Sport

Speciaal

Leonardo da Vinci draait zich om in zijn graf. Hij heeft gehoord dat de allrounder niet meer meetelt. In de sport is iedereen ‘gespecialiseerd’. Schaatsers leggen zich toe op één of twee afstanden waarin ze goed, of erg goed, zijn, en concentreren zich geheel op de Olympische Spelen en het wereldkampioenschap afstanden, waarin per individuele afstand de prijzen worden verdeeld. Dat alles betekent de devaluatie van Europese en mondiale kampioenschappen allround, waarbij de kampioen degene is die over vier afstanden, zeer uiteenlopende afstanden, de beste is.
Trainen voor de vijf kilometer gaat onherroepelijk ten koste van je 1500 en 1000 meter. Je kunt het niet allebei tegelijk doen, is de consensus in deze dagen. Shani Davis werd wereldkampioen sprint en reed wereldrecords op de 1000 en de 1500 meter – omdat hij niet meedeed aan het WK allround, zegt hij.
De allrounder verdwijnt. Terwijl dat toch de allergrootse held is: de man of vrouw die alle afstanden beheerst, kort of lang of ertussenin.
In de wereld van vandaag wil iedereen gespecialiseerd zijn. Waar is uomo universale, de allrounder bij uitstek? De mannetjesputter, de geweldenaar, de supermens? De reuzendoder, de Atlas met de wereld op zijn schouders. De onverschrokkene, die alles aankan en aandurft. Die niet zegt: nee, dat doen we niet, want we zijn gespecialiseerd in iets anders.
Stel je voor: een vrouw zit opgesloten in een brandend huis. Dan komt Superman eraan gevlogen. De vrouw roept om hulp. Superman haalt verontschuldigend zijn schouders op en zegt: ‘Brandende huizen, dat doe ik niet. Daar ben ik niet in gespecialiseerd. Maar ik kan wél heel goed kinderen uit te water geraakte auto’s redden. U kunt misschien het best even bellen met Fireman, die is gespecialiseerd in gevallen als dat van u. Brandende flats en zo.’
Er zijn te veel mensen. Wil je nog iets voorstellen, wil je uitblinken, dan moet je zo ontzettend veel concurrenten verslaan dat je alleen met een ultieme specialisatie een held wordt.
Nee, ik ben niet zo goed op de vijf kilometer. Maar op de zes kilometer versla ik iedereen.
Nee, stofzuigen doe ik niet. Ik heb me gespecialiseerd in de afwas.
Als je je huis laat opknappen, stuurt de aannemer niet meer een handig mannetje, maar regelt specialisten. Allemaal experts in hun vak. Eerst huurt hij slopers in om een muurtje te slopen. Dan opruimers om de boel op te ruimen. Muurdeskundigen komen een scheurtje constateren, dat dan door de metselaar wordt hersteld. De stukadoor stuukt, dan komt de tegelzetter tegelzetten, maar pas nadat de loodgieter lood heeft gegoten. Als de timmerman de kozijnen heeft afgetimmerd en de schilders hebben geschilderd, en de vloer is gelegd door de vloerleggers en de betonstorters, en als de glaszetter het raam weer keurig terug heeft gezet, dan kan de elektricien de laatste verbindingen kortsluiten. Waarna ten slotte de kitter de boel komt afkitten.
Kaasboeren zijn er niet meer. Schat, ik ben even naar de kaasspecialist. Dan loop ik daarna meteen door naar de drankspecialist en de broodspecialist. Bij de groentespecialist haal ik groenten, maar voor fruit moet ik naar de fruitspecialist. Dan ben ik zo moe dat ik niet meer naar de visspecialist en de kruidenspecialist kan, dus haal ik een patatje speciaal.
Een klap in het gezicht van de tienkamper, bij uitstek de universele sport-uomo.
Dat zijn de grootste atleten, de tienkampers. Bij de vrouwen de zevenkampsters. Zij beheersen elk onderdeel van de atletiek. Ze zijn gespecialiseerd in niets en goed in alles. Ze werden tienkamper met het oude ideaal van de universele mens in gedachten.
De universele mens: eigenlijk is het een pleonasme, als witte sneeuw of een slecht geweten. De mens is universeel, per definitie. Of zou dat moeten zijn. Hij hoort universeel te zijn. Kennis hebben van alles wat er te weten is, geïnteresseerd zijn in de meest uiteenlopende zaken en proberen om goed te zijn in alles.
Geen alfa en geen bèta, maar allebei. Niet Engels of Frans, maar allebei en Duits er bovenop. Scheikunde en econometrie. Literatuurwetenschap en loodgieteren. De mens moet toch reiken naar het hoge en het verre? Hij moet zich toch niet neerleggen bij hoe de dingen zijn? De mens dient te streven.
We denken aan Faust. Omdat hij alles wilde weten, verkocht hij zijn ziel aan de duivel, een kostbaar lichaamsdeel.
De gespecialiseerde sporter is een bangebroek, die met zijn zware, wereldse voeten in de aardse modder staat, terwijl hij licht zou moeten zijn en opspringen en zich strekken om de sterren van de hemel te plukken.
Nee, dat gaat me niet lukken, denk ik. Dat is niet echt mijn ding. Maar ik ben wel heel erg goed in het telen van komkommers.