De corporate elite 2.0

Souplesse oblige

Zoals ook weer blijkt uit de Paradise Papers gebruiken multinationals de vrijheid waarmee ze hun kapitaal over de wereld kunnen bewegen voor ‘belastingoptimalisatie’. Ze gedragen zich als een profiterende gast en committeren zich niet aan de samenleving waar ze deel van zijn.

Medium versie2

Het lijkt inmiddels een jaarlijks terugkerend fenomeen te worden, de publicatie van miljoenen vertrouwelijke documenten over het fiscale reilen en zeilen van de financiële en de corporate elite. Na de inmiddels beroemde openbaring van de Panama Papers in het voorjaar van 2016 publiceerde het International Consortium of Investigative Journalists (icij) deze week de Paradise Papers: ruim dertien miljoen documenten over duizenden offshorebedrijven gevestigd in belastingparadijzen, die samen een ontstellend beeld geven van grootschalige belastingontwijking (legaal) en belastingontduiking (illegaal) door bekende (invloed)rijke individuen en multinationals. Deze keer bevatten de documenten onder meer namen als Wilbur Ross, de Amerikaanse minister van Economische Zaken, koningin Elisabeth II en Bono, maar ook die van grote bedrijven als Nike, Apple en Uber.

De vrijheid die vermogende individuen en bedrijven hebben om hun kapitaal en activiteiten over de wereld te bewegen, hebben ze louter te danken aan de omgeving waarin ze opereren, de samenleving. Dit maakt hen (althans hun aandeelhouders en bestuurders), zoals ieder ander, daaraan schatplichtig. Zij dragen de verantwoordelijkheid om goed met die omgeving om te gaan. ‘Zonder uitzondering zijn wij verantwoordelijk voor de invloed die wij op onze omgeving uitoefenen’, schreef de Italiaanse humanist Vittorino da Feltre (1373-1446) al in de veertiende eeuw. Een wijsheid die haaks staat op de cultuur die de afgelopen decennia het handelen van veel vermogende individuen en bedrijven zou kenmerken, tot op de dag van vandaag.

De strijd van de Europese Commissie tegen ontwijkingsconstructies en tegen de belastingafspraken die een groot aantal multinationals in het verleden met verschillende EU-lidstaten maakten, gaat dan ook onverminderd door. Afgelopen maand nog sommeerde de Commissie, bij monde van commissaris Mededinging Margrethe Vestager, Amazon om 250 miljoen euro aan achterstallige belastingen te voldoen. Het in Seattle gevestigde e-commercebedrijf is verre van de eerste multinational die door Brussel op de vingers wordt getikt vanwege het betalen van te weinig belasting; de lijst wordt steeds langer. Eerder maande de Commissie onder andere Starbucks al om alsnog dertig miljoen euro aan ‘te weinig betaalde belastingen’ te betalen aan de Nederlandse staat en werden ruim dertig multinationals, waaronder bierbrouwer AB Inbev en British American Tobacco, bij elkaar aangeslagen voor ruim zevenhonderd miljoen euro aan naheffingen die zij op last van de Commissie aan de Belgische fiscus dienden te voldoen.

Dat is nog een klein bedrag vergeleken met de grootste zaak tot nu toe: afgelopen jaar werd tech-gigant Apple door de Commissie aangeslagen voor ruim dertien miljard euro aan achterstallige belastingen (plus rente). Het Amerikaanse bedrijf had van 1991 tot 2007 verschillende belastingafspraken gemaakt met Ierland, waardoor de fiscale verplichtingen konden worden beperkt tot bijna een absoluut minimum: over 2004 betaalde Apple effectief slechts 0,005 procent belasting over de in Europa gemaakte winst. Na lang onderzoek kwam de Commissie tot het oordeel dat de gemaakte afspraken illegaal zijn – volgens Vestager zijn ze in strijd met de Europese mededingingsregels.

Jarenlang heeft de Europese Commissie weinig tegen belastingontwijking kunnen doen. Te meer omdat de vele tussenschakels van de fiscale sluiproutes die bedrijven kiezen doorgaans stuk voor stuk voldoen aan de respectievelijke lokale fiscale regimes waar ze gevestigd zijn. Vestager, die bij haar aantreden als commissaris Mededinging in 2014 van de aanpak van fiscale ontwijking (legaal) en ontduiking (illegaal) een topprioriteit maakte, meent nu echter een aantal varianten ervan een halt te kunnen toeroepen.

