Spaanse schone

Als hij valt zullen er velen volgen. Daar heeft Mario Conde tijdens zijn jaren aan de top van een van Spanjes grootste banken wel voor gezorgd. Premier Gonzalez en ook de Spaanse koning beven nu deze zelfverklaarde volksheld voor de rechter moet verschijnen
MADRID - Waarschijnlijk zal Mario Conde zich 28 december 1993 nog vaak voor de geest halen. Om half zes ‘s middags belde Luis Angel Rojo, president van de Banco de Espan~a, naar het hoofdkwartier van de Banesto-bank om Conde, sinds zes jaar president van Banesto, te verzoeken onmiddellijk naar de kantoren van de centrale bank te komen. Conde wist al wat hem boven het hoofd hing. De voorafgaande dagen was hij aan slapen nauwelijks toegekomen door allerlei last minute-pogingen om het onvermijdelijke te voorkomen. Die mochten allemaal niet baten. De handel in Banesto-aandelen was die ochtend al stopgezet. Slechts enige uren later besloot de raad van bestuur van de Banco de Espan~a definitief om in te grijpen in Banesto en haar president en de raad van bestuur af te zetten. Conde tekende in het bijzijn van Rojo en zijn bestuursleden de officiele akte en kon vervolgens vertrekken.

Mario Condes ontslag als president van Banesto betekende het begin van het einde voor de meest tot de verbeelding sprekende nieuwe rijke van Spanje. Als geen ander vertegenwoordigde hij de cultuur van de ‘gente guapa’, de mooie mensen, de elite van financiers, bankiers en speculanten die de tweede helft van de jaren tachtig en begin jaren negentig opkwam, profiterend van de economische boom die Spanje in die periode doormaakte.
Het begin van het einde, want er staat Mario Conde nog het een en ander te wachten. Een jaar nadat de Banco de Espan~a hem afzette als president van de Banesto- bank werd hij op last van onderzoeksrechter Garcia-Castellon in december 1994 in voorlopige hechtenis genomen. De rechter was al enige maanden belast met een onderzoek naar fraude in de top van de bank. Conde kwam een maand later weer vrij tegen de hoogste borgsom ooit gevraagd in Spanje. Zijn imago was inmiddels definitief in duigen gevallen. Hij, de man die ooit als het alternatief voor Felipe Gonzalez werd gezien, bleek een ordinaire duitendief die zijn eigen bank had geruineerd.
Maar zelfs nu het gerechtelijk onderzoek zijn einde nadert en het ernaar uitziet dat een proces tegen de top van Banesto onvermijdelijk is, geeft Mario Conde zich niet gewonnen. Zijn laatste troefkaart heet chantage. Mocht zelfs dat niet helpen, dan heeft Conde zich in ieder geval het genoegen van de wraak laten smaken, wraak op de personen die hij verantwoordelijk acht voor zijn val.
MARIO CONDE, zoon van een douane- ambtenaar, is een man van vele gezichten. Het eerste is dat van de whizzkid. Hij wordt in 1948 geboren in Tuy, Galicie. Alles wat de jonge Mario doet, lijkt hem te lukken. Uitblinker op school. Uitblinker op de universiteit. Uitblinker in sport. Succes bij de meisjes. Na zijn afstuderen doet Conde examens voor de betrekking van landsadvocaat. Hij eindigt als nummer een van zijn lichting en gaat werken in Toledo.
Maar al spoedig blijkt dat de jonge ambtenaar naar meer verlangt. In 1976 doet de gelegenheid zich voor. Juan Abello, een ondernemer uit een rijke Catalaanse familie, benoemt hem tot onderdirecteur van Laboratorios-Abello, een bedrijf in farmaceutica. Conde en Abello blijken een succesvol koppel. In 1983 worden ze eigenaars van Antibioticos S.A., een bedrijf dat ze vier jaar later voor het gigantische bedrag van 58 miljard peseta’s, nu ongeveer 785 miljoen gulden, aan het Italiaanse Montedison verkopen. Met dit geld weten Conde en Abello zich in de Raad van Bestuur van de Banco Espan~ol de Credito te werken. Twee maanden later, nadat een vijandige overname van de Banco Bilbao is afgeweerd, is Conde al president van Banesto. Hij is 39 jaar. Zijn talent om mensen te overtuigen, zijn persoonlijke charme en zijn onverbloemde ambitie hebben hem dan al tot een beroemdheid gemaakt in Spanje.
Ernesto Ekaizer, ex-hoofdredacteur van het economische dagblad Cinco Dias en nu werkend voor El Pais, de grootste krant van Spanje, schreef een boek over Conde. Ekaizer: 'Conde had een zeer goede verhouding met bepaalde journalisten. Zeker tot aan de interventie in Banesto werd hij door de pers vrij goed besproken. Dank zij zijn relaties wist hij ook te voorkomen dat er teveel zaken over hem naar buiten kwamen.’
