Speciale bijlage GOD SAVE THE QUEEN

Het zijn ongelooflijke spektakels, de rellen en gevechten. Bijvoorbeeld in Utrecht 1979-80: nadat het houten gebouw Tivoli is afgebrand, kraakt het comité Tivoli Tijdelijk het leegstaande N.V.-huis op de Oudegracht. Als de mobiele eenheid de krakers eruit slaat leidt dat tot rellen en nieuwe kraakacties.

Medium 001 gstq cover web.jpg

Vondelstraat Amsterdam, 3 maart 1980: het leger zet tanks in om de barricades te slechten die krakers hebben opgeworpen tegen de ontruiming van een kraakpand. Het is hard tegen hard. Op 30 april 1980 culmineert de woede en frustratie in een ongeëvenaarde opstand. Die dag wordt Beatrix tot koningin gekroond, hét symbool van de gevestigde orde, de gewraakte macht die de jeugd haar toekomst heeft ontnomen en heeft opgezadeld met grote werkloosheid en de dreiging van een kernoorlog. Daar komt nog iets anders bij: de schrijnende woningnood in de steden lijkt maar een lage prioriteit van de stadsbestuurders. Die willen vooral naam maken met grootse ontwikkelingsprojecten als Hoog Catharijne (Utrecht) of de aanleg van de metro en de bouw van de Stopera (Amsterdam). Voor de jongeren is de maat vol. Hun eis is basaal: ‘Geen woning, geen kroning’. In Amsterdam dreigen de rellen volledig uit de hand te lopen; het is een wonder dat er geen doden vallen.






Spectaculair is het allemaal wel, maar het stemt niet erg vrolijk. Is het Terroristencongres dat de StadsKunstGuerrilla onder aanvoering van Erik Hobijn op 20 december 1980 in Paradiso organiseert leuk? Als ik het boek van Martijn Haas erover lees, ben ik blij dat ik er niet bij was. In no time is het een chaos. Punkertjes gooien met eieren die bij de ingang zijn uitgereikt. Een man doet midden in de zaal zijn behoefte op de vloer, aangezien de organisatie de wc’s heeft volgestort met olifantenstront uit Artis.

Het is bepaald geen fijnzinnige tijd. Sombere jaren, de periode 1977-1984, met de kroningsdag als krakend scharnierpunt. De jongens en meisjes van de Generatie X kleden zich bij voorkeur in het zwart, alsof ze naar een uitvaart gaan. In feite wordt er ook van alles ten grave gedragen. Punk hakt de symfonische rock van de jaren zeventig tot moes, wilde schilderkunst en graffiti maken een eind aan de hegemonie van concept en minimal art. ‘Tactisch negativisme’ noemt Dirk van Weelden hun houding in zijn boek Van hier naar hier (1999), een terugblik op die jaren. Het is een tactiek van niks verwachten, schijt hebben aan de mores van de gevestigde orde, alles zelf doen.

En zo ontstaat er dan toch weer van alles en bruist de Generatie X van energie en levenslust. Jonge kunstenaars en muzikanten bouwen in kraakpanden hun eigen podia en tentoonstellingsruimten, terwijl anderen op de ether inbreken met radio- en tv-piraterij. Bilwet, een stichting ‘ter bevordering van illegale wetenschap’, zal ten slotte een scherpe analyse van de kraakmentaliteit leveren, onder de titel Bewegingsleer (1990).

De tegenbeweging van jongeren is even massaal en internationaal als ongeorganiseerd en verbrokkeld. Ze is een fenomeen van de westerse wereld, met de steden als brandhaarden - van Berlijn tot Londen en van New York tot Amsterdam en Zürich. Tegelijk is ze verbrokkeld en is eerder sprake van allerlei tegenbewegingen en -beweginkjes: er zijn krakers, punks, skinheads, new en no wavers, graffiti writers, wilde schilders en performers. Je hebt feministen, anarchisten en jongeren die gewoon overal tegen zijn. Maar er is vooral ook veel humor. Als een agent tijdens het kroningsoproer van zijn paard valt, wordt hij er door omstanders weer op geholpen en onder aanhef van het lied Ivanhoe! uitgezwaaid.

Performer-poëet Mike von Bibikov strijkt in Amsterdam neer en richt zijn partij De Reagering op met als programma: Wij beloven niets en daar houden wij ons aan en Den Haag het land uit, te beginnen uit Amsterdam. Punkbandjes drukken hun dwarsigheid uit met de letter X in hun naam: de Ex, de Nixe; met de scherpgepunte Z: Bizon Kidz; of met nep-Zweeds en nep-Duits: Tändstickor Shocks, Tröckener Kecks, en - wellicht de mooiste - Svät Sox. Ze bedenken een choquerende naam: Coïtus Int., of juist een verdacht zoete: de Rondos, de Lullabies. Ontregeling, daar gaat het om.

1977-1984: jaren van doemdenken en ondergangsstemming. Maar ook een periode waarin de Verloren Generatie haar eigen kracht en creativiteit ontdekt.

No Future? Wees wijzer, neem een breekijzer! Kraak, en maak je eigen hier en nu. Hoe dat uitpakt, is te zien (én te beleven) op de tentoonstelling God Save The Queen in het Centraal Museum Utrecht.


Marja Bosma is curator en initiator van de tentoonstelling God Save The Queen: Kunst, kraak, punk: 1977-1984, die van 3 maart tot en met 10 juni in het Centraal Museum Utrecht plaatsvindt