De volte face van Ruud Lubbers

‘Soms laat ik het kruisbeeld tot me doordringen’

Sommige politici gooien na hun carrière het roer drastisch om voor een nieuwe missie. Oud-premier en minister van staat Ruud Lubbers gaat voor een schone en kernwapenvrije wereld. ‘Ik ben een positief mens.’

Medium ruud lubbers 02

RUUD LUBBERS (1939) is altijd wel ergens in de wereld voor een meeting, een congres, een boekpresentatie of een opening. Maar hij heeft in tegenstelling tot vroeger ook veel tijd om thuis te zijn bij zijn vrouw of met de kinderen en kleinkinderen, om in het familiehuis De Hoonhorst in de bossen samen te zijn voor bijvoorbeeld het vieren van Kerst. ‘Mijn familie is het allerbelangrijkste in mijn leven’, zegt hij pas aan het eind van het gesprek waarin hij met passie praat over duurzaamheid en verantwoord ondernemerschap. ‘Het tegengaan van de opwarming van de aarde is de belangrijkste opdracht voor deze generatie politici. We moeten dat gezamenlijk doen, het bedrijfsleven incluis, door mondiaal te polderen.’
In de grote zaal van het Scheveningse Kurhaus is het uitgestorven. De regen slaat tegen de grote ramen. Verderop beukt de branding op het strand. Ruud Lubbers is net door de avondspits aan komen rijden in zijn elektrische auto, waarmee hij sinds kort als pleitbezorger van duurzame energie door Nederland crosst. Nee, dat opladen bij een van de schaarse laadpunten vindt hij niet lastig. Het typeert hem als activist-nieuwe-stijl. Hij was een representant van de macht, maar sinds een aantal jaren bevecht hij het economische en politieke systeem van binnenuit door op de podia van de gevestigde orde te pleiten voor een verandering van cultuur en mentaliteit.
‘Met de actieve politiek zelf bemoei ik me niet, ook niet als adviseur achter de schermen. Wel zie ik dat je als oud-politicus met veel internationale contacten een zeker gezag hebt om invloed uit te oefenen op degenen die het in de samenleving voor het zeggen hebben. Dat doe ik op diverse plaatsen, zoals onlangs nog bij een bijeenkomst van de top van het internationale bedrijfsleven in het Vredespaleis. Maar ik weet ook hoe het is als je in het zadel zit. Dan is je blik gericht op beleid met snel effect en op wat het electoraal goed doet. Van dat kortetermijndenken moeten we af. Denk in termijnen van tien, vijftien jaar, in generaties. Leg het vizier verder over de horizon heen, met de nadruk niet op de economische waarde van producten en mensen alléén. We moeten wereldwijd in bestendige oplossingen gaan denken. De afgelopen week gebeurde dat op de milieutop in Kopenhagen. Al dat eindeloze vergader over teksten heeft misschien iets onwezenlijks. Zo’n top is pittig en landen verwijten elkaar van alles. Maar de geest was goed. Het is een wereldjamboree – een uitwisseling van burgers, bedrijven en organisaties, van ideeën en standpunten. Het heeft een creatieve dimensie. Het neerdrukkende is het diplomatieke proces. Maar de ngo’s worden assertiever en voeren de druk op bedrijven op. Zij stellen op hun beurt eisen aan de politiek. Kopenhagen is zo een stap voorwaarts.’

