Spatial Sound 2.0

Half over de tafel gebogen valt Marcel Möring nog altijd terug op liplezen en woorden raden. Ondanks zijn gehoorapparaat.

DE FOTO die Jack Bradley in het zwart-wittijdperk maakte van Harold Whittles toont het gezicht van een vijf- of zesjarig jongetje dat een apparaatje in zijn linkeroor heeft gekregen en voor het eerst in zijn leven geluid hoort. Verbazing. Nee: verbijstering. Een zweem van angst in die wijd open gesperde ogen.
Of misschien lees ik te veel in die foto.
Toen ik na een lange sessie bij de audicien naar buiten kwam was dat er in ieder geval: verbazing, verbijstering, een zweem van angst.
Ik ben 53 jaar en voor het eerst waait de wind terwijl het niet stormt. Op weg naar huis, in de Albert Heijn, ritselt papier, praten veel meer mensen dan ik dacht, piepen de kassa’s en doen de automatische schuifdeuren zwoesh-zwoesh.
Vijftien jaar geleden stonden Harry Mulisch en ik op een koude Parijse brug te wachten op een fotograaf en ontdekten we dat we van positie moesten wisselen om elkaar te kunnen verstaan. Wat mij tot de opmerking verleidde dat we wel heel erg op elkaar leken: Duits bloed, een joodse moeder, halfdoof, wereldkampioen schrijven. Het antwoord was een minzaam glimlachje van Mulisch in de vrieskoude Parijse lentelucht.
Inmiddels ben ik hem voorbijgestreefd: ik draag een gehoorapparaat.
De Oticon Agil Pro is zo groot als een bananenschuimpje en belooft ongeëvenaarde versterking van spraakgeluid middels ‘Spatial Sound 2.0’. Door 'Speech Guard technologie’ kunnen stemmen beter uit complexe geluidsomgevingen worden geïsoleerd. Het is een minuscuul computertje dat een equalizer aanstuurt om bepaalde frequentiegebieden te versterken en zelf ook nog eens meeluistert om te bepalen of, afhankelijk van de situatie, achtergrondgeluid moet worden weggedrukt ten faveure van de verstaanbaarheid van stemmen of dat juist een natuurlijk geluid moet worden doorgegeven.
Wat ze tegenwoordig niet kunnen. Maar ook: wat nog steeds niet lukt.
Sinds dat bananenschuimpje achter mijn oor - ik heb een glanzend rode gekozen, misschien is pepertje een betere metafoor - klinkt mijn stem alsof ik door een telefoon spreek. Ik lijd niet aan een overmatig positief zelfbeeld, maar een van de dingen waarover ik nou juist wél tevreden ben is mijn stemgeluid. Dat is weg. Maar misschien heb ik nooit een mooie stem gehad en dwaalde ik in een wolk van auditieve eigenwaan en was de intieme stroom van vocale chocolade die ik hoorde niets dan illusie, veroorzaakt door de nevel van doofheid die mij van de werkelijke wereld scheidde.
'Wat doet u?’ vroeg de audicien. Toen ik antwoordde zag ik haar denken. Hij zit de hele dag binnen. Hij luistert hooguit naar zijn innerlijke stem. En hij heeft een gehoorapparaat nodig?
Maar er zijn ook lezingen, diners, interviews, mevrouw, en in de loop der jaren heb ik mij teruggetrokken uit die wereld omdat ik merkte dat ik aangewezen was geraakt op een duizendstukjespuzzel van liplezen, de interpretatie van gelaatsuitdrukkingen en speculatief opvullen van witte plekken in zinnen. Dodelijk vermoeiend en de oorzaak van vervelende misverstanden. Ik heb meer dan eens 'ja’ gezegd vanwege een vriendelijk gezicht om later te ontdekken dat ik instemming had betuigd met iets waar ik hartgrondig 'nee’ tegen had willen zeggen.
Aan een apparaatje in je oor moet je wennen en een verblijf in Parijs (alweer!) met mijn agent was een uitgelezen in vivo experiment. De voertaal (tussen ons) was Engels, de omgeving was Frans, een weelde aan verkeers- en ander geluid en een cascade van restaurants en bars.
We liepen al pratend over een andere cliënt van hem (Graham Swift) naar Belleville om te kijken hoe die Arabisch-joodse wijk zich had gehouden. God weet waarom we dat wilden weten, maar we wilden het weten.
Swift heeft misschien wel de beste naoorlogse roman uit de Britse literatuur geschreven: Waterland. Ik had het net voor de vijfde of zesde keer herlezen en prees het als een van de weinige werkelijk modernistische romans (met subtiele postmodernistische technieken, als u erop staat).
'Ja, een bijzonder boek’, zei mijn agent. 'Maar wat staat je er zo in aan?’
Waar mijn Oticon Agil Pro moeite heeft - de ene stem die je wilt horen isoleren uit het geraas en gebral van de wereld - daar doet Swift dat schijnbaar achteloos. Zonder het geraas en gebral te laten verstommen.
Inmiddels zijn wij aangekomen in La Coupole, waar we lunchen met een Muscadet sur Lie die iets weg heeft van een Nieuw-Zeelandse sauvignon en zalm die iets korter had gemogen. Ik merk dat het hoortoestel geen wonderen verricht voor mijn sociale vaardigheden. Half over de tafel gebogen probeer ik de stem van mijn gezelschap uit het geluid van de lunchende menigte te filteren en val, net als in onversterkte tijden, terug op liplezen, uitdrukkingen interpreteren en woorden raden.
Zou het mijn levenslang verstoorde relatie met geluid zijn waardoor ik niet aan de Oticon kan wennen?
Mijn eerste geluidsinstallatie was een Greatz buizenradio uit de jaren veertig - van mijn grootvader geërfd - die ik zelf aan een plastic Philips-pick-upje soldeerde. Daarna kocht van ik mijn eerste verdiende geld een Technics-installatie. Waarom? vroeg een vriend. In die tijd behoorde je een Akai te hebben. Maar mijn gehoor, daar was ik al lang achter, was geen Akai waard. Stereo kende ik niet. Ik geloofde er niet in op dezelfde manier waarop sommige mensen niet in orale seks geloven: ja ja, ik moet het nog zien.
Geluid en ik, wij zijn niet voor elkaar gemaakt. The twain shall never meet.

Oticon Agil Pro: ongeveer 1500 euro.
Graham Swift, Waterland. De Bezige Bij, € 12,50