Economie

Spaans benauwd

Te laat gaven de voormalige toezichthouders Nout Wellink en Hans Hoogervorst een oordeel over de euro, in nagenoeg identieke woorden: mislukt en misgeboorte. Het zou mooi zijn geweest als ze die conclusie en de consequenties eerder hadden getrokken. Nu illustreren de woorden treffend dat de Nederlandse toezichthouders achter feiten en meningen aanlopen en zich niet of nauwelijks onderscheiden van de private kredietbeoordelaars, die beoordelingen razendsnel weten om te draaien van triple A naar junk.

Toezichthouders worden niet betaald om achteraf gelijk te hebben maar om vooraf een eigen mening te vormen. Wellink lijkt dit te beseffen met zijn verweer tegenover de enquêtecommissie dat niemand de kredietcrisis heeft voorzien. Dat verweer is zwak. DNB heeft vóór 2008 op de mogelijkheid van instabiliteit gewezen. Waarschijnlijk - en treurig - is dat DNB de eigen analyse niet zo serieus heeft durven nemen, omdat het haaks op de toen gangbare mening stond en omdat het in eigen huis ook niet onomstreden zou zijn geweest. Typerend voor dat laatste is dat Wellink en Hoogervorst verschillend denken over de toekomst van de euro. Maar de les moet zijn dat we ons niet kunnen veroorloven te hopen op een goede afloop als de kans op een slechte afloop aanwezig is: better safe than sorry.
Het compromis van Merkel en Sarkozy moet de uitslaande brand in de eurozone onder controle brengen. Het moet vooral de weg voor de ECB effenen om te mogen blussen. De kosten van een financiële ramp zijn namelijk niet te overzien en niet te berekenen, het onderzoek van Wilders ten spijt. Tegenover het geld van de ECB staat de verplichting voor lidstaten om de begrotingstekorten weg te werken en de overheidsschuld terug te dringen. Toch kan daarmee niet het sein brand meester gegeven worden, zelfs als de rente op staatsschuld voor landen in de gevarenzone weer een veilig niveau bereikt. Het vuur kan nog smeulen en wederom tot een uitslaande brand leiden. Better safe than sorry. De ‘fiscale unie’ is met het compromis nog niet voltooid. Het is niet moeilijk het (brand)gevaar aan te wijzen. Voor stabiliteit is meer (Europa) nodig.
Het gevaar van grote banken is nog niet bezworen. Voor de enquêtecommissie heeft Ronald Gerritsen, de opvolger van Hans Hoogervorst, verklaard het spaans benauwd te hebben gekregen van het idee dat de Nederlandse overheid de verplichtingen van de internationale bank ING zou moeten overnemen. Die verplichtingen zijn een veelvoud van het nationaal inkomen. Nog steeds staan nationale overheden als achtervang garant voor internationale banken. Nog steeds is dit een bedreiging voor de financiële stabiliteit in de eurozone. Eén oplossing is toezicht en achtervang op Europees niveau.
Evenmin is het gevaar van een ontoereikende achtervang, voor banken en voor landen, verdwenen. De financiering van overheidsschulden moet tijdelijk door de ECB gebeuren maar moet uiteindelijk uit belastingmiddelen komen. Voor die middelen is er democratische legitimatie. Die is broodnodig omdat het onderscheid tussen illiquide en insolvabele landen niet altijd goed te maken is. Anders gezegd, bij een noodfonds als achtervang is en blijft er een risico voor rekening van de belastingbetaler. Maar het noodfonds is in de huidige vorm ongeschikt. Elk participerend land heeft een veto. In geval van nood is het daardoor onduidelijk of er een fonds ter leniging van nood is. Daarom is het voorstel niet zo gek om het Europese noodfonds via een belasting te vullen. De denktank Bruegel doet het voorstel om maximaal twee procent van het nationaal product in de eurozone voor het noodfonds te reserveren. Dat is anderhalf keer het budget voor de Europese Unie. Hiermee verbleekt de Nederlandse discussie of het budget wel of niet voor inflatie gecorrigeerd mag worden.
Merkel en Sarkozy lijken het gevaar van meer economische instabiliteit juist op te wekken. Een automatische sanctie voor lidstaten betekent het einde van automatische stabilisatie door overheden. Een grens aan het tekort doorbreekt het mechanisme dat bij een laagconjunctuur het tekort oploopt en dat de economie helpt stabiliseren. Een treffend voorbeeld is Amerika. In 2009 en 2010 heeft de Obama-regering het tekort laten oplopen om de economie een impuls te geven. Uit onderzoek blijk dat die stimulans vanuit de federale overheid bijna geheel teniet is gedaan door de rem vanuit de staten. Die hebben juist uit alle macht geprobeerd om het tekort en de schuld in toom te houden. In de VS is er nog een grote federale overheid, in de EU niet: het gevaar van procyclisch beleid zal hier nog groter dan daar zijn.
De euro kan nog mislukken. Dat kan dit weekeinde maar ook in de maanden en jaren daarna. Ook na een geslaagd compromis van Merkel en Sarkozy liggen er nog zo veel gevaren op de loer dat ik het spaans benauwd kan krijgen.