HIER SPREEKT, zo niet preekt, een man die ooit een no-nonsense-politicus bij uitstek was. Hij zette in de economisch magere jaren tachtig van de vorige eeuw de bijl in de sociale verzorgingsstaat. Dat was economisch gezien hard nodig. Maar zijn beleid maakte hem in de linkse tijdgeest, de periode ook dat het milieuactivisme opkwam, niet altijd even populair. Hij regeerde het land als een manager die miljardenbezuinigingen moest doorvoeren. In drie achtereenvolgende kabinetten – tussen 1982 en 1994 – heeft hij een zwaar stempel gedrukt op de herinrichting van de Nederlandse samenleving.
En nu promoot hij wat in zijn tijd gold als politiek ‘zachte thematiek’. Hiervoor put Lubbers inspiratie uit het Earth Charter, in het Nederlands het Handvest van de Aarde. De taak is het stimuleren van een duurzame manier van leven en het ontwikkelen van een wereldwijde gemeenschap met een gemeenschappelijk ethisch kader. Dat betekent onder meer ‘denken en handelen uit respect en zorg voor de leefomgeving, ecologische integriteit, universele mensenrechten, respect voor diversiteit, economische rechtvaardigheid, democratie en een vredescultuur’.
Als premier was hij ruim twintig jaar geleden verantwoordelijk voor het besluit tot het plaatsen van kruisraketten, bedoeld om de druk op de Russen op te voeren om hun kernraketten te ontmantelen (0-0-optie). Toen hij in 1985 deze tactiek wilde uitleggen keerden duizenden betogers in de Haagse Houtrusthallen hem letterlijk de rug toe en kwam hij hard in aanvaring met de Vredesbeweging IKV. Twee jaar geleden werd hij adviseur van een werkgroep van IKV Pax Christi om advies uit te brengen over nucleaire ontwapening. Hij schreef daarover ook een vurig pleidooi, samen met drie andere ministers van staat, dat werd gepubliceerd op de opiniepagina van NRC Handelsblad. Daarin wordt gesteld dat ‘Nederland zich als gastheer van het Internationaal Gerechtshof duidelijk moet uitspreken tégen kernwapens’. Hij treedt hiermee in de voetsporen van een groep Amerikaanse oud-toppolitici (zoals Kissinger) die in 2007 in een artikel in The Wall Street Journal afstand namen van de afschrikkingslogica van de Koude Oorlog.

