Jeruzalem – De burgeroorlog in Ethiopië gaat op zijn climax af. ‘Humanitaire crisis’ is een zwakke uitdrukking voor de massamoorden, verkrachtingen, hongersnood en vluchtelingenstromen die de burgeroorlog vergezellen. Veel landen en internationale organisaties hebben de afgelopen weken hun mensen teruggehaald. De Israëlische regering evacueerde wel haar diplomaten, maar de joodse Ethiopiërs in veiligheid brengen vond ze niet nodig. Afgelopen zondag krabbelde ze een stukje terug.

Sinds onheuglijke tijden wonen er joden in Ethiopië. De keizers lieten hun stamboom teruggaan op de vermeende zoon van koning Salomon en de koningin van Sheba. Na de val in 1974 van de laatste keizer, Haile Selassie, volgde zestien jaar burgeroorlog. In grote operaties werden tachtigduizend Ethiopische joden naar Israël overgebracht. Volgens de wet hadden ze automatisch de Israëlische nationaliteit moeten krijgen. Religieuze scherpslijpers oordeelden anders. Ze vonden de nieuwkomers geen echte joden. En degenen wier voorouders onder dwang christen waren geworden, mochten alleen staatsburger worden als ze zich opnieuw bekeerden.

De immigranten en hun kinderen – de Ethiopische gemeenschap in Israël telt nu 140.000 mensen – kregen te maken met armoede, discriminatie en regelrecht racisme. Velen hadden hun naaste familie in Ethiopië moeten achterlaten. In 2015 werd besloten dat familieleden in de eerste graad, in totaal zo’n zesduizend mensen, binnen vijf jaar allemaal naar Israël mochten komen. In kleine groepjes zijn tot nu toe vierduizend personen gearriveerd. Maar intussen is het aantal mensen die in Tigray en in kampen in Addis Abeba en de noordelijke stad Gondar zitten te wachten op evacuatie, verder opgelopen.

De Tigray-rebellen rukken op naar de hoofdstad. Acht andere etnische bewegingen hebben zich met hun milities bij hen aangesloten. Premier Abiy Ahmed, Nobelvredesprijswinnaar en oorlogshitser, riep vorige week het volk op hem te volgen naar het front. Toch zag de nationale veiligheidsraad daarin geen aanleiding voor een luchtbrug. Ethiopische Israëliërs smeekten in demonstraties, protesten en petities hun familieleden te redden voordat het te laat zou zijn.

Een van de leiders van de protestbeweging was Pnina Tamano-Shata, een kind van Ethiopische immigranten die het bracht tot minister van Immigratie en Integratie. Ze dreigde met aftreden als er geen luchtbrug zou komen. Zondag gaf de regering gedeeltelijk toe: zo’n drieduizend Ethiopische joden zullen zich met hun familie in Israël mogen herenigen. Maar in de kampen zitten nog altijd duizenden joden. Sommigen wachten al 25 jaar.