Profiel: Erik Hazelhoff Roelfzema

Soldaat van Oranje

«Wie te veel denkt aan de toekomst, heeft geen toekomst», is het motto waarmee de 84-jarige Erik Hazelhoff Roelfzema het leven tegemoet treedt. Vasthouden aan zekerheden heeft de oorlogsveteraan, jurist, schrijver en journalist nooit gewild. Liever volgde hij zijn intuïtie naar het ongewisse. Het deed hem tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet belanden en in de jaren vijftig aan de zijde van de Ambonese vrijheidsstrijders tegen de republiek Indonesië.

Over zijn ervaringen schreef hij twee boeken, waarvan de eerste, Soldaat van Oranje, in 1980 de bioscooppremière beleefde, met in de hoofdrol het legendarische duo Rutger Hauer en Jeroen Krabbé en in een bijrol Rijk de Gooyer die als nazi een van de verzetsmakkers luid grinnikend doodmartelt. Het daverende succes van die film hoopt producent Rob Houwer nu opnieuw te evenaren met de verfilming van Hazelhoff Roelfzema’s tweede, vorig jaar verschenen boek Op jacht naar het leven.

Soldaat van Oranje herleeft volgend jaar helaas zonder de onweerstaanbare, blonde Fries-Amerikaanse acteur Hauer die inmiddels te oud is om een jonge Erik te kunnen zijn. De nieuwe film pakt de draad op waar Soldaat van Oranje eindigt, als koningin Wilhelmina, komend uit Londen, in het bevrijde vaderland uit een Dakota stapt met aan haar zijde de speciale adjudant Hazelhoff Roelfzema.

Het zal alleen al spannend zijn om te zien hoe straks de politiek nog steeds uiterst gevoelige kwestie-Indonesië wordt neergezet aan de hand van het persoonlijke relaas van Nederlands grootste verzetsicoon. Zeker in het licht van de actuele problemen op de Molukken en de twijfelachtige rol die de toenmalige Nederlandse regering in het Indonesië-conflict heeft gespeeld.

Wie Hazelhoff Roelfzema’s boeken kent, kan zich alvast verheugen op een bloedstollend verhaal. In de jaren vijftig koos hij na een mislukt verblijf in Amerika, waar hij probeerde aan de bak te komen als verkoper van herenkleding en als Hollywood-acteur onder de naam Eric Drake, opnieuw voor een militair avontuur. Dit keer in zijn oude moederland in de gordel van smaragd. De dekolonisatie had, anders dan in de kringen waarin hij verkeerde, zijn sympathie, net als even later de vrijheidsstrijd van de Ambonezen tegen de nieuw opgerichte republiek Indonesië. De Ambonezen hadden in 1950 de Repoeblik Maluku Selatan (RMS, de Republiek der Zuid-Molukken) uitgeroepen. Volgens Hazelhoff Roelfzema hadden zij daar het volste recht toe. «De zaak van de RMS — moreel onaanvechtbaar, legaal onweerlegbaar, bedreigd door de overmacht van Indonesië dat zich gesteund wist door de onbegrensde invloed van een onwetend, pragmatisch, naïef Amerika — was puur als goud en hopeloos vanaf het eerste begin.»

De jonge getrouwde vader stortte zich als geheim agent in dit politieke wespennest, want «de Ambonezen stonden voor alles waarvoor ik in de oorlog gevochten had: vrijheid, recht op zelfbeschikking en nationale identiteit». De poging om de Indonesische blokkade te doorbreken, mislukte jammerlijk.

Als alles niet gebaseerd was op echte feiten, dan zou de schrijver van het script van beide films al gauw worden beticht van schromelijke overdrijving. Het leven van Erik Hazelhoff Roelfzema is zogezegd bigger than life, vol hoogtepunten en dieptepunten. Zijn knappe, glamour uiterlijk en zijn voorliefde voor mooie vrouwen maken hem bovendien bij uitstek een geschikt personage voor verbeelding op het witte doek. In zijn boeken beschrijft hij op nonchalante, relativerende en corporale toon zijn jaren als Engelandvaarder die vanuit Londen heen en weer pendelt naar het bezette continent. Later werpt hij als piloot van de Royal Airforce bommen af boven de Duitse steden, en als speciaal adjudant van koningin Wilhelmina denkt hij binnen haar kleine kring van intimi mee over de nieuwe politieke contouren van het herrijzende Nederland.