LUBBERS IS EEN VAN die veteranen die het roer drastisch hebben omgegooid. Terwijl de een gaat graaien uit de ruif, ontpopt de ander zich als weldoener of vredesduif. Wat beweegt hem?
Hij refereert aan de colleges die hij gaf als hoogleraar globalisering aan de Universiteit van Tilburg. Daar begon hij mee in 1995, vlak nadat hij door een veto van bondskanselier Helmut Kohl niet tot voorzitter van de Europese Commissie was gekozen. Een pijnlijke passage in zijn loopbaan, waar hij tamelijk laconiek op lijkt terug te kijken. Want ‘het was kennelijk nodig om andere dingen te doen’, zoals – in de luwte van de macht – hoogleraar worden. ‘Ik begon mijn colleges altijd met een driehoek die ik de Bermudadriehoek noemde. Op de punten staan de economie, de politiek en de media. Ze opereren alledrie vanuit een kortetermijnblik en houden elkaar in de greep. Tezamen is het een soort magnetisch veld waarin – zie het raadsel over de vliegtuigrampen voor de kust van Florida – alle langetermijnwaarden weggezogen worden. Ze verdwijnen van de kaart. Media zijn gericht op kijkcijfers of oplagecijfers. Met onderwerpen als compassie, duurzaamheid en diversiteit kun je niet scoren. Het moet allemaal actueel zijn. Bedrijven denken vooral aan winstcijfers; het aandeelhouderskapitalisme is ook gefocust op kortetermijnresultaten. De politiek, tot slot, wordt meer dan vroeger bepaald door de verkiezingstermijnen van telkens vier jaar. Je bent net in functie en na twee jaar denk je al weer aan de volgende verkiezingen. Een visie met een breder en langer perspectief lijkt simpelweg niet electoraal rendabel. De media hijgen meer dan vroeger op de huid van politici. Je bent al snel, veel sneller dan in mijn tijd, aangeschoten wild als verkiezingsbeloftes niet meteen waargemaakt worden. Maar inderdaad, ook ik zat toen in die Bermudadriehoek. Je werd permanent opgezogen door het actuele, en daarmee door een collectief kortetermijndenken en -handelen. Dat besefte ik toen ook wel: dit is niet goed.’
Hij kijkt vanonder zijn borstelige wenkbrauwen priemend in de lege ruimte om hem heen. Nauwelijks valt hij ook maar even stil, maar gebeurt dat wel, dan ziet hij er opeens moe uit. Hij reist natuurlijk veel tegen tijdzones in, zoals hij ook deze dag net terug is uit Washington. Lubbers denkt na over de vraag waarom mensen in charge niet in staat zijn zich te onttrekken aan de waan van de dag. Vergt dit ander leiderschap?
‘Barack Obama is voor mij een voorbeeld van nieuw leiderschap: gericht op dialoog en samenwerking, ook met zijn tegenstanders, het overbruggen van nationale belangen of te politieke agenda’s. Het is terecht dat hij de Nobelprijs heeft gekregen ter aanmoediging van deze stijl en koers. Ik vind zelf aanmoediging enorm belangrijk, omdat het motiveert tot daadkracht. Als mij dat niet lukte en me iets dwars zat wat eigenlijk tegen mijn geweten indruiste, keek ik in mijn werkkamer in het Torentje naar een kruisbeeld aan de muur. Dat beeld, van lijden en verlossing voor het goede, liet ik tot me doordringen. Bij grote besluiten had ik het idee dat ik hulp van boven wel kon gebruiken. Wat ik bedoel is dat zingeving helpt om tot je eigen kern te komen. Ik weet dat sommige mensen veel baat hebben bij meditatie. Dat doe ik zelf dan niet, maar het gaat om de introspectieve reflectie; zeg maar van no nonsense naar inner sense. Bidden heeft ook die werking. Zoek die stilte op als je het niet weet. Het steunde mij bijvoorbeeld om mijn gedachten te ordenen in de tijd van die massale weerstand tegen het plaatsen van de kruisraketten of bij moeilijke ethische kwesties als euthanasie.’ >
IN DE BINNENLANDSE POLITIEK voer Ruud Lubbers een nuchtere economische koers. Hij begon in 1982 de boel te saneren. De staatsschuld was in de periode daarvóór kolossaal opgelopen, terwijl de economie stagneerde: ‘Er moest fors worden bezuinigd en dat vergde consequente snoeiharde ingrepen die zeker niet populair waren. Tegelijk zetten we in op arbeidsparticipatie en het stellen van eisen. Ik pleitte er ook voor om jongeren die totaal uit de boot vielen in een soort heropvoedkampen weer op de rails te krijgen. Daarvoor kreeg ik enorme kritiek, ook vanuit mijn christelijke achterban. Asociaal was ik, maar ik vond het juist fair. Mensen mag je juist niet opgeven. Betrokkenheid met de samenleving begint bij een actieve deelname aan de maatschappij. Nu zeg ik dat de waarde van de samenleving niet alleen wordt bepaald door een hoge deelname aan betaalde arbeid. Het draait ook om de kwaliteit van relaties, vrijwilligerswerk buiten het formele arbeidsproces, informele zorg voor de jongere en oudere generaties, betrokkenheid van generaties bij elkaar, het bieden van echte keuzevrijheid, het koesteren van diversiteit en verdraagzaamheid en het doorgeven van deze waarden aan toekomstige generaties.
Toen de economie zich halverwege de jaren tachtig begon te herstellen, kwam er ruimte voor het milieuvraagstuk. In 1986 vulden we het sociaal-economisch program aan met het eerste Nationaal Milieu- en Natuurbeleidsplan, een integraal beleidsplan dat zich richtte op duurzame ontwikkeling. In die tijd kwam deze benaderingswijze internationaal opzetten, zoals het Verenigde Naties-rapport Our Common Future onder leiding van Gro Harlem Brundtland. Mijn kabinet is hierop gevallen, mede door toedoen van VVD-fractieleider Joris Voorhoeve. Dat ging toen “technisch” over het reiskostenforfait, maar het was een electorale keus voor “ik” boven “het milieu”. Ik hield mijn poot stijf. Gelukkig hoef ik me daar nu niet over te schamen.’
Hij voegt daar aan toe dat dit veranderende tij parallel liep met een persoonlijke bewustwording: ‘Soms zijn er impulsen die je leven veranderen. Ik trouwde in 1962, we kregen drie kinderen en die groeiden op in dezelfde buurt waar mijn jeugd ligt. In de rivier waar ik vroeger zwom tussen de kikvorsen kon je bij wijze van spreken foto’s ontwikkelen – zó chemisch was het water. Eind jaren zestig zág je de vervuiling om je heen. Er was in de zomer smogalarm, ’s ochtends kon je het roet van de tuintafel vegen. Je wordt niet milieubewust door een politieke partij, maar door je kinderen.
Toen ik uit de politiek was, begon ik waar te nemen dat politiek niet alles is. Mijn ervaring als hoge commissaris voor de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties de UNHCR heeft mij ook veranderd. Tijdens een bezoek aan een vluchtelingenkamp in Pakistan zag ik een vader gebogen zitten over zijn zoontje. Hij was doodziek en ik zei: “Hij moet nú hulp hebben.” De vader antwoordde: “Laat hem maar sterven, hij heeft toch geen toekomst.” Die wanhoop heeft me geraakt. Tegelijk zorgt de UNHCR ook voor een goede repatriëring en faciliteert de organisatie een zo normaal mogelijke toekomst, bijvoorbeeld door het bouwen van scholen. Naast tragiek is er ook hoop. Niet inzetten op mensen als slachtoffer maar als mensen met kracht en potentie. Die emotionele dimensie is bij mij heel intens. Tegelijk ben ik cerebraal gevormd en een man van het hoofd. Ik benader problemen door ze te willen oplossen.’