Tim Cook, Apple’s huidige ceo, reageerde zeer verontwaardigd op het besluit. In een interview met de Irish Independent noemde hij het ‘total political crap’. In een ‘message to the Apple Community’ die Apple kort na de bekendmaking op de eigen website publiceerde prees de tech-reus zichzelf als een bedrijf dat sinds de opening van zijn fabriek in het Ierse Cork in 1980 aanzienlijk heeft bijgedragen aan de werkgelegenheid. ‘In die periode kampte Cork met hoge werkloosheid en een extreem laag niveau van investeringen’, aldus Apple. Verderop in het bericht claimt het bedrijf zelfs dat het de grootste belastingbetaler in het Verenigd Koninkrijk is, en zelfs in de wereld – een bewering die zeer moeilijk te verifiëren is en door Apple op geen enkele wijze wordt onderbouwd.

De verontwaardiging van Tim Cook staat niet op zichzelf; hij wordt bijgestaan door diverse andere captains of industry, die ook vinden dat het ‘schandalig is wat er gebeurt’. Niet zelden vallen woorden als ‘heksenjacht’ en ‘kruistocht’ wanneer het in corporate kringen gaat over het optreden van de Commissie. Ook nationale overheden die inmiddels hun fiscale wetgeving kritisch onder de loep nemen kregen dergelijke kwalificaties toebedeeld. Primair is deze corporate elite verontwaardigd over het feit dat er kritiek wordt geleverd op een praktijk die volgens haar volstrekt legaal is.

Alle afspraken die deze multinationals in de afgelopen jaren hebben gemaakt passen binnen de nationale regels van de landen waarin zij actief zijn, zoals zij zelf ook niet-aflatend aangeven. ‘Apple betaalt iedere dollar belasting die het verschuldigd is’, aldus Apple’s ceo in een interview met 60 Minutes, waarin hij de deals en de fiscale constructies van zijn bedrijf verdedigde. Of de diverse constructies en afspraken die Apple en andere multinationals met diverse EU-lidstaten hebben gemaakt daadwerkelijk illegaal zijn, daarover zal uiteindelijk de (Europese) rechter een oordeel moeten vellen. De vraag of de bedrijven in kwestie mogen doen wat ze doen is echter de minst relevante. Waar het werkelijk om gaat is de vraag of het ook goed is wat ze doen.

De diverse generaties Philips kenden een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor thuisstad Eindhoven

Voor de mondiale financiële en corporate elite zijn belastingdeals met Europese lidstaten als Nederland, Luxemburg en Ierland eerder regel dan uitzondering. Dit geldt ook voor het gebruik van diverse fiscale sluiproutes, waarbij mondiaal opererende ondernemingen met hun hoofdkantoor, houdstermaatschappijen en dochterondernemingen onder hun arm over de wereld zwerven op zoek naar de weg van de minste fiscale weerstand. Een verschijnsel dat in de wereld van de advocaten en fiscalisten die hier hun boterham mee verdienen eufemistisch ‘belastingoptimalisatie’ wordt genoemd. Zich zo veel mogelijk onttrekken aan de verantwoordelijkheden van het deelnemen aan een samenleving – zoals leveren van een redelijke bedrage aan de publieke middelen – lijkt voor grote ondernemingen de norm geworden.

Diverse multinationals zijn door de jaren heen zo groot en invloedrijk geworden dat zij menen het zich te kunnen veroorloven zich grotendeels aan de samenleving te onttrekken. Illustratief in dit verband zijn de hoofdkantoren die verschillende tech-reuzen de afgelopen jaren in Silicon Valley lieten verrijzen. Los van het feit dat het in feite schijnhoofdkantoren zijn – fiscaal gezien zijn (grote delen van) deze bedrijven vaak heel ergens anders op de wereld gevestigd – zijn het bijna allemaal gesloten bastions die fungeren als tijdelijke thuisbasis voor een parallelle gemeenschap van global nomads. Meer dus een expat compound 2.0 dan een open bedrijf dat in verbinding staat met zijn omgeving waaraan het een bijdrage wil leveren.

Veel multinationals grijpen de vrijheid waarmee zij hun kapitaal tegenwoordig over de wereld kunnen bewegen aan om tussen jurisdicties door te laveren. Ze gedragen zich eerder als een profiterende gast in plaats van dat zij nog een thuisland hebben waar ze zich werkelijk aan committeren en waar ze niet alleen winst maken maar ook wezenlijk aan willen bijdragen.

De geschiedenis leert echter dat deze modus operandi zeker niet de norm hoeft te zijn, ook niet voor wereldwijd opererende multinationals. Een voorbeeld uit eigen land is de ondernemersfamilie Philips. Hoewel hun bedrijf rond 1900 al tot een van ’s werelds bekendste multinationals was uitgegroeid, bleef de familie het in de decennia die volgden altijd sterk verbinden met haar thuisstad Eindhoven. Los van de werkgelegenheid die het bedrijf voor de omgeving opleverde, kenden de diverse generaties Philips, als iconen van de Nederlandse bedrijfselite, ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor hun omgeving. Ze droegen dan ook in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling en het welzijn van de stad. Zo werd het bedrijf niet alleen een innovatie- en winstmachine, maar was het ook een belangrijk en geïntegreerd onderdeel van de samenleving.

