Spaanse spaarbanken geplunderd

Barcelona - Wat is een zwaarder misdrijf, een bank beroven of er een oprichten? Dat was geen eenvoudige vraag die Bertolt Brecht zo'n driekwart eeuw geleden stelde. Maar als we het begrip ‘oprichten’ iets ruimer mogen opvatten en er ook de huidige bankbazen onder kunnen laten vallen, dan is het dilemma opgelost. Onze dank daarvoor gaat uit naar de Spaanse financiële sector en in het bijzonder naar de spaarbanken.

Spaarbanken zijn in Spanje semi-overheidsinstellingen. Van oudsher zijn ze regionaal georganiseerd. De gewestelijke overheden hebben er een dikke vinger in de pap; zo dik dat spaarbanken in veel gevallen lijken op speeltjes in handen van de plaatselijke machthebbers. Zo verdwijnen miljarden euro’s spaargeld van burgers in luchthavens zonder vliegtuigen, in peperdure conferentieoorden waar niemand confereert of in pretparken die gigantische verliezen lijden.

De betrokken spaarbanken zijn intussen op de klippen gelopen. Door een financiële injectie van 7,5 miljard euro werden ze onlangs door de staat voor onmiddellijke ondergang behoed. De interventie door de centrale bank bracht interessante gegevens aan het licht over het bestuur van de vier spaarbanken die er het beroerdst aan toe waren. Vooral de Caja de Ahorros del Mediterráneo (cam) uit Alicante had het bont gemaakt. Wanbestuur, misleiding van de toezichthouder en ‘schandalige salarissen’ aan de top. Een winstmelding van 39 miljoen in maart veranderde opeens in een verlies van 1136 miljoen in juni. In de tussentijd gingen vijf topmanagers met vervroegd pensioen. Ze kregen dertien miljoen euro mee. De pas aangetreden bankpresident María Dolores Amorós had haar salaris vastgesteld op zeshonderdduizend euro, met een pensioentje van 370.000 euro per jaar. Aan de eigen banktop bleken gratis leningen uit te staan voor zo'n 120 miljoen euro en de dik bevriende gewestelijke regering van de rechtse Volkspartij stond voor een half miljard in het krijt.

Zo werd de cam leeggeplunderd door bestuurders die de spaarbank op hetzelfde moment naar de afgrond voerden. Bij de Galicische ncg had zich intussen hetzelfde afgespeeld. Het antwoord op Brecht moet dus zijn dat zijn vraag niet meer klopt, want bankrover en bankbaas zijn anno 2011 gewoon gefuseerd.