TROTS IS LUBBERS vooral op de gevoerde strategie om de Sovjet-Unie ertoe te brengen geen kruisraketten te plaatsen. De plaatsing ging uiteindelijk niet door: ‘Maar dat kwam vooral ook door de komst van Michael Gorbatsjov, die humanist werd en door Ronald Reagan, die zeer tegen kernwapens was. Dát was het historische keerpunt.’
En er was aan westerse zijde volgens hem sprake van een ‘goede chemie’ tussen de leiders van belangrijke Navo-landen. Bondskanselier Helmut Kohl, de Britse premier Margaret Thatcher, de Amerikaanse president Ronald Reagan en later vader Bush en Ruud Lubbers zaten op één lijn. Ze waren persoonlijk met elkaar bevriend en, zegt Lubbers, het contact was heel direct. Ze belden elkaar op om dingen voor te koken, elkaar te adviseren en, zo nodig, te corrigeren: ‘Dat was uniek. Maar wij hebben niet met z’n allen de Muur omgegooid. Voor dat proces is met name de vrijheid van de geest beslissend geweest; de Evangelische Kirche in de DDR en Solidarnosc met de paus in Polen. Ik zag toen met verbazing en ontzag hoe in Polen de bevolking zich moreel gesterkt voelde zich te verzetten tegen het communisme en hoe in de DDR vanuit de lutherse kerken een tegenbeweging opkwam die de kracht had om vrijheid op te eisen. En daar was Michael Gorbatsjov, die niet meer militair in wilde grijpen. Ik beschouw het vreedzaam ineenstorten van het sovjet-imperium als een overwinning van de geest.
We zijn nu in een fase aangekomen dat het primaat minder bij de politiek ligt en er ruimte komt voor spiritualiteit. Ik denk dat de Duitse filosoof Jürgen Habermas dat bedoelt met het begrip “postseculiere samenleving”, waar hij twee jaar geleden over begon. Nota bene hij, die zijn hele loopbaan bezig is geweest om het religieuze denken uit te bannen. Wat hij zegt is dat naast de rationaliteit er ook ruimte moet blijven voor spiritualiteit. De mens kan niet zonder een existentiële reflectie op het bestaan, en dan maakt het niet uit of dat voortkomt uit het boeddhisme, zen, de islam of het christendom. Het gaat om waarden die uitstijgen boven je eigen belang en verder gaan dan een wetenschappelijke, economische beleving van de werkelijkheid.’
Ook dat verkondigde hij aan zijn studenten in de Tilburgse collegebanken. ‘Ik wees hen erop dat aan het begin van de Verlichting in het Italiaanse Assisi een aparte man leefde die in nederigheid en met liefde voor de vogels en de bloemen om hem heen predikte dat je in harmonie met de natuur moet leven. Ik zei dan: “Lees zijn Zonnelied maar. Dat stamt van net vóór de Verlichting.” Die verbondenheid met de schepping voel ik zelf altijd. Zij die besturen, governance uitoefenen, zouden iets franciscaans moeten hebben, compassionate leadership. Wie dat heeft in Nederland? Ik zie het nu niet, maar ik doe niet mee aan het geklaag over de Haagse politiek. Balkenende en Bos loodsen ons land goed door de crisis. Je ziet nu dat het sociale stelsel van de verzorgingsstaat veerkracht heeft om de ergste klappen op te vangen. Ik ben daar niet somber over.
Wel vind ik dat de politiek te makkelijk de schuld krijgt van alles wat er niet goed gaat. Eigen verantwoordelijkheid nemen is belangrijk. Wat dat betreft merk ik dat in het bedrijfsleven de agenda van duurzaamheid en maatschappelijk ondernemen behoorlijk aan het landen is. Zij forceren straks de politiek om maatregelen te nemen en wetgeving aan te passen. Zo onttrekken de bedrijven zich als eerste aan de zuigkracht van de Bermudadriehoek. Het bankwezen, in de ban van greed en aandeelhoudersbelang, heeft na de volte face de weg naar meer langetermijndenken nog goeddeels te gaan.’
Lubbers kan uren doorpraten. Over zijn missie, want tot opmerkingen over zijn emoties en teleurstellingen laat hij zich niet verleiden. Met enige moeite zegt hij dat hij ‘natuurlijk frustraties kent’, waarover hij zich alleen off the record uitlaat.
En dan moet hij snel weg – hij neemt als een heer afscheid van een vrouw – naar al weer een nieuwe afspraak. Een bijeenkomst met Turkse ondernemers.