Dan is er zijn ideale-schoonzoonvoorkomen. In een interview antwoordde Conde op de vraag of hij alles voor een vrouw zou doen: 'Voor de mijne wel.’ In zijn glorietijd hield hij het imago hoog van een hardwerkende family man, een jongeman van bescheiden komaf die dank zij zijn intelligentie en doorzettingsvermogen had weten door te dringen tot de hoogste kringen van de macht. Door de society-bladen werd Conde als een van de elegantste mannen van Spanje gefeteerd. Hij stond op goede voet met de meest uiteenlopende figuren uit de Spaanse politiek en economie. Met leiders van de regerende sociaal-democratische PSOE, maar ook met de rechtse Partido Popular, waarvan sommige vooraanstaande leden Conde ooit zelfs voor het leiderschap van hun partij wilden ronselen. Rijk, beroemd en bewonderd, Conde was het allemaal al voordat hij veertig was.
Maar achter die charmante facade gaat een man schuil die ten koste van alles nummer een wil zijn. Mario Conde is nooit een ondernemer geweest in de klassieke zin van het woord. Zijn doel was het snelle geld, het kopen en verkopen van bedrijven. Het was een geliefde bezigheid onder de Spaanse financiele elite in de tweede helft van de jaren tachtig. Slimme speculanten met de juiste contacten konden in een dag een vermogen verdienen. Op de golven van deze hausse dreef Mario Conde mee. En af en toe speelde hij daarbij een beetje vals. De geruchten gingen dat hij al in zijn periode met Abello het betalen en ontvangen van 'comisiones’ als een gebruikelijke manier beschouwde om zaken te doen. Aan de verkoop van Antibioticos aan Montedison, waarmee Conde zijn intrede in Banesto maakte, zat ook al een luchtje van smeergeld en chantage.
ZELFS TOEN CONDE inmiddels een bijzonder comfortabel salaris verdiende en aan de top stond van een van Spanjes meest eerbiedwaardige financiele instellingen was hij niet tevreden. Niet toevallig had hij Banesto gekozen om zijn carriere een nog hogere vlucht te geven. De banken in Spanje hebben traditioneel een zeer sterke en strategische positie binnen de economie. Banesto had grote belangen in talloze bedrijven en industrieen. Voor Conde ging daardoor een wereld van mogelijkheden open, niet voor Banesto maar voor hemzelf. De bank was slechts het instrument waarmee hij zonder moeite aansluiting kon vinden bij de politieke elite en nieuwe contacten kon aanknopen. In de Raad van Bestuur benoemde hij de vrienden die hij in de loop van zijn carriere had gemaakt en van wie de meesten (net als Conde zelf) geen enkele ervaring hadden in het besturen van een bank.
Om zichzelf een nog machtiger positie te verwerven, moest Banesto eerst de grootste bank van Spanje worden. Daartoe richtten Conde en zijn medewerkers in 1990 de Corporacion Industrial op, waarin de bedrijven waar Banesto belangen in had ondergebracht moesten worden. Het huidige gerechtelijk onderzoek waaraan de voormalige Banesto-top is onderworpen, heeft voor het grootste deel betrekking op deze periode. Conde en zijn vrienden in de raad van bestuur lieten geen gelegenheid voorbijgaan om hun salarissen aan te vullen door middel van frauduleuze transacties ten nadele van de bank. Een geliefde methode was het verkopen van paketten aandelen van de Corporacion Industrial aan prive-bedrijven van Conde of zijn medewerkers. Vervolgens werden deze aandelen een paar weken 'opgewarmd’ op de beurs, waarna Banesto de aandelen opnieuw opkocht tegen een veelvoud van de oude prijs. Het geld verdween in de zakken van Conde en diens handlangers. Voor deze en andere dubieuze doeleinden (zoals belastingontduiking en het betalen en ontvangen van smeergelden) creeerde Conde een duizelingwekkend netwerk van nepbedrijven, met vestigingen in belastingparadijzen als de Bahama’s, de Kaaimaneilanden en de Nederlandse Antillen.
ER BESTAAT EEN nog duisterder kant van Mario Conde: die van de paranoide 'capo’ van een prive-spionagedienst. 'De Banesto-top had alle kenmerken van de georganiseerde mafia’, zegt Ernesto Ekaizer. Conde liet mensen afluisteren en legde dossiers aan over zijn vijanden om hen later eventueel te kunnen chanteren. Hij verspreidde valse geruchten om bepaalde personen in diskrediet te brengen. Tegelijkertijd trachtte hij zijn invloed uit te breiden naar de media. Hij wist dat daar de sleutel lag tot een onaantastbare machtspositie. Hij was onder meer de man achter het dagblad El Independiente, terwijl zijn bank belangen verwierf in de televisiezenders Antena 3 en Tele 5 en in het dagblad El Mundo.
Intussen werkte hij aan zijn contacten in de politiek. Conde had nooit een groot geheim van zijn politieke ambities gemaakt. In interviews en toespraken hamerde hij er steeds op dat het traditionele partijensysteem geen garantie was voor werkelijke politieke vrijheid. De 'burgermaatschappij’ zou een tegenwicht moeten vormen voor de professionele politici.
