Sonologisch verantwoorde house

Peuteren aan composities of improviseren op de dansvloer. Het zijn twee gescheiden muziekwerelden. Op het Sonic Acts Festival komen ze bij elkaar. ‘Als je kramp krijgt, is het goed.’ Sonic Acts, 16, 17 en 18 augustus in Paradiso te Amsterdam.
‘GIVE ME AN update of your networkstructure’, roept ‘DOc’ op getergde toon tegen de mysterieuze Adam. Het is een tekst die je niet snel met een operalibretto zou associeren. De science-fictionopera I could never face Remale van Wart Wamsteker kent dan ook weinig precedenten. De muziek bestaat uit lieflijke gitaar-ballads, postpunkmuziek van twee gitaristen en een zangeres, spacy synthesizerklanken die de ruimtevaartambiance creeren en de grauwe grunge die Wart Wamsteker met zijn interactieve instrument De Handschoen produceert (‘Daarmee laat ik zien dat elektronische instrumenten voor de volle honderd procent kunnen meedraaien met akoestische muziek.’). Daarbinnen ontvouwt zich een science-fictionverhaal dat Wamsteker ziet als metafoor voor het leven zelf. ‘Het is mijn bedoeling mensen aan het denken te zetten’, legt hij uit. ‘Hoe maakt mij niet uit, als ze maar in verwarring worden gebracht.’

‘Als je kramp krijgt, is het goed’, roept Wamsteker tegen zijn twee medespelers, terwijl ze zich alledrie ongemakkelijk recht tegen een witte pilaar opstellen. Het is een donderdagmiddag midden in de zomer en het Haags conservatorium is, op een handjevol studenten na, uitgestorven. In een ontspannen sfeer - zonder het toeziend oog van docenten en technisch personeel - wordt er hard gerepeteerd voor het Sonic Acts Festival dat voor het tweede jaar in Paradiso wordt gehouden. Drie dagen lang zal het gebouw in een elektronisch Walhalla worden omgetoverd: optredens, lezingen, demonstraties, workshops en elke avond een house-deejay tot slot. Want naast het demonstreren van nieuwe technologieen en computerinstrumenten staat de integratie van elektronische dansmuziek en de 'meer formele wereld van de moderne muziek’ centraal.
Het is zonder meer waar dat de jongste lichting sonologiestudenten - met vertakkingen naar de afdeling compositie en de interfaculteit Beeld & Geluid - een scherpe breuk met de voorgaande generaties vertegenwoordigt. In plaats van puur klankonderzoek en abstracte elektronische muziek hebben de jonge musici steeds meer de neiging onderwerpen uit hun dagelijkse leefomgeving tot uitgangspunt te nemen. Of het nu gaat om een science-fictionopera zoals Wamsteker heeft gemaakt, om een compositie voor pinpasjes zoals Taco Stolk vorig jaar tijdens het festival vertolkte of om het gebruik van popmuziek als basismateriaal. Hoe ingewikkeld traditie en pop in elkaar verstrikt kunnen raken, blijkt alleen al uit de titel van een stuk van Florentijn Boddendijk: conptrolling…points Counter …con//tem//Porary 'Cantus- Phirmi’ (or how i learned to love Janet Jackson and might not be able to get away with that at all), waarin een nummer van Janet Jackson langzaam maar meedogenloos de nek wordt omgedraaid.
In de kleine studio’s in de kelder van het conservatorium zit de Israelische componist/gitarist Gil Wasserman te repeteren. Vanwege de zinderende hitte staan de deuren op de gang open en vanuit de belendende kamer klinkt de house-beat van Thiemo van Assendelft die de laatste hand legt aan zijn compositie Always Ultra With Wings. Dit nummer, dat hij zal uitvoeren met zijn band Normally Invisible, vormt tevens een van zijn afstudeerprojecten.
Gil Wasserman demonstreert de gitaar die speciaal voor hem is gebouwd. De extended gitaar is voorzien van een batterij knoppen en schuiven en kan op alle mogelijke manieren in de computer opgeslagen materiaal activeren, manipuleren en vervormen, terwijl de mogelijkheid om gewoon gitaar te spelen behouden blijft. Ondanks de hitte doet Wasserman de deur van zijn studio dicht. 'Het is een nogal eenzijdig stuk’, verklaart hij droog, 'een hoop herrie.’ Dat is niets te veel gezegd, maar tegelijkertijd laat hij een geraffineerd spel met concrete geluiden horen. 'Things breaking and people crying. Dat is het enige materiaal dat ik gebruik in dit stuk’, zegt hij lachend. Even later vertelt hij midden in een scheiding te zitten. Misschien is het niet zo aardig daar je publiek mee op te zadelen, geeft hij toe, maar het lucht hem zeker op.
