Spaarrekening

Het land van de Zilvervlootrekening, de Albert Heijn-zegels en Douwe Egberts-punten lijkt weer te herleven. Nederland wil sparen. Het spaarloon is vrijgevallen maar niet uitgegeven. Het vakantiegeld wordt niet besteed aan een luxueuze reis naar een zonnige bestemming maar verdwijnt deels naar een saaie spaarrekening.

En als u niet kan of toch niet wil sparen, dan wordt dat voor u gedaan. De belastingen (op consumptie) gaan omhoog om het overheidstekort terug te dringen, de pensioenpremies stijgen om de pensioenfondsen te stutten, en de aflossing van de hypotheek is niet langer een keuze maar wordt een plicht.

Het is een opvallend moment om extra te sparen: de rente is opvallend laag. Het loont daarom niet om schuld versneld af te lossen of om geld opzij te zetten. Dat geldt voor de Nederlandse overheid, die tegen historisch lage rente kan lenen. Dat geldt voor de Nederlandse gezinnen, waar de spaarrente niet tegen de consumenteninflatie opweegt: elke euro die dit jaar naar de spaarrekening gaat, is volgend jaar minder waard. Het is verder niet zo dat Nederland weinig spaart en daarom meer zou moeten sparen. Integendeel. Dit jaar verkeert de Nederlandse economie in een recessie mede doordat huishoudens de hand op de knip houden en geld opzij leggen. En al sinds vele jaren weet Nederland meer te produceren dan te besteden. Ons land is een netto-exporteur, en soms wordt dit trots uitgesproken vanuit een even oud als fout mercantilistisch idee.

Nederland moet niet meer sparen maar Nederlanders moeten dat wel. Met name als zij een woning kopen hebben Nederlanders te veel op schuld geleund en te weinig op spaargeld vertrouwd, in de hoop dat de huizenprijzen verder zouden stijgen. Het uitbarsten van de kredietcrisis heeft die hoop de bodem in geslagen. Sindsdien zijn de huizenprijzen ruim tien procent gedaald. Vereniging Eigen Huis heeft laten becijferen dat inmiddels zo'n vijfhonderdduizend huishoudens gemiddeld een restschuld van dertigduizend euro hebben. Dat is geen kleine groep en geen kleine schuld. Voor die huishoudens is het eigen huis een gevangenis geworden, niet te verlaten zonder te betalen. Het is om deze reden goed als hypotheken in elk geval gedeeltelijk worden afgelost.

De Nederlandsche Bank heeft nog een eigen, andere reden om het aflossen van hypotheken te bepleiten. Ze heeft (eindelijk) ontdekt dat de omvangrijke portefeuille van verstrekte hypotheekleningen Nederlandse banken ook kwetsbaar maakt. Om deze leningen te financieren moeten banken spaartegoeden aantrekken of van buitenlandse banken leningen krijgen. Dat is duur maar ook onbestendig omdat deze tegoeden en leningen met één muisklik kunnen verdwijnen. De verplichte aflossing van hypotheken is een goedkoper en betrouwbaarder alternatief voor Nederlandse banken.

Het Kunduz- of lenteakkoord wil het volledig aflossen van hypotheken verplichten. Dat voorstel gaat in de goede richting maar een of twee stappen te ver. Vermogen moet Nederlanders een buffer geven om klappen op te vangen. De klap van dalende huizenprijzen wordt met dit voorstel makkelijker op te vangen. Het probleem van restschuld wordt minder scherp, en dat is winst. Maar andere klappen als werkloosheid of een kapotte auto of verrotte raamkozijnen worden dat bepaald niet. Het huis is namelijk een spaarrekening waar wel geld in te leggen maar niet uit weg te halen is.

Het probleem van ‘versteend’ vermogen wordt al gevoeld door veel gepensioneerden. De waarde van de eigen woning overtreft voor 65-plussers de omvang van de hypotheek ruimschoots: gemiddeld hebben gepensioneerden meer dan tweehonderdduizend euro aan vermogen in het eigen huis zitten. Dat hebben zij verkregen door een combinatie van gestaag aflossen en stijgende huizenprijzen. Zo'n vermogen komt als geroepen, zeker nu de pensioenen niet stijgen en de prijzen wel, de belastingen omhoog gaan, en de eigen bijdrage in de zorg opgeschroefd wordt. Zo'n vermogen komt zeker geroepen als het pensioen bescheiden is, de leeftijd aanpassingen aan het huis noodzakelijk maakt of hulp in huis dringend gewenst is. Maar het vermogen in het eigen huis is versteend en niet te verzilveren; het kan daarom niet dienen als aanvulling op het inkomen of voor financiering van grote uitgaven. Haast de enige manier om het vermogen te verzilveren, is door het eigen huis te verkopen. Maar dat is zo ongeveer het laatste wat gepensioneerden willen. Misschien dat iemand van 65 nog kleiner wil gaan wonen, maar iemand van 75 peinst daar niet over. Mensen hechten meer aan hun eigen huis naarmate de leeftijd vordert.

Het voordeel van het lenteakkoord is dat de subsidies op de eigen woning niet langer taboe zijn. Als laatste van de middenpartijen hebben de VVD en het CDA het verzet tegen het inperken van de subsidies gestaakt. Dit voordeel kan echter in een nadeel omslaan als de hervorming van de Nederlandse woonmarkt niet verder gaat dan verplicht aflossen van de gehele hypotheek. Dan wordt het huis een wel erg eigenaardige spaarrekening: wel kunnen inleggen en niet kunnen opnemen. Sparen is geen doel op zich. Nederland spaart al zo veel.