'Conde wist van het begin af aan dat de politiek zijn uiteindelijke doel was’, zegt Ernesto Ekaizer. 'Zijn activiteiten in de bankwereld dienden alleen om zijn persoonlijk vermogen te vergroten en om een springplank naar de politiek te hebben. In Banesto zou hij dan een vertrouwensman als president laten benoemen.’ Conde maakte met name premier Felipe Gonzalez en koning Juan Carlos het hof, en gooide al zijn charmes in de strijd om hun aanvankelijke wantrouwen tegenover hem weg te nemen. Don Mario maakte daarbij handig gebruik van de contacten die hij al bezat binnen de PSOE. Ook hielp het dat zijn oude studievriend Fernando de Almansa tot hoofd van de staf van het Koninklijk Huis werd benoemd. Condes netwerk bleef groeien.
HET LAATSTE Conde-gezicht is dat van David, de David van Goliath. Het is het gezicht dat hemzelf waarschijnlijk het liefst is. In zijn boek El Sistema, geschreven na de interventie in Banesto, beschrijft Conde zichzelf als een dappere eenling die het opneemt tegen de gevestigde orde en daarom uiteindelijk uit de weg geruimd wordt. Zijn val was het werk van een samenzwering tussen de Banco de Espan~a en de PSOE-regering van Gonzalez. Volgens Conde was de interventie in Banesto onnodig, maar werd zij om politieke redenen doorgedrukt. De bankpresident was met zijn tomeloze ambitie een bedreiging voor de sociaal-democratische regering geworden.
'Conde wilde een politicus zijn zoals Suarez dat was tijdens de overgang naar de democratie in Spanje’, vertelt Ekaizer. 'Hij zocht een manier om via zijn netwerk, door het sluiten van tijdelijke verbonden en door geheime onderhandelingen uiteindelijk politieke macht te verwerven. Als vice-president of als minister van Economie bijvoorbeeld. Maar Conde was naief, hij besefte niet dat Spanje was veranderd sinds de tijden van de “transicion”.’
Conde moet op den duur verblind zijn geraakt door zijn eigen succes. Hij voelde zich onaantastbaar. Maar in 1993 ging het mis. De Banesto-bank was door de risicovolle kredietpolitiek van Conde en door de niet-aflatende plundering van de reserves door haar eigen bestuurders op de rand van het bankroet gekomen. Jarenlang hadden Conde en zijn medewerkers de inspecteurs van de Banco de Espan~a voor de gek gehouden met optimistische cijfers over de situatie van de bank. Nog in mei 1993 kondigde Conde de grootste aandelenuitbreiding in de geschiedenis van het Spaanse bankwezen aan. JP Morgan, de gerenommeerde bank uit New York, stond garant en de centrale bank ging akkoord. Maar tegen het einde van het jaar raakten Luis Angel Rojo en zijn medewerkers ervan overtuigd dat de interventie onvermijdelijk was. Later schatte de centrale bank het 'gat’ in Banesto op 603 miljard peseta’s, ruim acht miljard gulden.
Als de rechtszaak tegen de Banesto-top er uiteindelijk zal komen, gaat Conde hoogstwaarschijnlijk voor enige jaren de gevangenis in. Als, want de ex-bankier doet er alles aan om het niet zover te laten komen. Aan de ene kant wil Conde aantonen dat de interventie in Banesto een politieke actie van de PSOE-regering was. Aan de andere kant probeert hij met alle gevoelige informatie die hij in de loop der jaren heeft verzameld, de regering te chanteren. Daarbij kreeg hij hulp van Juan Alberto Perote, een ex-agent van de Cesid, de Spaanse militaire geheime dienst. Men vermoedt dat Perote de ex-bankier van geheime Cesid- documenten heeft voorzien.
CONDES ADVOCAAT voerde in de eerste helft van dit jaar verscheidene gesprekken met leden van de regering en met hoge ambtenaren. Hij liet doorschemeren dat zijn client 'bepaalde informatie’ bezat, en dat het het beste voor iedereen zou zijn als de regering en Conde tot een overeenkomst zouden komen. Maar al had ze gewild, het was nu te laat voor de regering om nog op Condes voorstellen in te gaan. De gevolgen lieten zich raden. Het dagblad El Mundo publiceerde de fameuze documenten waarin verslag werd gedaan van de afluisterpraktijken van de Cesid. De politieke crisis was een feit, twee ministers en het hoofd van de Cesid traden af en Gonzalez kondigde voor maart 1996 vervroegde verkiezingen aan. Bovendien heeft de Spaanse regering afgelopen vrijdag een onderzoek gelast naar het gerucht dat Conde zijdelings betrokken zou zijn bij een komplot om Juan Carlos in diskrediet te brengen.
Mario Conde heeft haast. Ondanks alle manipulaties, de juridische chaos en het haantjesgedrag van andere rechters die de zaak Banesto claimen, dreigt rechter Garcia-Castellon het onderzoek naar de zaak- Banesto binnenkort af te ronden, waarna de weg vrij komt voor een proces. Conde is voor het eerst in zijn leven aan de verliezende hand. Dat het persoonlijk vermogen van Don Mario daarbij vooralsnog onaantastbaar lijkt, is een schrale troost.