Naast deze geavanceerde gitaar en De Handschoen van Wart Wamsteker zullen meer interactieve instrumenten in Paradiso te zien zijn. Zo treedt Erik Stalenhoef opnieuw met Het Web op: door aan de draden van dit 'instrument’ te plukken, worden niet alleen samples in de computer geactiveerd, maar kan ook muziek van anderen worden bewerkt. Trad Stalenhoef in het verleden met respectievelijk een altviolist en een blokfluitiste op, nu neemt hij de trompettist Jonathan Impett onder handen.
DE OPTREDENS WORDEN omlijst door lezingen en demonstraties. Maarten van Walstijn geeft een inleiding op physical modelling, een onderwerp dat de abstractie pur sang belichaamt. Met de computer tekent Van Walstijn virtuele instrumenten die klank voortbrengen. Door telkens veranderingen aan te brengen in de modellen, is het mogelijk met klank te experimenteren. Van Walstijn: 'Eigenlijk kun je zo nieuwe instrumenten maken. In een handomdraai kun je een snaar van honderd meter simuleren en horen hoe het klinkt als die wordt aangestreken. Of je tekent een trompet van twee meter en kijkt wat voor geluid die produceert. Dat kan in de werkelijkheid ook, maar het kost natuurlijk veel meer tijd om zo'n instrument daadwerkelijk te bouwen.’
Het contact met de buitenwereld wordt tijdens het festival verzorgd door Taco Stolk, die aan het conservatorium studeert en werkt bij VPRO’s Digitale Zolder. Stolk wil een soort digitale krant op het World Wide Web, het multimediadeel van Internet, brengen. Stolk: 'Doorgaans is Internet heel statisch, een soort uitgebreide Teletekst. Ik wil proberen een programma te maken met dynamische informatie: dus naast de programmagegevens ook interviews met musici die optreden, foto’s en geluidsfragmenten van de concerten.’
Taco Stolk treedt echter niet alleen op als Internet-verslaggever, maar ook in de gedaante van l'Affaire Wolfram, zijn artistieke alter ego. l'Affaire Wolfram doet een project dat fZONE heet. Daarin genereert een computer een etmaal lang per tijdzone, dus elk uur, een compositie. Het muzikale materiaal is gebaseerd op Internet-informatie over het weer, de eb- en vloedstanden en seismografische gegevens. l'Affaire Wolfram: 'Dat ik juist dit soort info heb gekozen, is omdat ik een beetje moe wordt van dat gepraat over cyberspace als een parallelle wereld. In mijn optiek zijn computers gewoon fysieke apparaten die over de hele wereld verspreid staan. Als tegenwicht heb ik daarom voor heel aards down to earth-materiaal zoals meteorologische gegevens gekozen.’
Muziek en elektronica - dat is waar het drie dagen om draait. En vandaar de link met house-muziek, al heeft dat wel enige voeten in de aarde. Om te beginnen binnen het conservatorium zelf. 'Er is geen enkel respect voor house’, meent Wart Wamsteker. 'Het goede van zo'n festival is dat die mensen nu de kans krijgen zich in een logische context te presenteren.’ Thiemo van Assendelft, die afstudeert op house, heeft inderdaad weinig aanmoediging gehad van zijn docenten, zegt hij. 'Op een gegeven moment werden ze zelfs op hun vingers getikt door de directie: jullie moeten beter opletten waar die jongens mee bezig zijn. De meesten vinden house sonologisch niet verantwoord. Er wordt verwacht dat je klankexperimenten doet en die verwerkt in elektronische stukken. Ik ga niet alleen mijn eigen gang, maar gebruik ook nog eens populaire dansmuziek. Dat valt niet goed. Maar ik heb daar maling aan. Ik heb veel geleerd door naar andere muziekstijlen te luisteren en te experimenteren in de studio.’
Dat de academische wereld en de dansvloer twee volstrekt verschillende werelden vertegenwoordigen, bleek uit een item dat VPRO-televisie vorig jaar over sonologiestudent Florentijn Boddendijk en deejay Dylan Hermelijn maakte. De twee geinterviewden hadden duidelijk geen hoge pet op van elkaar. Thiemo van Assendelft: 'Ik was het met beiden wel eens. Hermelijn beweerde dat het er uiteindelijk alleen maar om gaat wat voor geluid er uit de speakers komt, ongeacht of daar maanden geploeter in de studio aan vooraf is gegaan of dat het ter plekke is geimproviseerd. Daar heeft hij helemaal gelijk in. Aan de andere kant vind ik het heel belangrijk dat studenten de mogelijkheid hebben een paar maanden de studio in te duiken om bepaalde methoden uit te werken. En vergis je niet, de deejays zijn maar al te blij met de speelgoedjes die door sonologie zijn ontwikkeld.’