Vandaag de dag lijken veel captains of industry voor de multinationals die ze besturen eerder het omgekeerde na te streven door zich, waar de wet hun de mogelijkheid biedt, zo veel mogelijk aan hun publieke (morele) verplichtingen te onttrekken. De ware belastingoptimalisatie-industrie die zich de afgelopen decennia heeft kunnen ontwikkelen is hiervan een schrijnend gevolg. De reactie van Tim Cook en diverse van zijn collega’s op het optreden van de Commissie is tekenend in dit verband. Terwijl hij, wijzend naar de regels, zijn juridische gelijk probeerde te halen, liet de topman zich op geen enkel moment uit over de veel belangrijker vraag of het fiscale tarief dat Apple betaalt ook fair is.

Cooks reactie was niet immoreel, maar amoreel, zoals de reacties van veel bankiers die Joris Luyendijk interviewde over hun handelen in de jaren voorafgaand aan de kredietcrisis dat ook waren. Voor deze mensen reikt hun zorgplicht voor de omgeving waarin zij opereren – onze samenleving – niet verder dan welke de wet en regelgeving hun oplegt. De gevolgen van hun handelen doen niet of nauwelijks ter zake, laat staan de schuld die zij eraan hebben; ze handelden immers binnen de grenzen – en de mazen – van de wet. Bij gebrek aan een verbod, zo luidt de impliciete redenering, heeft men dus de vrijheid om te acteren zoals men dat heeft gedaan.

De afgelopen decennia hebben de captains of industry die een positie bekleedden waarin zij de norm konden stellen min of meer weg kunnen komen met deze amorele houding ten aanzien van hun eigen handelen. En met hen de vele mensen aan wie zij leiding gaven. In een samenleving die vanaf de jaren tachtig onder invloed van het neoliberalisme steeds meer in het teken is komen te staan van het bevorderen van individuele vrijheden is het eigen morele oordeel en de aandacht voor ieders individuele verantwoordelijkheid voor het verbeteren van de wereld steeds meer uitbesteed aan charitatieve instellingen. Zorgen voor de samenleving, daar waren bedrijven en hun aandeelhouders niet voor; dat was iets voor de publieke sector.

als men vrijheid in de meest ruime zin beziet als een fenomeen dat louter rechten voortbrengt, zonder (morele) verplichtingen, is de opkomst van amoraliteit niet meer dan een logisch gevolg. De neoliberale cultuur van vrijheid en de ideologische focus op het vrijlaten van bedrijven in hun productie en hun acteren jegens de samenleving heeft in de laatste twee decennia van de twintigste eeuw een zeer groot uitdrijvend effect gehad op het verantwoordelijkheidsgevoel van de corporate elite. Een niet onbelangrijke oorzaak van deze ontwikkeling is dat veel van deze bedrijven geen duidelijke identiteit meer hebben die verbonden is met een familie of een oprichter. Het zijn anonieme vehikels geworden, die een eigen leven zijn gaan leiden.

Partijen die de mazen van de wet maximaal oprekken zullen steeds minder door het publiek worden geduld

Het grootste deel van de aandelen van deze instellingen wordt publiek verhandeld en is in het bezit van anonieme aandeelhouders verspreid over de hele wereld. Dit zorgt voor een veel grotere afstand tussen aandeelhouder en bedrijf, wat afbreuk doet aan het gevoel van (mede)verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het handelen van de onderneming, een gevoel dat bij aandeelhouders die dicht bij hun onderneming staan veel meer aanwezig is.

Het herdefiniëren van de grote maatschappelijke verantwoordelijkheid die rust op de schouders van de mensen die in de positie zijn om de toon te zetten in het reilen en zeilen van multinationals, en daarmee behoren tot de financiële en de corporate elite, begint bij een veel groter besef van wat het begrip vrijheid werkelijk betekent, en ook van de verantwoordelijkheden die komen met vrijheid. ‘Souplesse oblige’, leerde mijn grootvader zijn kinderen en kleinkinderen, als variant op het bekende noblesse oblige.

Het hebben van vrijheid, rechten en bewegingsruimte, zo stelde hij, brengt onherroepelijk ook de verantwoordelijkheid met zich mee om zorgvuldig met die vrijheid, rechten en bewegingsruimte om te gaan. De vraag wat zorgvuldig is, kan maar zeer beperkt door de letter van de wet worden geleerd. Een juist oordeel hierover begint met een sterk moreel kompas. Het vergt een zeer kritische blik ten aanzien van de juistheid van het eigen handelen en dat van het bedrijf waar men leiding aan geeft of aandeelhouder van is.

