Solo van de veranda popmuziek

Zo'n heel opgetogen drumbeat. Met het blikkerige geluid van de jaren tachtig. Denk aan Grandmaster Flash, The Sugarhill Gang - Kriss Kross voor mijn part. Hoge tonen met het geluid van een springtouw dat de stoep raakt, Double Dutch. Zo klinkt een schoolplein. Meisjesstemmen zingen zoet: ‘The white boy is back.’ Mooi proberen ze uit te halen, als in een radiospot: ‘Cause you know he’s the white boy.’

Boem. Zware hiphopbeat zet in. Everlast zet in, zwaar en stoer volgt een vrij traditionele rap. Over het kwaad dat money en dollar bills heet, over een bitch, pussy en crack. En over zichzelf, als koning van de hiphop, held van alledag. Geen mc moet met hem klooien. Genoeg om aan te tonen dat hij, Everlast, in een handomdraai een stoere rap neerzet. Maar dan, maar dan! Achteloos draait Everlast het nummer weg, gewoon, net als wanneer je de volumeknop omlaag schuift. Vanaf een krakende elpee klinkt een vrouwenstem die lijzig zingt: ‘Everything must change.’ En dan begint Everlast pas echt. Begeleid door akoestische gitaar en beats rolt rustig en zelfverzekerd zijn verhaal voorbij. Geen dom gekopieer van een uitgeholde vorm, dit is echt. Ook het volgende nummer: rustig tokkelt Everlast op zijn gitaar, beatje d'r bij. Heerlijk. Maar hoe dat zo? Everlast was begin jaren negentig een van de mannen van de The House of Pain, de drie dronken vechtersbazen die rap op en neer springend bekend werden met de hit 'Jump Around’. Maar ja, ruzies hè. Groep uit elkaar. Everlast solo. Kreeg-ie ruzie met zijn label Tommy Boy, artistieke crisis. Hij in de studio maar proberen te rappen. Als hij thuiskwam, zette hij zich neer op de veranda en speelde een rustig bluesje. Tot iemand hem vertelde dat hij goud in handen had: zijn gitaar. Geld- en liefdesproblemen zorgden vervolgens dat thuis in de huiskamer de nummers voor Whitey Ford Sings the Blues werden opgenomen. Nóg meer problemen, vertelt Everlast op de binnenhoes. Na het tapen van het nummer 'Tired’ loopt hij naar boven, voelt een rare pijn in zijn borst en krijgt een hartaanval. Pas een paar dagen later komt hij weer bij. En gelukkig: zijn terugkeer heeft hem niet veranderd in een godsdienstwaanzinnige. Hij maakt gewoon zijn plaat af. Op de hoes prijkt nu trots zijn besneden borstkas. De rest van de plaat springt heen en weer van hiphop naar blues naar stevige rock. Toch blijft de dampende sfeer en het zware, beklemmende geluid van House of Pain en de bevriende band Cypress Hill aanwezig. Maar tja, geen pure hiphop hè. En iemand die eens wat anders probeert, wordt dan door muziekmensen al snel intellectueel of artistiek genoemd. Die wil 'intelligente muziek’ maken - há! Potsierlijke termen die suggereren dat niet wordt gezongen maar nagedacht. En dat kán dan weer niet mooi zijn. Everlast maakte een plaat vanaf zijn eigen veranda. Hij heeft zijn hartaanval te danken aan een hartafwijking. Zijn hart tikt in een ander ritme. + Ani Difranco - Up up up up up up. Weer een plaat van de rebel without a penis van de popmuziek. Ani Difranco richtte als militant alternatieveling haar eigen label op: Righteous Babe Records. Dit keer weer onnavolgbare ritmes en teksten die, ja… eigenlijk gewoon ergens over gáán. + Underworld - Beaucoup Fish. Veel heisa om de nieuwe Underworld. Hij is ook erg fijn om thuis op te zetten, iets anders te gaan doen en vervolgens te vergeten dat je naar muziek luistert. En hij is ook anders: niet meer gek gemaakt door drum 'n’ bass, scratchen als achtergrondkoor, maar… een oordeel? Ik vergeet steeds weer dat-ie opstaat.