Spaanse toponderzoekers trekken naar het buitenland

Barcelona – Dat de conservatieve elites van Spanje door de eeuwen heen altijd een gruwelijke hekel hebben gehad aan intellectuelen is een bekend historisch feit. Maar is deze mentaliteit echt helemaal verdwenen? Dat is nog maar de vraag, ondanks mooie woorden van het rechtse kabinet-Rajoy over kennis­economie als uitweg uit de crisis.

Elke twee jaar kiest de European Physical Society de beste jonge natuurkundige van Europa. Afgelopen week werd de winnaar van 2013 bekendgemaakt. Dat was de dertigjarige Spanjaard Diego Martínez Santos. Diego doet onderzoek naar elementaire deeltjes bij het ­Nikhef in Amsterdam. Na jaren in het buitenland te hebben gewerkt, wilde hij zijn onderzoek voortzetten in Spanje. Diego vroeg een beurs aan die speciaal bedoeld is om talentvolle Spaanse wetenschappers naar eigen land terug te halen. Vrijwel gelijktijdig met zijn uitverkiezing tot beste jonge natuurkundige van Europa kreeg hij bericht van de Spaanse staatssecretaris van Onderzoek. Helaas, niet goed genoeg. Diego’s werk miste ‘internationale relevantie’.

Het geval van Diego staat niet op zich. Onlangs slaagde een onderzoeker in Oregon (VS) erin om voor het eerst via een kloontechniek menselijke stamcellen te produceren. Dat betekende een doorbraak in de biomedische wetenschap van de eerste orde. De Spaanse Nuria Martí, een jonge biologe uit Valencia, maakte deel uit van het briljante onderzoeksteam. Tot 2011 had Nuria in een biomedisch onderzoekscentrum in haar woonplaats gewerkt. Toen haar werkplek werd wegbezuinigd, vertrok ze naar het laboratorium aan de overkant van de oceaan. Nuria vindt het onvoorstelbaar dat haar regering geen geld in onderzoek steekt.

In de jaren van economische groei maakte Spanje een bescheiden inhaalslag met investeringen in onderzoek. Maar toen de crisis toesloeg werd wetenschappelijk onderzoek al snel een van de favoriete bezuinigingsposten van het rechtse kabinet, met een aderlating van bijna veertig procent van de budgetten. Twee derde van de Spaanse jongeren zoekt werk in het buitenland. ‘Internationale mobiliteit’ noemde minister Fátima Báñez van Werkgelegenheid het.

Reacties bleven niet uit. Buitenlandse ervaring opdoen is nuttig, kreeg de minister te horen, maar vooral als dat op vrijwillige basis gebeurt. En het land schiet er alleen iets mee op als die jongeren vervolgens een arbeidsperspectief in eigen land hebben.

Ondertussen raadt het Spaanse tv-journaal – onder Rajoy’s absolute meerderheid weer een ouderwets instrument van regerings­propaganda – de werklozen aan te bidden en een kaarsje te branden.