Sport

Sorry

Zondag won Amélie Mauresmo van Kim Clijsters in de finale van het Diamond Games-toernooi in Antwerpen, en mocht daarna, omdat het haar derde keer was, de beker mee naar huis nemen, die bestond uit een gouden tennisracket bezet met 1900 diamanten. Een mooie prijs.

Dat Mauresmo won van Clijsters is niet opzienbarend. Dat doet ze wel vaker. Wat het anders dan anders maakte, is dat de winnares zich na afloop verontschuldigde voor haar overwinning. Het was de afscheidswedstrijd van Kim Clijsters, de beste Belgische tennisster ooit, en lieveling van het publiek, voor wie op de Belgische televisie altijd de spannendste detectives moeten wijken.

Clijsters nam afscheid van haar vaderland met deze finale. Vijftienduizend toeschouwers zaten met kippenvel op de tribune en hielden het niet droog toen Clouseau een ode aan hun heldin bracht. België zwaaide, joelde, juichte en huilde haar uit. En wat was er mooier geweest dan een overwinning in haar laatste wedstrijd op Belgische bodem? Niets. Maar die kwam niet. Mauresmo was gewoon sterker, sneller en agressiever, en sloeg op beslissende momenten wél goede ballen en Clijsters niet. Maar ja.

Mauresmo zei tegen het publiek: ‘Het is een beetje lastig voor mij, want ik weet dat jullie nu allemaal zeer teleurgesteld zijn. Het spijt me. Ik begrijp het dat jullie Kim graag hadden zien winnen, want ze is een grote kampioene.’

Wat ze ondertussen dacht, weten we niet.

Daar sta je dan. Kim Clijsters heb je net afgedroogd, met twee vingers in de neus. Maar het was haar laatste wedstrijd voor eigen publiek, haar feestje dus. Dat racket daarentegen is best de moeite waard.

Het lijkt sympathiek van Mauresmo, maar dat is het niet helemaal. Haar excuus is niet alleen een excuus. Het is ook een vernedering van haar tegenstandster. Met dat ‘sorry’ wordt Clijsters nog wat verder vertrapt, wat definitiever verslagen, wat dieper vernederd.

Want dat sorry zegt ook: ‘Ja kijk, ik heb dus dik gewonnen, maar daar kan ik ook niks aan doen. Ik ben gewoon zo goed. En ik heb heus niet op m’n allerbest gespeeld, hoor, van mij mocht ze best winnen, in haar afscheidswedstrijd. Maar dan had ze toch iets beter moeten tennissen. Ik kan haar toch niet zó opzettelijk laten winnen dat het opvalt? Ik heb, om met Tim Krabbé te spreken, ook een toko die ik draaiende moet houden.’

Het is een subtiel, of misschien minder subtiel, vertoon van macht. Daar gaat het nu eenmaal om in sport. Macht. Over je tegenstander. En sorry zeggen als je wint, dat heeft wel wat. Dat kan best lekker zijn.

Het spijt me dat ik zo goed ben en jij niet. Dat ik je alle hoeken van de baan heb laten zien. Sorry dat je niet tegen me op kon, geen moment, en dat jouw talent verbleekt bij het mijne, sorry dat ik in mijn linkerpink meer tennisklasse heb dan jij in je hele carrière. Het spijt me dat ik zelfs met één hand, en dan ook nog mijn linker, van je zou hebben gewonnen. Op één been. Met mijn ogen dicht. Sorry, maar het is niet anders. Er kan er maar één de beste zijn. En maar één de allerbeste.

Je ziet het vaker bij sporters. Machtsvertoon in de vorm van excuses. Die het overwicht en het verschil benadrukken. Je ziet vaak een sporter na een klinkende overwinning een bepaalde houding aannemen en een gebaar maken: de armen hangen recht langs het lichaam, de handen worden gespreid en naar de wereld gekeerd. Daarmee zegt de overwinnaar drie dingen.

Het is een bevestiging: kijk, dit ben ik. Ik heb het gedaan. Niks in de mouwen, niks achter de ellebogen. Geen trucage, mijn handen zijn leeg en schoon.

Het is een uitnodiging: kom maar op met dat applaus, die toejuichingen. Hierheen.

Het is een verontschuldiging: sorry. (Met een klein schouderophalen.) Ik kan er niks aan doen. Ik ben nu eenmaal de beste.

Sven Kramer heeft er ook een handje van, als hij net over de finish is gekomen en uitrijdt na weer een magistrale rit. Hij houdt van het tonen van zijn macht. Hij maakt er tegenwoordig zelfs een gewoonte van om zijn schaatspak en accessoires pas in orde te brengen na de start, terwijl zijn tegenstander zwoegend op gang komt.

Het sorry van Mauresmo is ook machtsvertoon. Het doet overigens, zoals een heleboel dingen, terugdenken aan de afscheidswedstrijd van Johan Cruijff, in 1978. Ajax had Bayern München uitgenodigd om een fantastisch voetbalfeest te maken van de laatste keer dat de grootste Nederlandse voetballer aller tijden een wedstrijd zou spelen. Het werd een gedenkwaardige avond. Ajax-Bayern München 0-8. Zo namen we afscheid van Johan Cruijff. Bayern heeft daar nooit excuses voor gemaakt. En dat is maar goed ook.