Niet-erkende onafhankelijkheid

Somaliland dichter bij erkenning

De EU wil dat het gedegenereerde Somalië weer een centrale regering krijgt. De Britten wijken daar onverwacht van af en steunen de onafhankelijkheid van Somaliland. Nederland weet vooralsnog van niets.

Begin deze maand pleitten Lagerhuisleden van Labour en Conservatives in de Britse Commissie voor Ontwikkelingssamenwerking eensgezind voor de erkenning van Somaliland als zelfstandige staat en voor het verlenen van Britse bilaterale ontwikkelingshulp. Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid van Eritrea steunden politici het ontstaan van een nieuwe Afrikaanse staat. Een staat die evenwel gebaseerd is op oude koloniale grenzen, zoals Labour-afgevaardigde Tony Worthington benadrukt.

Tachtig jaar was het noordwestelijke deel van Somalië een Brits protectoraat. Op 1 juli 1960 werd het onafhankelijk en vijf dagen later verenigde het zich met het voormalige Italiaanse Somaliland in de republiek Somalië. Sinds het verjagen van dictator Siad Barre in 1991 heerst er nog altijd chaos in het zuiden. Vele vredesconferenties om de strijdende partijen tot elkaar te brengen en een centrale regering te installeren hebben tot niets geleid. Al dertien jaar zit Somalië nu zonder bestuur. Het voormalige Britse protectoraat riep op 18 mei 1991 de onafhankelijkheid uit, maar wordt tot nog toe door geen enkele staat ter wereld erkend.

Somaliland heeft sindsdien vooruitgang geboekt. De milities zijn ontwapend en geïntegreerd in een nationaal leger of de politie. Er zijn gemeenteraads- en presidentsverkiezingen gehouden, maar de afwezigheid van erkenning belemmert de vooruitgang, zo concluderen de Lagerhuisleden na een bezoek aan het land in de Hoorn van Afrika met 3,5 miljoen inwoners. «Somaliland doet bijna alles zoals het hoort, maar wordt genegeerd», zegt Worthington. Het parlementslid bleek tijdens zijn reis meer onder de indruk van de plannen van ministers in het niet erkende Somaliland dan van collega’s in Afrikaanse landen die wél door de Britten erkend en ondersteund worden.

De Lagerhuisleden zijn eensgezind in hun conclusie dat er niet de geringste kans bestaat dat uit de hereniging van Somaliland met het zuiden een democratisch Somalië ontstaat. Daarmee wijken ze voor het eerst duidelijk af van de politiek van de Europese Unie, die voor hereniging is. Somaliland heeft altijd geweigerd aan de vredesbesprekingen deel te nemen. De internationale politiek om te wachten tot de Somaliërs er samen uitkomen, werkt volgens de commissieleden niet. Daarom mag de wereld het succes van Somaliland niet negeren, vinden ze. Als erkenning en hulp uitblijven, zou het land wel eens ten prooi kunnen vallen aan radicale islamitische elementen die het terrorisme stimuleren.

Toch is niet alles koek en ei in Somaliland. De presidentsverkiezingen van 14 april vorig jaar leidden bijna tot gewelddadigheden. De zittende president Dahir Rayale Kahin won met 280 stemmen de verkiezingen, nadat eerst zijn tegenstander Silanyo door de kiescommissie tot winnaar was uitgeroepen. Na een hertelling en het opduiken van eerder niet meegetelde stembiljetten won de zittende president Rayale. De verliezende Silanyo kon zijn aanhangers ternauwernood van ongeregeldheden afhouden.

En dan is er het dispuut over de twee grensregio’s Sool en Sanaag met de Somalische warlord Abdillahi Yusuf. In die twee regio’s wonen clans die sterke banden hebben met het naburige Somalië. Yusuf heeft zijn militieleden al verscheidene keren naar Somaliland gestuurd voor een gewapend treffen, waarbij enkele doden zijn gevallen. Maar ook hier willen de Britse Lagerhuisleden het land te hulp schieten door de kwestie bij de Verenigde Naties aan te kaarten voor bemiddeling.

In een rapport van de gerenommeerde International Crisis Group dat in juli vorig jaar verscheen, wordt de kwestie ook aangesneden. Het rapport pleit onomwonden voor erkenning van Somaliland en stelt dat het eenvoudiger is de twee omstreden regio’s Sool en Sanaag bij Somaliland te integreren dan Somaliland bij Somalië.

De Britse minister van Ontwikkelings samenwerking Benn hield zich over de erkenning op de vlakte, omdat dat onder de bevoegdheden van zijn collega van Buitenlandse Zaken valt, maar beloofde er alles aan te doen de democratisering te stimuleren. Dat moet teleurstellend hebben geklonken voor Tony Worthington, die stelde dat «erkenning niet zo risicovol is als het lijkt. Als wij de toon aangeven, zullen andere landen snel volgen. Er kan geen twijfel over bestaan dat wij de leiding zullen moeten nemen.»

Uit Nederland zal die steun vooralsnog niet komen. Bert Koenders, Tweede-Kamerlid voor de PvdA, vindt erkenning «nog zeker een stap te ver». Koenders: «Een eerste stap zou ontwikkelingshulp kunnen zijn. We moeten dat in ieder geval niet alleen aan de Britten overlaten.» Zijn partijgenoot Max van den Berg, europarlementariër, denkt dat «opdeling van Somalië, zonder toestemming van beide partijen, een ticket voor een nieuwe oorlog is». Erkenning van Somaliland zou een verkeerd signaal zijn aan de onderhandelaars in Nairobi die momenteel over vrede praten. Van den Berg vraagt zich wel af hoe lang er op resultaat gewacht moet worden. De onderhandelingen in Nairobi zijn al meer dan een jaar aan de gang en het is de veertiende conferentie sinds Somalië in 1991 uit elkaar viel. CDA-kamerlid Ferrier vindt dat Nederland «de zaak beter moet bestuderen».