Volgens Klaus Schwab, de initiator van het World Economic Forum (wef), de jaarlijkse conferentie waar de mondiale financiële, politieke en corporate elite samenkomt om van gedachten te wisselen over tal van internationale sociaal-economische vraagstukken, is deze neoliberale, vrijheid-georiënteerde vorm van kapitalisme aan zijn laatste dagen toe. Volgens Schwab is onze kapitalistische marktorde geleidelijk aan het evolueren naar een orde waarin niet individuele vrijheid en financiële winst, maar de mens en de bredere omgeving waarin wij leven weer veel meer centraal komen te staan. Die beweging wordt vooral gedreven door mensen die zich veel bewuster zijn van het feit dat ze, net als ieder ander, onderdeel zijn van een groter geheel, waaraan ze zo goed als alles te danken hebben. In het bouwen en besturen van hun bedrijven kijken zij dan ook met een veel holistischer blik naar de rol daarvan in onze samenleving.

In eigen land vinden we bekende voorbeelden, zoals Buurtzorg, van Jos de Blok, die nu ook een eigen mensgerichte zorgverzekering gaat starten. Maar in bredere zin ontstaan op verschillende plaatsen in de wereld heel nieuwe soorten bedrijven, die niet alleen met een veel holistischer motief worden opgezet, maar zelfs geheel nieuwe juridische structuren kennen. Daarbij wordt winst gemaakt, maar het kapitaal van de onderneming wordt veel meer dan bij de klassieke, winstgedreven rechtspersonen als de BV en de Engelse Limited (Ltd) ingezet om sociaal-maatschappelijke doelen te bereiken.

Een voorbeeld uit Amerika, het hart van de kapitalistische wereld, is de Benefit Corporation. Ook Canada en Italië hebben deze rechtsvorm inmiddels geïncorporeerd in hun rechtssysteem. In verschillende andere landen – waaronder Nederland – komt het private initiatief van de Bcorp (niet te verwarren met de Benefit Corporation) op. Het gezamenlijk motto van de vele duizenden Bcorps die onze wereld inmiddels rijk is: it’s not about being the best in the world, but being the best for the world.

Klaus Schwab benadrukt de noodzaak van deze transitie. Hoewel hij niet ontkent dat het liberale marktkapitalisme van de twintigste eeuw de mens veel welvaart heeft gebracht, zeker in materiële zin, zien hij en vele anderen in dat deze orde intrinsiek instabiel is en niet gericht op de lange termijn maar op groei en méér. Hoewel in het hier en nu nog veel bedrijven (en hun bestuurders) nog lang niet zo ver zijn, zien we dat het collectief maatschappelijk bewustzijn ten aanzien hiervan snel toeneemt. Partijen die de mazen van de wet tot het maximale oprekken om de commerciële en fiscale mogelijkheden te benutten zullen dan ook steeds minder door het publiek worden geduld.

Onze samenleving staat niet alleen steeds kritischer en mondiger tegenover handelingen die de belangen van het collectief schaden maar ook tegenover een amorele houding. Zeker van multinationals, die door hun omvang zoveel organisatorische en financiële slagkracht hebben dat hun invloed op de wereld die van verschillende overheden overstijgt. Juist van hen verlangt de wereld meer dan dat ze zich slechts aan de regels houden, geen schade aanrichten aan klimaat en omgeving en een duurzame productie tot stand brengen, nee, men verwacht van hen dat ze een actieve, positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van ons publiek kapitaal en onze samenleving. Waarom? Omdat ze er de mogelijkheid toe hebben.

Voor de leiders van veel conventionele multinationals, mensen als Tim Cook, vormt dit een grote uitdaging, evenals voor de vele anonieme aandeelhouders van dit soort ondernemingen. Zij zullen niet meer kunnen volstaan met te stellen dat hun handelen geoorloofd is, louter op basis van het argument dat de wet hun de mogelijkheid biedt. De verantwoordelijkheid die hun positie in onze wereld (of ze dit nu leuk vinden of niet) met zich meebrengt vereist een heel andere houding ten aanzien van de samenleving. Vroeg of laat zullen zij ook morele verantwoording moeten afleggen voor datgene wat ze de wereld nalaten en de keuzes die ze maken. Keuzes die zij hebben kunnen maken dankzij de vrijheid die de samenleving hun geeft.

Wanneer zij hun amorele modus operandi niet aanpassen zullen zij vroeg of laat hun licence to operate verliezen; het impliciete fiat dat de samenleving, het geheel waarvan zij als individu onherroepelijk deel uitmaken, hun geeft voor het bekleden van de bevoorrechte en invloedrijke positie die ze hebben. ‘A [true] hero is someone who knows the responsibility that comes with his freedom’, stelde Bob Dylan ooit. Een les die veel captains of industry maar beter ter harte kunnen nemen, willen zij hun plaats in de wereld van morgen verdienen.