Soldaten van veronica

IN AMERIKA IS HET al sinds mensenheugenis schering en inslag: het in bruikleen geven van militair materieel en manschappen ten bate van grote speelfilms en televisieseries. Films als Top Gun en An Officer and a Gentleman zijn naast kassakrakers over de gehele wereld toch vooral artistieke impressies van vlootdagen en spectaculaire beelden van de nieuwste straaljagers. Een behartenswaardig gedeelte van de Amerikaanse filmindustrie is in feite niet eens meer denkbaar zonder de bereidwillige medewerking van het militair-industrieel complex.

De top van het Amerikaanse leger weet zich op deze wijze verzekerd van een permanente mediacampagne, gericht op juist de jongerenmarkt waar een beroepsleger het van moet hebben, en spint er dus goed garen bij. Het lijkt de generaal van het leger van de Verenigde Staten niet eens veel te kunnen schelen waar de films die hij sponsort precies over gaan. Meestal betreft het nog John Wayne-achtig patriottisme, maar hier en daar wordt er wel heel losjes omgegaan met de grenzen van propaganda. In sommige producties is de plot vergeven van hogere officieren die toch van de KGB blijken te zijn, of ontpopt een president zich gaandeweg als buitenaards wezen, gekropen uit een of andere ufo. Onder het mom any publicity is good publicity gaat de Amerikaanse legertop akkoord.
IN NEDERLAND ontbreekt deze ervaring tot nog toe. De werving voor het nieuwe beroepsleger geschiedde reeds enige jaren op MTV-achtige wijze, maar echt swingen deed het allemaal nog niet.
Daar komt binnenkort verandering in. Op 19 februari aanstaande gaat de eerste aflevering van de Veronica-serie Combat het scherm op. Het is de televisie-comeback van Willeke Alberti, de ex van producer John de Mol, die diep in de jaren zeventig alle kijkrecords verbrak met haar rol van Marleen Spaargaren in De kleine waarheid. In Combat speelt la Willeke de rol van echtgenote van een adjudant. Ook Goede tijden, slechte tijden-ster Babette van Veen geeft acte de présence in deze serie, die een groep jonge soldaten volgt als zij door de harde opleiding en avonturen in Duitsland uiteindelijk komen tot grote kameraadschap.
Combat is een productie van John de Mol, tegenwoordig onderafdeling van Endemol Entertainment, en de Nederlandse landmacht stak er voor maar liefst 5,2 miljoen gulden (het budget dat er maximaal voor is vrijgemaakt) aan materieel en manschappen in. In Eindhoven werd de Constant Rebeque-kazerne ervoor gereserveerd. Tanks en straaljagers fiugeren op de achtergrond.
HET INITIATIEF stond al vanaf het prille begin bloot aan veel kritiek. In de Tweede Kamer werd indertijd verontrust gereageerd op de deal tussen generaal Couzy en John de Mol. Hun verbintenis om tot de serie - toen nog bekend onder de later in de ban gedane titel Charlie Compagnie - te komen bracht zowel PvdA, CDA als GroenLinks in staat van grote beroering. De consternatie richtte zich vooral op de eerbiedwaardigheid van de krijgsmacht. Wat zou er overblijven van het toch redelijk respectabele imago als De Mol er met zijn ‘emotie-tv’ overheen was gegaan?
Couzy verzekerde dat het hier juist ging om een buitenkansje: voor het luttele bedrag van 5,2 miljoen verzekerde de krijgsmacht zich van de goedkoopste pr-campagne die ze zich maar kon wensen, en effectiever dan een hele reeks veel te dure Ster-spotjes. In feite zat de landmacht met de serie voor een dubbeltje op de eerste rang, aldus Couzy. Overheidssponsoring was sowieso al normaal geworden: als minister van Financiën had Wim Kok nota bene 65.000 gulden op tafel gelegd om twee keer te mogen optreden in de Vijfuurshow van RTL4. Alleen al in 1990 en 1991 hadden de diverse ministeries zeventien miljoen gulden betaald om in een of ander tv-programma verborgen reclame voor zichzelf te maken. Dan ging het er in Combat, waarin de landmacht als co-sponsor optrad, toch een stuk ethischer aan toe. Bovendien, zo luidde Couzy’s filosofie: sinds het einde van de Koude Oorlog waren er veel misverstanden over de krijgsmacht die via de serie weggenomen konden worden.
