Sovjettrots

Hoe is het gesteld met het historisch besef der Russen? In musea en in leerboeken is niets te vinden over de Goelag, maar de Tweede Wereldoorlog wordt breed uitgemeten. De Russen willen hun trots herwinnen.

PETERSBURG - Op het toegangskaartje voor het Museum van de Politieke Geschiedenis van Rusland staat de oude naam: ‘Staatsmuseum van de Grote Socialistische Oktoberrevolutie’. In de hal valt een bloedrood licht naar binnen door de glas-in-loodramen. Op het glas staan Lenin, boeren en arbeiders. Vier vitrines in de eerste zaal tonen foto’s van de cellen waarin onder het tsarenbewind revolutionairen gevangen werden gezet. De volgende zaal ziet rood van de leuzen: 'In de strijd verwerf je rechten!’, 'Oorlog omwille de vrijheid van de volkeren’, of gewoon: 'Leve de Russische revolutie’. Aan de wand van zaal drie hangt een portret van Stalin, met daaronder twee uniformen: het ene van een officier van de NKVD (de voorloper van de KGB), het andere van partijbons Mikojan. Het duizelt me. Wat wil het museum zeggen? Foto’s van demonstraties onder Gorbatsjov. Daarboven een levensgrote foto van een bedelaar. In een andere kamer komt de Tweede Wereldoorlog aan bod. Granaten, helmen en weer: een portret van Stalin van drie meter hoog. Boven de uitgang de tekst: 'De overwinning van de communisten is onvermijdelijk’. Ik loop terug naar de ingang op zoek naar enige vorm van commentaar op de tentoonstellingen, en vind een beknopte verklaring: 'Politiegegevens en foto’s (…) getuigen van de repressieve praktijken van het tsarenbewind, voornamelijk gericht tegen revolutionairen.’ En de repressie in de Sovjetunie dan? 'Als symbolen van de almachtige veiligheidsorganen van het partijapparaat dienen de uniformen van een medewerker van de NKVD in de jaren dertig en het kostuum van een grote partijfunctionaris.’ Als ik iets wil weten over de rode terreur, moet ik naar het Museum van de Geheime Politie gaan, luidt het advies van een suppoost. Het museum van de Geheime Politie heette vroeger het Dzjerzjinski-museum, naar de oprichter van de Tsjeka, de veiligheidsdienst in de eerste jaren na de revolutie. In dit gebouw was de Tsjeka gevestigd voordat ze naar Moskou vertrok, maar het bleef dienst doen als de plaatselijke, Petrogradse afdeling van de veiligheidsorganen tot 1938. 'Presenteren jullie Dzjerzjinski als een held?’ vraag ik aan rondleider Dimitri Gorboesjkin, wetenschappelijk medewerker van het museum. Gorboesjkin, pas afgestudeerd historicus, reageert verbaasd. 'Natuurlijk. Dzjerzjinski was niet alleen de oprichter van de Tsjeka, hij was een groot strijder. Een groot econoom. Hij deed veel voor weeskinderen. En hij bond de strijd aan met de corruptie en sabotage.’ Het museum toont de geschiedenis van de geheime politie tot 1926. Verder gaan ze niet want daar is geen plaats voor, zegt Gorboesjkin. In het museum hangen foto’s van gevangenissen onder de tsaren, portretten van Lenin en verschillende tsjekisten. Er wordt niets uitgelegd over repressiemaatregelen van de geheime dienst in de Sovjetunie. 'We hebben maar drie kamers’, zegt Gorboesjkin geërgerd.Mijn laatste hoop op een volledige presentatie van de Russische geschiedenis is gevestigd op de Peter en Paul-vesting. Hier bevindt zich het Museum van de Geschiedenis van Sint-Petersburg. Helaas gaat de expositie niet verder dan een mo nument voor de dekabristen, die in 1825 in opstand kwamen tegen de tsaar. In de tuin van het Troebetskoj-bastion op hetzelfde terrein staat ook een monument met een tekst van Lenin: 'De herinnering aan de in gevangenissen vermoorde en gekwelde helden-kameraden vertienvoudigt de kracht van nieuwe strijders.’ Naast de cellen in het bastion hangen foto’s van revolutionairen die onder de tsaren gevangen zijn gezet. In 1921 gebruikte Lenin de kerkers nog voor de opstandige matrozen van Kronstadt, maar daar is geen bord voor opgehangen. Waarom is nergens een monument, een museum, of tenminste een beetje informatie te vinden over de miljoenen slachtoffers van de repressie onder de communisten? IN DE GROOTSTE boekwinkel van Sint-Petersburg zijn geen boeken te vinden over de strafkampen in de Sovjetunie. 'Er staat wel iets over de Goelag in de overzichtswerken van de Russische geschiedenis’, zegt de verkoopster. Verreweg de meeste boeken op de afdeling geschiedenis zijn biografieën: over Javlinski, over Churchill, over Einstein. En oorlogsboeken. Populair zijn ook sensatieboeken met detective-achtige omslagen over Stalin en Hitler. Waarschijnlijk valt het beste beeld van het leven onder het totallitaire regime op te maken uit memoires van Russische schrijvers en dissidenten: Lidija Ginzburg, Nadezjda Mandelsjtam, Vladimir Vojnovitsj. Dat dit elitaire literatuur is, blijkt behalve uit de inhoud ook uit de prijs: de memoires van Mandelsjtam kosten maar liefst 285 roebel per deel - voor veel Russen een half maandsalaris. De oplagen zijn klein. PJOTR, TIEN JAAR, weet niet wat een revolutie is. Hij weet wel dat Gagarin de eerste kosmonaut was en dat Lenin kaal was en een baard had. Dat is zo ongeveer ook het enige wat Lotta, elf jaar, van Lenin weet: 'Dat is een vroegere leider. Hij had een baardje en een kale kop. Hij hield van kinderen. Volgens mij was hij een communist.’ Op school behandelen ze de geschiedenis van het oude Rome. 'Ik weet niet wat communisten zijn. Ik weet wel wie democraten zijn: dat is wanneer iedereen die maar wil, de leiding kan hebben. Communisten willen dat alles gratis is.’ Lotta kent Gagarin ook: 'Dat was de eerste man in de ruimte. En Belka en Strelka waren de eerste honden in de ruimte.’ Over de Tweede Wereldoorlog praten de kinderen honderduit. Pjotr: 'In de Grote Vaderlandse Oorlog werd de stad omsingeld. Onze legers hadden veel meer vliegtuigen dan de Duitse.’ Lotta: 'Stalin had vriendschap gesloten met Hitler, maar Hitler ging in het geniep oorlog voeren. Hij dacht dat hij Rusland in één maand tijd kon veroveren, maar niets daarvan!’ 'De Grote Vaderlandse Oorlog’ wordt er bij de kleintjes goed ingepeperd. In het geschiedenisleerboek voor de lagere school Jouw Rusland uit 1996 staan overwinningsliedjes om uit het hoofd te leren en fragmenten uit de memoires van helden. In Naslagwerk voor kleuters: Geschiedenis uit 1998 worden illustraties van bloederige taferelen aan het front afgewisseld met portretten van sovjetgeneraals. Het hoofdstuk over de oorlog begint met: 'Iets meer dan twintig jaar had het vredige leven van ons volk geduurd. Er was al veel gedaan. Maar het sovjetvolk stonden nieuwe harde beproevingen te wachten.’ Er was veel gedaan in die twintig jaar onder Stalin, dat kunnen we lezen in de hoofdstukken ervoor: 'Het was een land met een geschoold volk, met schitterende specialisten; (…) sovjetmensen geloofden in hun leiders en bouwden met veel enthousiasme aan een nieuwe maatschappij, waarin geen armen en geen rijken waren, waar iedereen gelijk was en gelukkig.’ In het boek zijn ook enkele zinnen gewijd aan de zuiveringen onder Stalin: 'Veel geleerden, ingenieurs, arbeiders en boeren werden door Stalin ervan beschuldigd “vijanden van het volk” te zijn. Die onrechtvaardige beschuldigingen werden ook geuit aan het adres van sovjetofficieren, generalen en maarschalken.’ Dat dat verschrikkelijk is, begrijpt de kleuter wel, want die officieren, generalen en maarschalken zijn nu juist de helden van het boek. Maar de schrijver stelt de lezertjes onmiddellijk gerust: 'Echter, de krachten van het sovjetvolk om een nieuw leven op te bouwen gingen niet verloren. Al vijftien, twintig jaar na de instelling van de sovjetmacht, als resultaat van hard werken, werd de Sovjetunie een sterke en door alle tegenstanders geëerde wereldmacht.’ Gelukkig maar. Er wordt verder in het boek geen woord meer gewijd aan de vervelende trekjes van de sovjetmacht. 'Dankzij de harde arbeid van haar volk bracht de Sovjetunie de eerste Spoetnik in de ruimte.’ En: 'We probeerden de volkeren van buurlanden te helpen, die met moeite een vredig bestaan opbouwden.’ Het boek eindigt met een opdracht. 'Jij, kleine lezer, moet dit nieuwe leven opbouwen. Op jouw bijdrage aan deze grote gebeurtenissen wacht ons Vaderland. Wees zijn beroemde geschiedenis waardig!’ DE 'INTERNATIONALE School van Sint-Petersburg’ heeft 170 leerlingen en maar liefst 152 leraren. Het is een privéschool: de prijs van het onderwijs varieert van 300 tot 1500 dollar per maand. De leerlingen zijn kinderen van buitenlandse diplomaten en zogenaamde 'Nieuwe Russen’. Volgens de directrice is de materiële status van haar cliënten een groot voordeel voor het leerproces: 'Een van de ouders huurde een helikopter, daarmee zijn enkele leerlingen naar een klein dorpje gevlogen. Daar hebben ze vragen gesteld aan de dorpsoudste, die de revolutie nog heeft meegemaakt. Dat is toch prachtig?’ Sergej Fjodorov, geschiedenisleraar, laat het leerprogramma van dit jaar zien. De lagere klassen beginnen met de Slavische mythologie, de twintigste eeuw wordt pas behandeld wanneer de leerlingen zo'n zestien jaar oud zijn. Fjodorov: 'Wat er onderwezen wordt, moet voldoen aan de standaards die door de staat worden bepaald. Hoe je het inkleurt, hangt af van de leraar.’ Fjodorov is verkozen tot de beste leraar van Sint-Petersburg en heeft stage gelopen aan de universiteiten van Oxford en Illinois. Voor de hoogste klassen gebruikt hij een boek over de Sovjetunie van de Fransman Nicolas Werth in de Russische vertaling. 'Het toont de Russische geschiedenis vanuit de positie van een buitenstaander’, zegt Fjodorov. 'Alle Russische leerboeken behandelen de geschiedenis vanuit een binnenlands oogpunt. En hier wordt geen commentaar in geleverd, dat is heel belangrijk: je moet voorzichtig zijn.’ Anatolij Goetnikov is dertig jaar geschiedenisleraar, waarvan de laatste tien jaar op de staatsschool nr. 537. Hij maakt gebruik van een gereviseerde versie van een leerboek uit 1990, omdat het door de staat wordt gesubsidieerd en dus gratis is. Het boek staat nog vol droge kost, zoals: 'Uit de rede van minister Gromyko op de XXIIIste sessie van de Opperste Sovjet in 1978’ of: 'Uit een optreden van A. Kosygin op de zitting van de ministerraad in 1969’. Volgens Goetnikov is de interesse van de leerlingen voor de nieuwste geschiedenis afgenomen in vergelijking met de informatiehonger van tien jaar geleden. Hij haalt enkele plakboeken met kranteartikelen van vroegere leerlingen te voorschijn. 'Ik dwong ze daar niet toe, ze kwamen er zelf mee. Nu doen leerlingen dat niet meer.’ Te oordelen naar de werkstukken van dit leerjaar is de interesse verschoven naar de geschiedenis van het oude Rusland: Ivan de Verschrikkelijke, de napoleontische oorlog. Het enige werkstuk dat over de twintigste eeuw gaat is: 'De Grote Vaderlandse Oorlog’. 'Daar zijn de leerlingen toch wel dol op’, geeft Goetnikov toe. 'Ze zien hun grootouders met medailles en sovjetfilms over de oorlog op tv, dat maakt indruk.’ Goetnikov was vroeger lid van de partij, maar zegt geen moeite hebben gehad met de omscholing na de perestrojka. 'Je moet nu objectief en voorzichtig lesgeven, de kinderen zijn helemaal van jou afhankelijk - ouders hebben weinig tijd voor ze. Er zijn leraren die dat niet kunnen, vooral die oude, geprogrammeerde garde.’ Alla, zestig jaar, geeft al veertig jaar geschiedenisles, waarvan achttien op een middelbare school voor toekomstige orkestmusici. Ze wil niet dat haar achternaam genoemd wordt: 'Ik geef les op een staatsschool en mijn mening is niet een officieel standpunt.’ Alla werkt zonder geschiedenisboek; ze gebruikt alleen leerstof die ze zelf schrijft. 'Er is geen enkel leerboek dat ik volledig vind. Ze drukken zich veel te lichtzinnig uit. De twintigste eeuw, die geschiedenis ken ik uit mijn hoofd. Tegenwoordig wordt er veel te slordig omgesprongen met alle verworvenheden van de Sovjetunie. Die zogenaamde objectiviteit - dat is een vorm van slavernij. In dit lesboek bijvoorbeeld wordt maar anderhalve bladzijde besteed aan het marxisme, omdat het marxisme niet in de mode is. Historici hebben zich verlaagd tot de slavernij van het modieuze anti-communisme. Het probleem is: het grootste deel van het land vergist zich. Mijn taak is om dat aan de jeugd duidelijk te maken. Hun ouders kunnen dat niet: die hebben het veel te druk met overleven. Ik leg uit dat de markteconomie een dwaling is, een vreselijk hard systeem met weinig vrijheid. Marx had gelijk. Op mijn huid is de geschiedenis geschreven. Ik heb geen leerboek of statistieken nodig, ik heb alles gezien. En als mijn gezondheid het toelaat, zal ik blijven lesgeven tot ik erbij neerval.’ WAT IS ER aan de hand met het historisch bewustzijn van de Russen, ruim tien jaar na de perestrojka? Aleksandr Lisovski, afgestudeerd in de sociologie aan de universiteit van North-Carolina en docent aan de universiteit van Sint-Petersburg, ziet de verslapte interesse voor de tragische geschiedenis van Rusland als een onvermijdelijk verschijnsel. 'Mensen kunnen niet te lang bezig zijn met het onder ogen zien van een negatieve waarheid. De vroegere idealen zijn vernietigd, maar er zijn geen nieuwe voor in de plaats gekomen. Dat is moeilijk te verwerken voor de doorsnee burger. Het gevoel van eigenwaarde is aangetast. Michalkov heeft met zijn laatste film, The Barber of Siberia, laten zien dat het voor Rusland, wil het zich uit het vuil omhoogwerken, van belang is dat het zijn trots terugvindt. Rusland moet zijn historische mythen weer in leven roepen. Het is goed dat er nog musea zijn zoals het Museum van de Militaire Zeevloot, waar een mens zijn hart op kan halen, want er is nu niets anders om trots op te zijn. En daarom is er nu ook zo veel nostalgie: er worden weer oude sovjetliedjes gezongen, de sovjetfilms worden weer bekeken, er zijn weer pioniers. Mensen hebben een zekere ruggesteun nodig, en als ze die niet in het reële leven kunnen vinden, dan maar in het verleden. Geen enkel volk kan zonder mythen.’ Michalkovs film is niet alleen de duurste Russische film ooit geproduceerd (45 miljoen dollar), het is ook de omvangrijkste verkiezingscampagne in de Russische geschiedenis: Michalkov, die zich kandidaat stelt voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar, werd tijdens de première luid toegejuicht toen hij als tsaar Aleksandr(III op het doek verscheen van zijn eigen film. De film speelt zich af in de jaren tachtig van de vorige eeuw en draait om een liefdesrelatie tussen een Russische officier en een frivole Amerikaanse, die Rusland bezoekt om te bemiddelen voor een landgenoot die de Siberische taiga met een houtkapmachine te lijf wil gaan. Michalkov heeft meer dan eens benadrukt dat het Rusland ontbreekt aan een 'nationaal idee’, maar zijn idee is duidelijk: het Russische volk (dat in de film als eeuwig nobel en trots wordt afgeschilderd tegen een decor van ongerepte Siberische natuur) heeft geen boodschap aan buitenlandse inmenging, die niet anders dan verwoestend kan zijn. LISOVSKI SLUIT niet uit dat als het huidige ongenoegen voortduurt, extreem-nationalistische en xenofobische denkbeelden de overhand zullen krijgen. 