Sorry dat ik vastzit

Er zit een liedje in mijn hoofd, het liefst zou ik het de hele dag hardop willen zingen.
Overal waar ik ga, denk ik aan jou.
Het is het liedje Spijt van Lenny Kuhr, en dat is weer de bewerking van Mama, sorry dat ik vastzit, een nummer van een rapper, Keizer genaamd. Ali B had die twee bij elkaar gebracht voor zijn programma Ali B op volle toeren. Ik had de serie op tv gezien, maar kocht de dvd omdat ik er geen genoeg van kon krijgen. Ik lieg: m'n dochter gaf ’m aan me op Moederdag, omdat ze wist dat ik er zo bij had zitten snikken.
Overal waar ik ga, leef ik met jou.
Toen Martin Bril ooit te gast was bij Zomergasten liet hij een fragment zien van een televisieportret van de psychiater Andries van Dantzig. Wat hem hierin had getroffen was diens uitspraak over ‘in de waarheid staan’. In therapie gaan zou een mens hierbij kunnen helpen. Bril was erachter gekomen dat het goed was om te kappen met list en bedrog; in de waarheid staand ben je uiteindelijk gelukkiger.
Het is natuurlijk niet voor niets dat ik juist dit heb onthouden, en ik sluit ook nog eens niet uit dat ik het verkeerd heb onthouden. Ik heb geen zin het na te zoeken, een van de grote rampen van internet vind ik dat alles na te zoeken en te vinden is, en je aldus wordt beroofd van iedere kans op schimmigheid. Een van de voordelen van een particulier geheugen is dat je je de dingen eindeloos kunt herinneren zoals die je zelf het best uitkomen. Tot zo ver mijn 'in de waarheid staan’.
Wat niet wegneemt dat ik het wel heel mooi en bezonken vind klinken. Net als het streven naar eerlijkheid. Ik heb er een beetje een hekel aan als mensen op dit punt in hun betoog aanbeland de handen ten hemel heffen en zeggen: maar wat is eerlijkheid? En toch weet ik ook even niet wat anders. Hierbij dus de handen en de vraag richting hemel: maar wat is eerlijkheid?
'De dagboeken van Hugo Claus imponeren door hun eerlijkheid’, stond vorige week in de krant als kop boven een recensie. Als ik mijn eigen dagboeken teruglees, ben ik geïmponeerd door hun leugenachtigheid. Ik zie precies hoe ik om de brij heen schrijf; wat dat betreft toch een perfecte geheugensteun. De dagboeken van Claus daarentegen schijnen bol te staan van wraakfantasieën en seksscènes die hij er in zijn romans uit-politoerde.
Het openzetten van de sluizen wordt vaak voor eerlijkheid versleten. 'In mij schuilt een perverse vorm van oprechtheid’, schreef Michel Houellebecq aan Bernard-Henri Lévy, 'ik zoek hardnekkig, verbeten naar het allerergste in mij om het dan spartelend voor de voeten van het publiek te leggen.’ In die zin kun je het niet veel eerlijker krijgen dan een hotelgast die onverwacht naakt uit de badkamer komt zetten met een niet te blussen erectie.
In de waarheid staan, het beangstigt me.
Ik vroeg een keer aan de onlangs overleden psychiater Louis Tas of het niet dodelijk was voor een schrijver om preciezer inzicht te krijgen in de oorsprong van zijn obsessies en demonen. Nee, sprak hij nuchter. Je boort juist een nog veel groter reservoir aan.
Waarom - handen, hemel - ben ik hier ook alweer over begonnen?
Het heeft te maken met dat liedje, Spijt. En met een verhaal dat ik net las van Bernhard Schlink. De nacht in Baden-Baden heet het en het staat in het vorig jaar verschenen Zomerleugens. Ik dacht wel een beetje klaar te zijn met Schlink, maar dit is erg mooi. Kleine leugens, grote gevolgen. In het genoemde verhaal wordt een tamelijk onschuldige man tot een valse bekentenis gedreven door een overmatig jaloerse vriendin. Wat de schrijver pijnlijk duidelijk en onspectaculair tragisch laat zien is dit: zo gauw je erop staat van de ander de waarheid te horen, en niets dan de waarheid, heeft de leugen je al ingehaald.
Dit klinkt veel te bedacht. Wat ik bedoel: dan vraag je erom eindelijk eens goed te worden voorgelogen. Het geheim van het in stand houden van een intieme betrekking is toch dat je genoegen neemt met wat de ander je vertelt.
Het hele verhaal lang vroeg ik me angstig af, alsof ik er persoonlijk een les uit zou kunnen leren, hoe dit drama ging aflopen. Dat is immers het minste waarop je bij het lezen van fictie mag hopen: dat er een ordentelijk einde aan wordt gebreid.
Overal waar je gaat, denk ik aan jou.
De bijna christelijke devotie waarmee Lenny Kuhr het rapnummer bewerkt tot een hemeltergend lied over spijt, het is niet om aan te zien. Qua aangrijpendheid alleen overtroffen door het moment als ze de trap af komt om de deur uit te gaan richting Amsterdam, waar ze Ali B en Keizer zal treffen, en haar man haar complimenteert met haar outfit. 'Leuk rokje’, zegt hij. 'Lekker stoer voor de jongens.’ Zo lief. En toch heel eerlijk.