Specialisten

‘Dit zijn zeker zware tijden voor je?’ vraag ik een optiehandelaar, die bij ons op kraamvisite is (een dochter, jawel, dank u voor de felicitaties).

‘Welnee, voor een handelaar is er juist wel wat te verdienen.’

‘Dat is natuurlijk ook zo’, antwoord ik, al heb ik er geen flauw idee van hoe. Zodra het over economie gaat, dampt er een dichte mist op tussen mij en mijn beter onderlegde gesprekspartners. Toch probeer ik mijn onnozelheid altijd een beetje te verdoezelen. Ik vraag: 'Wat zou jij aanraden te doen, in een crisis als deze?’

Resoluut: 'Speculeren op waardevermindering van goud. Dat gebruikt iedereen nu als veilige haven, dus je mag er vanuit gaan dat dat straks weer keldert.’

'Ja, da’s waar. Daar kun je donder op zeggen…’ Ik zie aan zijn gezicht dat hij nog een betere tip heeft, een megadeal die hij voor zich houdt, onder het mom van: straks schrijft die aangetrouwde neef dat in de krant, en is mijn kippetje geslacht nog voor ze haar gouden eieren heeft gelegd. Maar ik zou niet weten waar en hoe je dat kunt doen, speculeren op waardevermindering. En wat me het meeste dwarszit: ik begrijp niet hoe dat in elkaar steekt.

Steeds vaker kom ik er achter dat vrij alledaagse aspecten van het bestaan voor mij een monsterlijk vraagteken vormen. Zo kwam ik aangereden op de parkeerplaats van het ziekenhuis om dochter en moeder mee naar huis te nemen (beiden maken het zeer goed, dank u wel), toen er een dame aan mijn raampje verscheen met de vraag: 'Sorry, mag ik u wat vragen? Heeft u startkabels?’

Startkabels. Ik zou het niet weten. Ik rijd al jarenlang auto zonder de koelvloeistof van de olie te kunnen onderscheiden. Nog maar een paar generaties geleden was het mogelijk om alle door mensen gemaakte producten en bedachte processen globaal te begrijpen. Inmiddels is zelfs het meest alledaagse totaal ondoorgrondelijk geworden. Een afstandbediening. Een startmotor. Een eurocrisis. Tenzij je stomtoevallig geschoold bent als specialist in een van die sectoren, heb je geen flauw idee hoe ze in elkaar zitten. Niemand is meer specialist in alles.

'Wat wil je later worden?’ vroeg mijn vriendin na de bevalling aan een co-assistente. (Of eigenlijk vroeg ze 'welke richting ze op wilde’).

'Forensisch patholoog-anatoom’, antwoordde het meisje, ook al zo resoluut, terwijl ze onze dochter onderzocht (alles werkt, ze kreeg een tien, haar eerste rapportcijfer, dank voor uw belangstelling). 'Dat is onderzoek naar mensen die op een niet-natuurlijke manier zijn overleden.’ En ze lachte even naar de baby. Ik bleef maar even dicht in de buurt.

Forensisch patholoog-anatoom. Wat bezielt zo'n kind? Heeft ze te veel Wallander of CSI gekeken? Is haar vader vermoord en is haar studietraject haar wraak? Je weet het niet. We zullen de beweegredenen van andere mensen nooit helemaal kunnen doorgronden. We kunnen er hooguit naar gissen, en in die paar minuten in de verloskamer schiet er een halve plot door mij heen van een verhaal over haar dat ik waarschijnlijk nooit zal schrijven.

'Heeft u postzegels voor geboortekaartjes?’ vraag ik de dag erop in het kleine postkantoor in onze straat.

'Die gaan per vijftig.’

'Doet u er maar vijftig, om mee te beginnen. Waarom is het hier trouwens zo leeg?’

'We gaan 1 september dicht. Dus als u nog enveloppen of dozen wilt hebben, u neemt ze maar mee.’

Veel winkelpanden in onze buurt sluiten of staan leeg. Het is duidelijk dat we in een periode van krimp zijn aanbeland, maar is dat erg? En is daar, net als aan die dalende goudprijs, aan te verdienen? Vast, maar niet door mij.

'We kunnen weer miljonair worden vanavond’, zei de vrouw van de drukkerij van de geboortekaartjes, als ze de datum op de factuur invult: de tiende.

'De Staatsloterij. Maar u hééft al een lot uit de loterij!’ En ze knikte naar het kaartje. Plotseling herinnerde ik me dat ik een heel stapeltje Staatsloten cadeau had gekregen, en zo zat ik toen mijn dochter nog maar één dag oud was op teletekst al naar eindcijfers en jackpotcijfertjes te turen, als de eerste de beste proleet, die evenmin iets van economie en wiskunde snapt en daarom een gemakkelijke prooi is voor het grote volksbedrog dat Staatsloterij heet. Ik bleek twee euro te hebben gewonnen.

Soms geloof ik dat de romanschrijver een moderne uomo universalis is. Juist omdat hij zoveel specialismen niet doorgrondt, en ze toch nodig heeft in zijn fictionele universum, ontwikkelt hij er een globale kennis over. De roman is de enige kunstvorm die nog altijd de volle breedte van het bestaan omspant, waarin alle uithoeken in één werk samenkomen. Daarbij is de roman ook nog steeds, in tegenstelling tot de beeldende kunst en de muziek, voor iedereen begrijpelijk. Al blijft het mechanisme voor mij nog altijd ondoorgrondelijk, godzijdank.