich zo had ingezet voor de eenheid van het land.
President Soekarno wordt in maart 1968 afgezet en opgevolgd door president Soeharto en de 'Nieuwe Orde’. Een contrarevolutionaire orde die niettemin wortel zal schieten in aarde, vruchtbaar gemaakt door de Grote Leider van de Revolutie.
Hatta heeft eens gezegd dat Soekarno altijd het goede nastreefde, maar vaak het tegenovergestelde veroorzaakte. Soekarno, volkomen geisoleerd van de wereld, van zijn volk, van zijn getrouwen, overlijdt op zondagmorgen 21 juni 1970.