De RVD werd over de onderneming geconsulteerd en gaf er ook haar zegen aan.
DE BEHOEFTE AAN betere publiciteit is anno 1998 nijpender dan ooit bij de krijgsmacht. Met de omvorming van het Nederlandse militaire bedrijf tot een beroepsleger is het belangrijker dan ooit om de werving voor professionele krachten te verbeteren. Vooral bij de landmacht. Afgelopen jaar wist de landmacht maar 3120 mensen te bewegen tot het tekenen van een contract. Er waren vierduizend rekruten nodig.
Het Srebrenica-trauma doet het imago van de strijdkrachten al helemaal geen goed. Het werk dat met lonkende Malboro Man-achtige reclames aan de jongens en meisjes wordt gebracht, bleek gevaarlijk en vooral weinig eervol.
Om het ontstane tekort te bestrijden zijn vanuit de Tweede Kamer voorstellen gelanceerd om de minimumleeftijd voor de nieuwe soldaten te verlagen tot zestien jaar, hetgeen in de wereld van de officiersverenigingen en in de politiek tot grote verontwaardiging leidde. Smalend sprak men daar van misbruik van 'kindsoldaten’.
Bij de Rode Baretten is ook al water bij de wijn gedaan; de nieuw te werven jongens en meisjes mogen voortaan al met een lengte van 1 meter 65 meedoen - een concessie van maar liefst vijf centimeter.
COMBAT MOET deze noodlottige ontwikkeling een halt toeroepen. De serie, zo verkondigde de landmacht eerder, is bedoeld om 'een grotere naamsbekendheid te krijgen, het imago te verbeteren of te versterken en - in het licht van de overgang naar een beroepsleger - het rendement van de wervingsactiviteiten te verhogen’.
Om er zeker van te zijn dat de serie het juiste effect sorteert, hield de krijgsmacht vanaf het prille begin een vinger aan de pols. Namens de Koninklijke Landmacht werd luitenant-kolonel Harry van den Beucken benoemd tot 'projectofficier’ die de productie van Combat nauw zou volgen. Volgens Van den Beucken is het resultaat het aanzien meer dan waard. December verleden jaar kwam de top van de landmacht een kijkje nemen bij John de Mol Produkties, en na het bezichtigen van de eerste aflevering gaf men van die kant het groene licht voor de uitzending.
Van den Beucken: 'Combat is een dramaserie, geen langgerekte wervingsspot. Het moet een realistisch beeld geven van de krijgsmacht, die sinds het einde van de Koude Oorlog een geheel andere gedaante heeft gekregen. Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat het leger zou meewerken aan een dergelijke productie. Ik zie het als het bewijs van de nieuwe openheid die bij het leger heerst. Het is die openheid die we met Combat hebben willen comuniceren.’
DIE NIEUWE OPENHEID wekte bij de schrijvers van Combat nogal wat verbazing. De later uit het project gerangeerde scenarist Dick van den Heuvel, verantwoordelijk voor het bedenken van de meeste karakters in de serie, verbaasde zich naar eigen zeggen enorm over de schijnbaar overwonnen taboes. Van den Heuvel, zelf ooit dienstweigeraar: 'De militairen die meewerkten aan het bedenken van de serie, gingen veel verder dan ik van tevoren had durven dromen. Die kwamen bijvoorbeeld naar me toe met de opmerking: “Zeg, er moet ook wel iets over drugsgebruik in, hoor”.’
En zo geschiedde: het was alsof de landmacht juist alles op alles wilde zetten om te laten zien dat het daarbinnen al even wild toegaat als op de gemiddelde houseparty in de Amsterdamse binnenstad. Gezien het Veronica-kijkerspubliek is dat waarschijnlijk ook de juiste strategie. Van den Beucken vertelt dat de krijgsmacht de effecten van de serie op het publiek heeft laten testen door aan het leger verbonden gedragswetenschappers. Ook een extern adviesbureau werd daarbij ingeschakeld.
