Sokoerov zoekt de verkwistende dood

De films van de St.-Petersburgse cineast Aleksandr Sokoerov zijn zo wonderlijk compromisloos dat het verbazingwekkend is dat ze kunnen worden gemaakt. Ik hoef er misschien niet eens bij te schrijven dat die wonderlijkheid alleen maar meer verbazing wekt nu de crisis in de Russische filmerij definitief is. Om de wonderbaarlijkheid nog verbazingwekkender te maken, produceert Sokoerov zijn radicale, geheimzinnige en nagenoeg hermetische films in een enorm tempo.

Er gaat geen jaar voorbij of er is een nieuwe Sokoerov, en jaren met meer dan een film zijn voor hem geen uitzondering. Momenteel is in Nederland zijn Elegia iz Rossii te zien - vreemd genoeg voor zo'n intens Russische film uitgebracht onder de titel Elegy from Russia - terwijl onlangs in Berlijn alweer een nieuwere Sokoerov werd gepresenteerd, namelijk Tichie Stranitsui (die hier waarschijnlijk niet Verborgen Bladzijden zal gaan heten, maar Whispering Pages).
Elegy from Russia heeft als ondertitel Sketches for Sleep (Etyudy dla sna) en ik moet bekennen dat ik, de eerste keer dat ik deze film zag, letterlijk deels slapend heb ‘gekeken’. Door het tempo (dat traag is), zijn gebruik van geluid (dat zeer minimaal, haast fluisterend is) en een niet verhalende opvolging van soms duistere beelden heeft de film iets hypnotiserends. Hij bestaat uit flarden die op zich prachtig en intrigerend zijn, maar zich niet tot een geheel lijken te willen voegen. Je zou de film misschien kunnen zien als een reeks dromen en herinneringen zonder dat er een specifiek individu is aan te wijzen aan wie de dromen en herinneringen toebehoren.
Na mijn eerste, deels verslapen poging heb ik de film nog tweemaal teruggezien, maar een meer wakkere beschouwing leverde niet direct meer inzicht op. De film geeft zijn geheimen moeilijk prijs, wat op zich erg prettig is want er zijn maar weinig films waaraan bij herzien nog iets te ontdekken is. Aan de andere kant geloof ik dat de film mij gezegd heeft wat hij wil zeggen. Ik geloof zelfs dat ik ondanks mijn wegdommelende momenten al de eerste keer heb ondergaan wat Sokoerov zijn kijkers wil laten meemaken.
Sokoerov zet namelijk direct hoog en duidelijk in: dit is een film die gaat tot de drempel van de dood. Dichter bij de dood kan een film denk ik niet meer komen. Het beeld is zwart en een man is bezig aan zijn laatste ademhalingen. Als de adem wegsterft, wordt het langzaam licht. Het doet griezelig echt aan, de filmer aan het sterfbed, maar laat ik het maar op fictie houden.
De film bevat verder weinig fictie, hij is voor een groot deel opgebouwd uit archiefbeelden. In de eerste helft zijn dat vooral prachtige oude foto’s van Maxim Dmitrijev: documentaire foto’s van het voor-revolutionaire Rusland, van sprookjesachtige basilieken en in lompen gehulde arbeiders. Retrospectief tonen de foto’s als in een oogopslag hoe dood en verderf in Rusland hebben huisgehouden omdat ze een volledig weggevaagde wereld laten zien.
In een later gedeelte van de film gebruikt Sokoerov onvoorstelbaar journaalmateriaal uit de Eerste Wereldoorlog. Een handjevol soldaten sluipt door een onwerkelijk mooi belicht bos waar zo nu en dan volgens een volstrekte willekeur een mortiergranaat inslaat. De kans dat die paar soldaten in dat enorme woud worden geraakt, lijkt gering. Ondanks de inslagen heerst er een vreemde vredigheid in het bos.
De bosbeelden houden aan, wat voor journaalbeelden merkwaardig is. Ze blijven aanhouden en dan besef je dat Sokoerov zijn droom en nachtmerrie in een archief heeft teruggevonden. Hij doorsnijdt de beelden met opnamen van wat de tegenstander moet zijn. Jongens werken zich achter een stuk mortiergeschut in het zweet met laden en herladen voor wat een schieten in het niets lijkt te zijn. De dood is met grote verkwisting aan het werk. Uit het nog immer fraaie bos dragen twee soldaten een gewonde kameraad. Mogelijke achterblijvers worden verhuld door tegenlicht en, ondanks het zwart/wit, frisgroene varens. Sokoerov weet waar hij de dood moet zoeken.