‘soms begreep hij er niets van’

Please, don’t hurt me! Galerie Snoei, Witte de Withstraat 17a, Rotterdam, tot en met 13 maart. Watt. Centrum voor hedendaagse kunst Witte de With/Kunsthal Rotterdam, tot en met 27 maart.
Volgens het persbericht bij de expositie Watt in het kunstcentrum Witte de With beleven we momenteel een hernieuwde aandacht voor groepstentoonstellingen. Hoewel de kritiek met betrekking tot het inpassen van individuele werken in een kunstmatig geheel voor de hand ligt, zouden deze groepsexposities toch kunnen bijdragen aan ‘het creeren van een nieuwe context (…) waardoor nieuwe betekenissen gegenereerd kunnen worden. Door de confrontatie met andere kunstwerken en andere omgevingen wordt het kunstwerk gedwongen zich steeds opnieuw te definieren.’

Wie aan de overkant bij galerie Snoei gaat kijken, zal merken dat voor een zinvolle groepstentoonstelling zo'n rechtvaardiging niet nodig is. De kunstenaars weten waaraan ze meedoen en brengen beelden in die het thema kunnen ondersteunen. Bij Snoei heeft curator Jack Jaeger zestien deelnemers geselecteerd, die in hun werk allen getuigen van hun preoccupatie met geweld. Indrukwekkend en onheilspellend is de installatie van de hand van Gregory Green, die in de benedenruimte, toch al een soort onderduikadres, de werktafel van een terrorist heeft geensceneerd. Gezien de overdadige hoeveelheid ontstekings- en tijdsmechanismen, en jerrycans met semtex of nitroglycerine, heeft Greens terrorist het druk. Maar tegelijk doet alles op de een of andere wijze gedateerd aan. Hoe staat het eigenlijk met het internationale terrorisme? Waar is Carlos? Is Abu Nidal nu museumstuk? Volgens Green is de toekomst van de terreur er een zonder al te veel geweld. Zonder al te veel bloed, althans. In de wereld der cyborgs en androiden zullen hackers hun opleiding niet meer genieten in het zand van Zuid-Libie maar in Silicon Valley.
Samensteller Jaeger spreekt van onze betrokkenheid bij geweld, van de agressie in de file tot de nieuwsfeiten op CNN. (Of is CNN zelf het geweld?) Toch is het geweld op de beeldbuis of de andere kant van de autoruit eerder de voorwaarde voor de negatieve integratie aan het thuisfront dan een impuls om elders tot daden over te gaan. Niettemin tonen de deelnemers dat zij de sluier van de representatie van het slechte nieuws weten op te tillen. De tentoontstelling, waar ook werk van Cary Leibowitz, Raymond Pettibon en Erik Weeda is te zien, komt hard aan. Hoewel niet alle afzonderlijke werken even krachtig zijn, laat de tentoonstelling bij Snoei goed zien hoe ‘een context’ betekenissen kan versterken. Als zij maar niet als 'context’ wordt benoemd.
Het kan ook zonder zo'n zwaar thema. Witte de Withs Watt toont 'de heterogeniteit van de hedendaagse kunstpraktijk’. Hoewel deze bedoeling lijkt ontsproten aan een brein dat een eigen programma ontbeert, is er toch van een selectiecriterium sprake geweest: het weer opstekende 'universalisme’. Jonge kunstenaars geloven volgens Witte de With weer ergens in, al was het maar in een eigen waarheid. Dat moet natuurlijk worden gesignaleerd. Zo hangt er, verdeeld over twee verdiepingen, werk van 29 kunstenaars bij elkaar. Soms, heel soms is een werk zo sterk dat het contrapunt van een volgend werk relevant wordt. Toch was dat de bedoeling.
Merkwaardig dan ook dat deze tentoonstelling een motto draagt waarin zo ongeveer alle waarheid wordt geridiculiseerd. Daarvoor is het dan ook van Samuel Beckett. Het motto begint met: 'En Beckett noteerde:’ En het eindigt zo: 'And sometimes Watt understood all, and sometimes he understood much, and sometimes he understand little, and sometimes he understood nothing, as now.’ Niet bepaald het proza van een wedergeboorte van het universalisme. Met de beste wil van de wereld valt er geen context te ontlenen aan Samuel Beckett. De kunstenaars zijn tamelijk jong, maar dat is te weinig context; en 29 als deelnemertal loopt ook niet over van redelijkheid. Dan toch maar de afzonderlijke werken bekijken. Ze staan of hangen er onafhankelijk genoeg voor bij.