'De ideologische grond is onder de voeten van de mensen weggeslagen. Een kleine groep van politiek actieve intellectuelen weet wel waar het om draait, maar voor het gewone volk zijn mythen nodig.’ Het is echter de vraag of zulke mythen extreme denkbeelden juist niet in de hand werken. Mythen vormen volgens de historici Pivovarov en Foersov het grootste obstakel voor een ontwikkeling van het historisch bewustzijn. In hun essay 'Over de huidige situatie en problemen van de bestudering van de Russische geschiedenis’ constateren Pivovarov en Foersov dat het in de Russische geschiedkunde tot op heden ontbreekt aan adequate historische interpretaties. Omdat sovjethistorici zich alleen bezighielden met het aantonen van de juistheid van het marxisme-leninisme, is er wel een grote hoeveelheid feitenmateriaal verzameld, maar heeft er in Rusland nog steeds geen overgang van kennis naar begrip plaatsgevonden. Nog steeds bestaat het historisch bewustzijn van de gemiddelde Rus voor een groot deel uit de oude (sovjet)mythen. Een van de grootste mythen, waarmee een adequate verklaring van historische gebeurtenissen wordt omzeild, is de mythe van de Russische ziel, die even ondoorgrondelijk en onmetelijk zou zijn als Rusland zelf. De voorzichtigheid van Russische historici bij het interpreteren van de nieuwe geschiedenis komt grotendeels voort uit de angst bepaalde bevolkingsgroepen te beledigen. 'Iets verwerpen of veroordelen is te eenvoudig’, schrijven de auteurs van het boek Geschiedenis van het vaderland in het voorwoord. 'Je moet voorzichtig zijn’, benadrukken de geschiedenisleraren Fjodorov en Goetnikov. Deze angst wordt vooral bepaald door de schuldvraag Kto vinovat? ('Wie heeft de schuld?’ - de titel van een roman van de geëngageerde negentiende-eeuwse schrijver Herzen), die in Rusland altijd ter sprake komt in historische interpretaties. Ook de socioloog Lisovski bracht de schuldvraag te berde: 'Alleen mensen die enorm sterk in hun schoenen staan, kunnen de historisch-politieke problemen aan zichzelf wijten. Vroeger kon je tenminste nog de schuld leggen bij het Politbureau en zeggen dat doorsnee communisten nergens schuld aan hadden’, aldus Lisovski. Maar is die schuldvraag wel zo belangrijk? Historische interpretaties impliceren niet per se het aanwijzen van een schuldige voor de misère die op dit moment in Rusland heerst. VORIGE WEEK raakte ik met een Russische zakenman in gesprek over Joegoslavië. 'Geef maar toe: jullie waren allemaal bang voor de grote Slavische broeder!’ zei hij. 'En jullie zijn nog steeds verschrikkelijk bang. De Navo, de Amerikanen: jullie zijn lafaards om zo'n klein land aan te vallen. Wacht maar af tot de Russen komen!’ Zijn mening verwonderde mij niet: hij reproduceerde immers het enige commentaar dat de media geven in de kwestie rond Kosovo. Anti-westerse sentimenten, die zich vóór de bombardementen van de Navo beperkten tot het afkraken van Duitse worst en Amerikaanse pulpfilms, zijn in alle lagen van de Russische bevolking opgeborreld. Ondertussen draait de televisie steeds meer sovjet-oorlogsfilms en nemen popgroepen videoclips op waarin nazi-vliegtuigen van Leningrad wegvliegen. In de feestroes van 'De Dag van de Overwinning’ (9 mei) voelt Rusland zich weer thuis in de traditionele mythe van de gevreesde supermacht. 'Hitler = kaputt, wie is de volgende?’ dreigt een affiche van de nachtclub Candyman in het kader van de naderende feestdag. Met de parlements- en presidentsverkiezingen voor de deur blijken afgestofte sovjetmythen en het beantwoorden van het oude Kto vinovat? nog steeds de belangrijkste ingrediënten om in Rusland populariteit te verwerven.