Economie

Soros

George Soros denkt dat er nog drie maanden zijn om de trend te keren. Ook Paul Krugman spreekt over ‘maanden, niet jaren’. Dat is niet overdreven pessimistisch. De trend is dat de kloof tussen de periferie en de kern van de eurozone alleen maar toeneemt.

Zo kampt Spanje met een hoog oplopende rente, wegvallende investeringen, een grote werkloosheid en wankelende banken, terwijl Duitsland juist tegen een historisch lage rente kan lenen en de economie ziet groeien. De trend is onhoudbaar, en versnelt doordat banken en spaarders hun gelden van de periferie naar de kern overhevelen.

Met nog een paar maanden te gaan zou het nationale debat moeten gaan over het Europese plan om de trend te keren: een plan A is nodig om de periferie niet aan private en publieke schuldenlast te laten bezwijken en de eurozone niet chaotisch uiteen te laten vallen. Maar de politieke partijen kruisen liever de degens over het al dan niet belasten van de reiskostenvergoeding en de koopkrachteffecten voor automobilist en treinreiziger.

De verkiezingsprogramma’s zullen in het nationale debat geen verandering brengen. Het zijn in de regel opsommingen van beleidswensen waarmee politieke partijen verschillende groepen van kiezers hopen te bedienen. Over die opsommingen zullen de actieve partijleden zich buigen om te bekijken welke amendementen op de partijcongressen ingediend kunnen worden. Daarnaast zijn er algemene woorden over de plaats van Nederland in Europa en de wereld of over vrijheid en solidariteit die dermate algemeen zijn dat ze ook achterwege kunnen blijven. De werkelijke grote keuzes zijn de laatste jaren niet in maar na de verkiezingsprogramma’s gemaakt. Pas onder druk van omstandigheden hebben de politieke partijen durven kiezen. In 2009 hebben CDA, GroenLinks, PvdA en VVD de verhoging van de AOW-leeftijd geaccepteerd en in 2012 hebben CDA en VVD beperking van de hypotheekrenteaftrek aanvaard. De voorspellingen van Soros en Krugman betekenen dat de verkiezingsprogramma’s over een paar maanden weinig meer waard zijn; de houdbaarheid van deze programma’s is nog korter dan die van het Lente- of Kunduz-akkoord.

Want zeker over Europa durven weinig partijen een grote keuze al aan de kiezers voor te leggen. Eigenlijk maakt alleen de PVV een consistente keuze over de euro en de Europese Unie: eruit! Dat is buitengewoon onverstandig maar ook zeer duidelijk. De overige partijen springen niet voor de Unie in de bres. Ze hameren vooral op het beginsel van subsidiariteit: Nederland moet zo min mogelijk soevereiniteit aan Brussel overdragen. Hierbij past de nadruk op begrotingsdiscipline: landen moeten zelf orde op zaken stellen en zich aan de norm van drie procent voor het overheidstekort houden. Maar het is een misvatting om nog te denken dat het probleem is te herleiden tot staatsschuld alleen. In Spanje zijn de bankbalansen onder meer zwaar belast door leningen aan private investeerders in soms waardeloos onroerend goed en bijna failliete bedrijven.

José Barosso, voorzitter van de Europese Commissie, en Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank, houden een pleidooi voor een bankunie. Dit is een volstrekt logische les uit de eurocrisis. Europese fondsen voor herkapitalisatie van banken en voor garanties van spaartegoeden kunnen een einde maken aan de ongelukkige maar zeer reële mogelijkheid dat in een lidstaat van de eurozone overheid en banken elkaar het moeras in trekken. Zeker Nederland, het land van de te grote banken, heeft hierbij een direct belang. Bij Europese fondsen hoort Europees toezicht. Aan de bonte verzameling van nationale toezichthouders die het nationaal belang willen dienen, en zelfs daarin falen, komt dan een eind.

Het pleidooi voor een bankunie vindt in de kern van de eurozone weinig gehoor, en wordt snel weggezet als een pleidooi voor een superstaat. Mark Rutte, onze premier, heeft in een snelle reactie al laten weten geen behoefte te hebben ‘aan structuurdiscussies over de toekomst van Europa’. Hij heeft al eerder laten weten dat hij niets ziet in het idee van gezamenlijke Euro-obligaties. Kortom, Rutte blokkeert elk onderdeel van een plan A dat nodig is om de eurozone niet uit elkaar te laten vallen. Wat wil hij dan wel? De gulden? Dan prefereer ik de eerlijkheid van Geert Wilders. De overige politieke partijen vragen niet aan de minister-president om verantwoording af te leggen over waarom hij consequent elk voorstel tot redding van de eurozone blokkeert. Ze zijn muisstil over ‘the elephant in the room’.

Welke keuzes zullen de politieke partijen maken als de eurostorm in alle hevigheid losbarst en begrotingsdiscipline geen dijk blijkt waarachter we veilig kunnen schuilen? De verkiezingsprogramma’s zullen veel opsommen maar weinig vertellen over die keuzes. Volgens Soros hebben de politici nog drie maanden om het tij te keren; de kiezers hebben nog drie maanden om uit te vinden waarvoor de politici werkelijk staan. De kies­wijzer zal het ze niet vertellen.