Speciaal voor junks

Patricia de Martelaere
Het onverwachte antwoord
Meulenhoff, 286 blz., € 17,50

Niet alles hoeft te worden begrepen om toch te weten dat het goed is. Of mooi. Sterker nog, om indruk te maken moet er iets te raden blijven. Het onverwachte antwoord van Patricia de Martelaere is een raadselachtige roman. Even, ongeveer drie dagen lang, zag ik mezelf voor de taak gesteld het raadsel hier op te lossen. Ten behoeve van andere lezers. Service van de zaak, maar wat er ook altijd bij zit is dit: laten zien dat je niet achterlijk bent. Tot ik dacht het er maar bij te laten zitten en de raadsels de raadsels te laten. Misschien is het de tijd van het jaar, moeheid gecombineerd met relativeringszin, of misschien is dit boek gewoon te moeilijk. Kan dat? Kan een roman te moeilijk zijn?

«Ik ken hem niet eens, denkt Esther, terwijl hij zijn hand verder onder haar rok schuift.» Het is de openingszin van het eerste hoofdstuk, waarin kunstenares Esther haar plotselinge obsessie met een van haar modellen, Godfried H., overpeinst. Ze stort zich in zijn armen, en zegt erbij: «Laat het hier maar bij blijven.» Het kwaad is dan echter al geschied. Als ze de volgende morgen naar buiten kijkt, ziet ze opeens paardebloemen in het gras staan. «Die zijn er voordien nooit geweest, of nooit voordien zo geel geweest, zo ongelooflijk geel in het ongelooflijk groene gras, zo geel dat het pijn doet, aan de ogen, aan de handen.» Einde hoofdstuk.

Het vervolg van de roman is te lezen als de strijd tussen het verlangen naar overgave en het verzet daartegen. De obsessie heeft wortel geschoten, er zijn ontmoetingen en brieven, er is seks en denken aan seks, er is sprake van absolute en verschrikkelijke onontkoombaarheid. Zo zou je het dus kunnen lezen, en zo wil ik het eigenlijk ook lezen, ware het niet dat er sprake is van verschillende vrouwen. In ieder hoofdstuk is een andere vrouw aan het woord, en wat die vrouwen uiteindelijk gemeen hebben is hun liefde en fas cinatie voor, of hun verbond met Godfried H. Zo berust in het tweede hoofdstuk het perspectief bij Clara, getrouwd, moeder van twee kinderen, en verslingerd aan minnaar Godfried H. En de derde vrouw heet Anna, zij is met Godfried getrouwd en psychoanalytica van beroep. De Sybille die ze op haar sofa heeft liggen, heeft ook al een geschiedenis met G. Daarna bevinden we ons in een trein, waar studente Marina bezwijkt voor haar docent G.

Het verwarrende aan deze constructie is dat de nadruk komt te liggen op het gemeenschappelijk object van obsessie Godfried H. Wat heeft deze geweldenaar, die alle vrouwenharten en -lichamen in beroering brengt? Uit de verschillende verhalen valt af te leiden dat hij één bal heeft, die gestreeld, gekust en gewogen wordt, dat hij kan bijten tot zijn tandafdruk in je hals staat, dat hij een baard en een snor heeft, en ook een vrouw dus die hij niet wil verlaten, dat hij schrijver is en filosoof, en dat hij zijn boodschappen doet bij de Carrefour. En hij heeft ook nog een dochter, S., die zich in het laatste hoofdstuk door hem een sprookje laat voorlezen. Moeilijke slotpagina’s, met bespiegelingen over pijn, gebroken harten, spiegelbeelden. Gaat het dan misschien toch uiteindelijk over luchtspiegelingen en projecties? Gaat het om de banaliteit van een zogenaamde grote liefde, gestalte gegeven met behulp van al die hooggespannen vrouwenverwachtingen? Heb ik er gewoon geen ene bal!
van begrepen? Nogmaals: kan een roman te moeilijk zijn?

In ieder geval niet te moeilijk om op een geheel ander niveau, ongeveer daar waar de traanklieren zich bevinden, erg effectief te zijn. Er staan twee hoofdstukken in deze roman – waarin niet duidelijk is wie aan het woord is, het zou Esther kunnen zijn, maar ook Sybille of Clara, of wie weet wel weer een heel andere vrouw – die niet met droge ogen te lezen zijn en alle raadselachtigheid doen vergeten. Je hoeft er geen context bij te bedenken, niet te denken wie hier aan het woord is en waarom. Het is de amechtige taal van een verliefde die de wereld bekijkt door de bril van een krankzinnige, een junk, een weerloze.

Dit zou voldoende moeten zijn. Waren die twee hoofdstukken apart uitgegeven, dan was Het onverwachte antwoord misschien een probleemlozer mooie roman of novelle geweest. Nu blijft het raadsel van die ene man en de vele vrouwen knagen. In interviews heeft De Martelaere wel eens te kennen gegeven dat zij van haar essays helderheid verlangt, maar dat haar romans duister mogen zijn. Zolang ik me niet voor de gek gehouden voel, ga ik met haar mee. Misschien is de intensiteit die zij bereikt met deze roman ook wel gebaat bij duisternis. Ik ben er nog niet over uitgedacht, over Het onverwachte antwoord. Wel heb ik de neiging het aan de junks in mijn omgeving cadeau te geven. Kan het eigenlijk beter?