Tweede Kamer behandelt defensiebegroting

Special forces worden fundament voor krijgsmacht

De special forces van de landmacht en de marine vormen sinds kort het hart van de Nederlandse krijgsmacht. Dat is geen resultaat van een weloverwogen politiek debat maar het gevolg van bezuiningingen die slechts gedeeltelijk worden teruggedraaid.

Medium defensie

Tijdens de behandeling van de defensiebegroting deze week in de Tweede Kamer werd hierover slechts zijdelings gesproken. De ontwikkeling van vredesmacht naar leger dat zich toelegt op risicovolle speciale operaties is namelijk het gevolg van een patstelling tussen coalitiepartners VVD en PvdA, die sterk van visie verschillen over de manier waarop het leger moet worden ingezet.

De sociaal-democraten geloven immers sterk in humanitaire stabilisatiemissies die bijdragen aan de wederopbouw van verwoeste samenlevingen. De liberalen zien weinig in dit maakbare aspect en hebben een voorkeur voor een leger dat offensiever optreedt.

De coalitie wist deze potentieel splijtende kwestie echter naar de achtergrond te duwen met het voorstel van PvdA-Kamerlid Angelien Eijsink om voor defensie een meerjarige begroting te maken om in de toekomst een zigzagbeleid voor het leger te voorkomen. Een Kamermeerderheid wil bekijken of dit haalbaar is. Maar een echt debat bleef uit om politieke consensus te bereiken over wat voor soort missie het leger straks daadwerkelijk moet gaan verrichten.

Tot die discussie plaatsvindt, wil de militaire top van het uitgedunde leger wel eenheden te velde kunnen brengen die overeind blijven in de zwartste scenario’s. Gezien de beperkte middelen kunnen op dit moment alleen kleinere eenheden langdurig worden ingezet. Daarom zijn de van oorsprong kleine, maar capabele speciale eenheden uiterst belangrijk geworden.

Zo begint men met de formatie van een nieuwe special-forces-_light-_eenheid in de vorm van een zogeheten Ranger-bataljon. Een van de bataljons van de Luchtmobiele Brigade moet met extra training worden omgevormd tot deze elite-eenheid. Een compagnie luchtmobielers gaat een pilot draaien om te zien of zo’n transformatie haalbaar is.

Dit past in de trend van de afgelopen jaren. Waar ‘normale’ eenheden krimpen of zelfs zijn opgeheven, blijven de special forces groeien. Het Korps Commando Troepen (KCT) had twintig jaar geleden nog maar één compagnie, nu vier. De gefragmenteerde eliteploegen van de mariniers – kikvorsmannen, bergspecialisten en de antiterreureenheid – zijn gereorganiseerd in een grotere, gezamenlijke eenheid genaamd MARSOF om de slagkracht te vergroten.

De afgelopen jaren zijn deze eenheden vaak ingezet in Mali, Irak en rondom Somalië om diep in vijandelijk gebied te inlichtingen te verzamelen, Iraakse commando’s op te leiden en gekaapte schepen te bevrijden.

Kolonel Jan Swillens, de commandant van het KCT, noemde vorige week in De Groene Amsterdammer deze veelzijdigheid de drijfveer achter de groei van special forces. ‘We zijn klein, en je kunt ons relatief goedkoop voor een veelheid van taken inzetten.’

De voorgenomen uitbreiding geeft aan dat de militaire top op deze vormen van inzet wilt voortborduren. Zo krijgen de commandotroepen ook extra staffuncties om de grote hoeveelheid inzetten bij te kunnen benen. Daarnaast wordt bekeken of de special forces efficiënter kunnen worden georganiseerd door het KCT en MARSOF naar Amerikaans voorbeeld onder één overkoepelende bevelstructuur te brengen.

Dit betekent wel dat de krijgsmacht lastiger invulling kan geven aan de ambitie van Nederland om een gidsland te worden in humanitaire stabilisatiemissies. Hier zijn namelijk vooral grootschalige en conventionele eenheden voor nodig die de laatste jaren zijn opgeheven of verzwakt.


Beeld: Oefening van de Koninklijke Luchtmacht, 2014. Foto Jeff Pardoen / Flickr

Lees hier hoe en waarom deze vervaging tussen militaire inzet en het buitenlandbeleid heeft kunnen ontstaan.