Kijken

Spannend

Lucas Lenglet heeft het Kröller-Müller Museum nauwkeurig gelezen. Dankzij zijn aanpassingen is er een sculptuur van ruimte ontstaan.

Lucas Lenglet, And All the Untilled Air Between, 2019 © Marjon Gemmeke

Het oude Kröller-Müller Museum ging open in 1938. De entree toen had eigenlijk een bescheiden karakter. Het eenvoudige gebouw, ontworpen door de architect Henry Van de Velde, was een langwerpig smal formaat dat in een perceel landschap was gelegen. In dat terrein dat tuin was geworden lag dat slanke museum – een kleine veertig meter lang en goede tien meter breed. Er zaten geen versieringen aan. Het werkte klein en intiem: dat vooral is wat die maten ons lieten zien. De drie ruimtes die de ingang vormden hadden de vloer lager dan in de rest van het museum, verderop, waar de kunstwerken voornaam aan de wanden hingen.

Voor de entree moest de vloer circa vijftig centimeter lager om redenen van logistiek. Maar ook denk ik dat mevrouw Kröller-Müller, die met haar man het museum op gang gebracht had, het mooier vond dat de toegang niet deftig of overdreven zou zijn. Het gebouw lag op hun landgoed – als een paviljoen in de tuin. Het had maar een enkele verdieping, wat voor een museum ongebruikelijk was. Van de weg kwam je over een stoep het lage gebouw binnen. In het midden van de simpele façade zit de eigenlijke entree. Links en rechts, binnen, sluiten twee hoekruimtes daarop aan. Die hebben hoog in de wand een serie smalle, staande ramen – die een mooi simpel ritme vormen. Ze laten daglicht binnen in de vertrekken die door de façademuren worden omsloten. Daarbinnen, in de vertrekken, zitten de ramen bijna tegen het plafond aan. Het waren gebruiksruimten (conciërgerie, garderobe) en je werd niet geacht naar buiten te kijken. Van buiten kwam je een andere wereld binnen.

Na drie treden naar boven werd het eigenlijke museum betreden waar de kunst hing. Daar veranderde de stemming ook. De foto’s op deze bladzijde laten segmenten zien van een tentoonstelling van Lucas Lenglet. Het lijkt een tentoonstelling in de ruimte van de oude entree uit 1938 maar eigenlijk is het een expositie van die ruimte. De ruimte is dwingend veranderd. Waar bijvoorbeeld de vloer vijftig centimeter lager lag dan verderop in het museum, heeft de kunstenaar die met metalen looproosters omhoog getild. De verhoogde vloer sluit niet meer aan op de drempel van de vroegere toegangsdeur. Door het open raster van het rooster is de discrepantie goed merkbaar. De doorgangen tussen de vertrekken zijn ineens te laag om zonder bukken te passeren. Maar omdat de loopvloer is verhoogd kun je wel door de smalle ramen naar buiten kijken, wat vroeger niet kon.

Het werd een kunst-ruimte met wonderlijke herinneringen

Op de foto hierbij zien we hoe, voorbij de looproosters, de echte vloerhoogte van het museum begint. Ik zie die vloer geruisloos duifgrijs. Een sierlijke plint. De deurposten rond. Voorbij het ingangsgebeuren werd het museum ook wat smaller, en daardoor intiemer: het werd een gang met kabinetten langszijde, zo stil als kamers. De wanden zijn gesloten. Zacht daglicht kwam van boven.

Lucas Lenglet, And All the Untilled Air Between, 2019 © Marjon Gemmeke

Ooit begon het museum daar – met het lopen door die rustige gang en het bedachtzame kijken. We gingen langs Van der Leck, Mondriaan en de luisterrijke schilderijen van Van Gogh. Later, in de jaren zeventig, is het museum uitgebreid en werd het meer in de breedte uitgelegd. De architectuur, van Wim Quist, bleef wel slank. Er kwam veel beeldentuin bij. In dat nieuwe complex werd het oorspronkelijke museum een ontroerend historisch monument. Het publiek komt nu vanuit de nieuwbouw binnen. In de oude galerij is daarom ook de volgorde van de schilderijen aangepast. De voormalige entree is nu afsluiting en eindpunt geworden. Een bezoeker keert om. Omdat je moet kijken waar het heen gaat, neem je meer dan ooit het volume van de ruimte in je op. Dat heeft Lenglet ook gedaan. Hij heeft de vertrekken nauwkeurig gelezen. Door de vloer te verhogen heeft hij het volume en de proporties van de ruimte radicaal naar zijn hand gezet. Het werd er spannend. Je kunt er even blijven. Het is een kunstruimte geworden met wonderlijke herinneringen.

Op de transparante looproosters zijn, als sculpturen, achteloos voorwerpen komen te liggen waarvan de vorm juist overdacht is. De drie dimensies van het volume van de vertrekken werden zo zelf een sculptuur van ruimte. Het is strak en helder. Niets ligt in de weg. Terzijde bevindt zich, waar de grijze vloer van het oude museum begint, nog een sierlijk klein vertrek. Tegen de witte wanden hangt, gewichtloos als een sluier, over de hele wand een raster dat bestaat uit vierhoekige verbindingen van dunne veiligheidsspelden. Het is filigraan, doorzichtig – een zeer lichte vervlechting die de ruimte echt stil maakt. Daarachter is de wand wit van kleur. Het is een zacht wit waar schilderijen graag hangen. In het hele museum trouwens zijn de wanden voor schilderijen werkelijk adembenemend.


PS Van de tentoonstelling And All the Untilled Air Between is bij het museum een kleine catalogus te verkrijgen: krollermuller.nl