TOCH ZIJN ER tijdens het maken van Combat de nodige problemen geweest. Hoofdscenarist Dick van den Heuvel brak met het project omdat hij naar eigen zeggen niet kon voldoen aan de eisen die Endemol aan hem stelde.
Van den Heuvel: 'Af en toe wil ik wat tijd in een serie om een karakter wat verder uit te diepen’, zegt hij. 'Maar daar zaten ze bij Endemol niet op te wachten: “Ben je gek, dan verliezen we kijkers”, werd dan gezegd. Uiteindelijk hebben we toen maar besloten dat het het beste was als ieder zijn eigen weg zou gaan. Ik kon gewoon niet maken wat zij wilden.’
Van den Heuvel werd vervangen door schrijver Jan Harm Dekker (bekend van de soap Onderweg naar morgen). 'Bij een productie als deze bestaan altijd spanningen’, zegt Dekker. 'Er zijn nu eenmaal verschillende belangen in het spel, dus je zult moeten leven met wat compromissen.’
Toch komt er volgens Dekker in Combat een breed scala aan actuele problemen van de moderne krijgsmacht aan de orde: 'We hebben de trauma’s van een Srebrenica-achtige uitzending in den vreemde in de serie verwerkt. Ook de Duits-Nederlandse samenwerking komt aan de orde. Alleen kregen we geen groen licht om de aidsproblematiek in de serie te verwerken. Dat vond men toch niet helemaal representatief.’
OOK WAT BETREFT de regie waren er problemen. Aanvankelijk had producent Jos van der Linden namens John de Mol regisseur Gerrard Verhage (bekend van de bekroonde speelfilm Ik ga naar Tahiti) gevraagd. Deze was aanvankelijk enthousiast. 'Het leek me uitermate spannend en aantrekkelijk om die serie te maken’, aldus Verhage. 'Zeker gegeven de openheid die men van alle kanten leek te betrachten. Het leek me heerlijk om een serie te maken over dat knotsgekke Nederlandse leger, dat toch wereldwijd een naam heeft op te houden als een zuipend en snuivend zooitje ongeregeld. En dan met echte F16’s en echte tanks! Het is uiteindelijk uniek dat de landmacht eraan wilde meewerken. En ook het budget leek aanvankelijk dik in orde. Ik was wel verbaasd over de uitnodiging, want mijn werk gaat toch een geheel andere richting uit. Maar mij werd verzekerd dat ze me juist voor mijn kwaliteiten wilde hebben. Uiteindelijk haakte ik af omdat de voorwaarden om die kwaliteit te leveren, toch bleken te ontbreken.’
De regie kwam uiteindelijk in handen van Wil Koopman, een nog betrekkelijk onbekende regisseuse, die onder meer afleveringen maakte van Bureau Kruislaan, een Vara-productie, en de RTL4-serie Vrouwenvleugel. Zij werd bijgestaan door Hans Scheepmaker, die eerder betrokken was bij Goede Tijden, Slechte Tijden en Goudkust.
DE PERSVIEWING van de eerste aflevering van Combat moet nog geschieden, maar in het immer roddelende wereldje van het Nederlandse tv-amusement zijn de eerste geluiden niet al te optimistisch. Volgens insiders ging Combat diep gebukt onder het streven naar maximale winst dat Endemol naar de hoogste toppen van de mondiale tv-markt drijft. Aanvankelijk was er 3,5 ton per aflevering gereserveerd voor Combat. Maar een derde van dat geld verdween al gelijk in de zak van De Mol.
De vrees bestaat dat de serie uiteindelijk niet zal aanslaan bij het publiek, en dat de Nederlandse krijgsmacht als gevolg daarvan weer in de schulp zal kruipen. De droom van veel Nedelandse tv-producenten dat de krijgsmacht zich zal omvormen tot een facilitair bedrijf ten bate van de vaderlandse showindustrie, zou dan een droom blijven.
Luitenant-kolonel Van den Beucken blijft echter pal staan voor zijn geesteskind. 'De serie zal het gewenste effect sorteren: de krijgsmacht zal er meer bekendheid bij het grote publiek door krijgen. Bestaande vooroordelen zullen erdoor worden weggenomen. Maar of het voor herhaling vatbaar is? Voor die vraag is het nog veel te vroeg.’