Zijn naoorlogse periode is niet minder turbulent. Na het avontuur in het Verre Oosten, de moord en intriges tijdens de hoogtijdagen van de Koude Oorlog als hoofd van Radio Free Europe in Amerika en zijn succes en val als president van een internationaal televisiebedrijf, trekt de oorlogsveteraan zich met zijn tweede vrouw Karin — een Zweedse schone met staalblauwe ogen en platinablond haar — terug op bounty-eiland Hawaii.

Met de koninklijke familie onderhoudt hij sinds de jaren ’40-’45 een sterke band. Bij vier generaties Oranjes is hij kind aan huis. Maar zijn oranjegezindheid mag niet worden verward met blind conservatisme. Zijn onconventionele, niet-bekrompen, eigenzinnige levensinstelling getuigt van het absolute tegendeel.

Zijn levenspad loopt langs de grote lijnen van de geschiedenis van de twintigste eeuw, en begint onder de koperen ploert van «ons Indië», waar hij opgroeide als zoon van ouders die beiden afkomstig waren uit de zogeheten bevoorrechte klasse. In 1930 keerde de familie terug naar Holland, «een samenleving van verzuiling en waar je positie werd bepaald door wat je ouders deden, welke buurt je woonde, welke school je ging en met welk accent je praatte».

In het «land van vakjes» heeft hij nooit echt kunnen aarden, en hij had al voor de oorlog de drang om de wereld te verkennen. Als student — hij studeerde rechten in Leiden, waar hij net als vele generaties familieleden voor hem lid werd van het studentencorps — trok hij in 1938 liftend door Amerika. Daarover schreef hij de bestseller Rendezvous San Francisco. Een jaar later kwam hij als correspondent voor het Handelsblad in de Fins-Russische oorlog terecht. De winter was koud en de kogels vlogen hem om de oren. Het werd slechts een mild voorproefje voor later.

Hazelhoff Roelfzema behoort niet bepaald tot het type doorsnee Nederlander zoals historicus Chris van der Heijden die heeft beschreven in het dit jaar verschenen boek Grijs verleden. Van der Heijden is van mening dat niet morele keuzes, maar toeval, omstandigheden en klein opportunisme de positie van Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog bepaalden.

Hazelhoff Roelfzema wist op 10 mei 1940 meteen dat «in het leven van ieder mens ogenblikken voorkomen waarop hij tot zichzelf zegt: tsja, dat kán niet. En dan dóet hij iets.»

Met een mengeling van overtuigde vaderlandsliefde, sterke anti-Duitse gevoelens, een vaag soort humanistische idealen en vooral enorme avontuurzin en drang naar vrijheid meldde hij zich bij het verzet. Zijn moeder had hem even daarvoor vanuit zijn ouderlijke huis in Wassenaar vaarwel gekust met de woorden: «Ik denk niet dat we je ooit nog levend terugzien, maar besef wel dat we er vrede mee hebben.» In 1950 deed zijn vrouw hetzelfde, hoewel Hazelhoff Roelfzema min of meer had verzwegen wat zijn gevaarlijke missie in Indonesië inhield.

In zijn boek schrijft hij: «Het leven is een continuüm van waardeschattingen. In vredestijd als we in een ordelijke samenleving moeten passen, worden we verondersteld naar redelijke maatstaven te oordelen. In oorlog als waanzinnige daden en opvat tingen van ons worden verwacht, kunnen we alleen op onze emoties terugvallen. (…) Bij het uitbreken van de oorlog was ik er als de kippen bij. Gewoonlijk wordt enthousiasme van stoere jongens beloond met een snel exit van het levenstoneel, maar dankzij onwaarschijnlijke ingrepen van mysterieuze krachten die mij blijkbaar welgezind waren — en nog zijn — kwam ik redelijk intact de Tweede Wereldoorlog uit.»

Van heldendom heeft hij nooit gehouden. Toen hij begin jaren zeventig voor de presentatie van zijn eerste boek even in Nederland was, werd hij tot zijn grote ontsteltenis geconfronteerd met een stoere-jongens-mentaliteit ten aanzien van de oorlogsjaren. Met verbazing hoorde hij op reünies hoe zijn vroegere krijgsmakkers met onderscheidingen op hun revers verhalen opdisten over saamhorigheid, vaderlandsliefde en heldendaden tegen de moffen. Hij overpeinst dit in verwarring. «Aan de borreltafels warrelen de herinneringen, ergens in het duister roert zich onderbewust de onverteerbare afgrijselijkheid van doodsangst en massamoord.»