Speculeren met een merknaam

Wie speculeert op de beurs, kan verliezen. Wie zijn geld uit handen geeft, kan worden opgelicht. Maar reclamejongens die speculeren met een merknaam - ‘Ik vertrouwde op de allure van de familienaam’ - nemen hun verlies niet zomaar. De bizarre affaire Laverman-Van Buuren contra familie De Vilder.
EEN LUDIEKE ACTIE of maffiamethoden? Drie weken geleden stuurden de zakenlieden Wim Laverman (48) en Jan van Buuren (63) een nep-persbericht naar de familie De Vilder, waarmee ze al jaren in conflict zijn. In 1987 heeft Robin de Vilder, toen 26, hen voor tien miljoen gulden opgelicht. Het grootste deel van dat geld is nog altijd niet terugbetaald. De vader van Robin, de voorzitter van de Amsterdamse Kamer van Koophandel Rob de Vilder, zou volgens het ‘persbericht’ hebben gezegd: ‘Mijn vrouw Jennifer en ik hebben besloten de helft van de vordering die de heren Laverman en Van Buuren op onze zoon Robin hebben, groot tien miljoen gulden, te voldoen en de beiden (sic) heren verzocht met het volgende akkoord te gaan: Hun actie ter beschadiging van de “merk”-naam De Vilder te staken en verdere financiele verplichtingen van Robin jegens hen als beeindigd te beschouwen.’

Een nauwelijks verhuld dreigement om nu eindelijk met vijf miljoen over de brug te komen. Laverman en Van Buuren hadden kort daarvoor een geschrift in de kennissenkring van Rob de Vilder verspreid met bizarre aantijgingen over De Vilders prive-leven - met het ‘verzoek om het verhaal op feitelijke onjuistheden te controleren’. Dit najaar zal dat materiaal in een boek worden gepubliceerd.
Maar Rob de Vilder trok zijn chequeboek niet. Hij maakte vorige week bekend - in een echt persbericht - dat hij een civiele procedure tegen Laverman en Van Buuren begint om hen een 'publicitair straatverbod’ op te leggen. Aangezien zoon Robin binnenkort zijn gevangenisstraf van anderhalf jaar zal gaan uitzitten (nadat hij aan de Universiteit van Amsterdam is gepromoveerd tot doctor in de economie), acht hij het moment aangebroken om de rechter te vragen zijn kwelgeesten een halt toe te roepen. De Vilder sr. wil de pers verder niet te woord staan.
Wim Laverman beschouwt de stap van De Vilder als een grote overwinning: 'Dat we hem na al die jaren zwijgen aan de praat hebben gekregen, betekent dat we dichter dan ooit bij het geld zitten. Normaal gesproken begin je een kort geding als je denkt dat er sprake is van smaad. Dan heb je binnen tien dagen een vonnis. Maar nee, hij begint een civiele procedure die jaren kan voortslepen. Blijkbaar is alles wat wij zeggen waar. We zullen er nog een schepje bovenop doen.’
HOE HET BEGON. In de zomer van 1987 ontmoet Jan van Buuren Robin de Vilder op een strand nabij St. Tropez. Hij is zo onder de indruk van de jonge medewerker van de Amsterdamse beurs dat hij hem een column aanbiedt in NieuwsTribune, het reclamevakblad dat hij samen met Laverman uitgeeft. De Vilder doet in zijn column een aantal voorspellingen over aandelenkoersen, die uitkomen. Laverman, die net zijn medisch-farmaceutische uitgeverij Buchamor heeft verkocht en daar tien miljoen gulden aan heeft overgehouden, laat De Vilder voortaan zijn beleggingen regelen. Hij heeft op Zwarte Maandag in oktober 1987 meer dan drie miljoen gulden verloren en hoopt dit dank zij De Vilder jr. snel terug te verdienen. In een paar maanden geeft hij zijn hele vermogen in handen van Robin.
'Het begon met kleine bedragen van een paar ton, wat al snel opliep tot een paar miljoen’, zegt Laverman nu. 'Ik had me nooit om geld bekommerd en wist niet goed wat ik ermee moest doen. Robin maakte een deskundige indruk.’
Op oudejaarsdag 1987 blijkt er iets mis te zijn. Robin heeft zijn column voor NieuwsTribune niet ingeleverd. Laverman krijgt van De Vilders toenmalige vrouw te horen dat Robin in een Amsterdams hotel zit met een 'cocaine-depressie’. Snuift Robin soms hun geld op? Robin ontkent dat hij verslaafd is en belooft op 4 januari inzage in zijn administratie te geven. Op die dag verschijnt De Vilder niet in Lavermans kantoor. Laverman vindt wel een briefje waarin Robin schrijft dat hij zestien miljoen is kwijtgeraakt. Een deel daarvan is geld van Laverman, maar hij hoeft zich geen zorgen te maken: 'Ik los alles voor je op.’
In de daaropvolgende maanden blijkt dat De Vilder Lavermans geld niet in aandelen heeft belegd, maar ermee speculeerde op de veel riskantere optiebeurs. En dus ook wel eens verloor. Hij schafte zeven sportwagens aan, verplaatste zich voorts per chartervliegtuig (40.000 gulden per dag) en was gul in bordelen en casino’s. Laverman wist door beslaglegging drie miljoen terug te krijgen. De rest van het geld had Robin erdoorheen gejaagd, waarna hij failliet werd verklaard. Maar volgens Laverman en Van Buuren heeft hij nog drie miljoen op een geheime bankrekening in Zwitserland staan.
WAT HEEFT DE VILDER sr. hiermee te maken? Laverman geeft onmiddellijk toe dat hij geen enkele aanwijzing heeft dat Rob de Vilder wist van de activiteiten van zijn zoon, laat staan dat hij erbij betrokken was. De Vilder is ook niet aansprakelijk voor zijn meerderjarige zoon. Toch voelt Laverman zich gepakt door de familie De Vilder. Die heeft immers niets voor Robins slachtoffers gedaan, hoewel ze een vermogen hebben van 155 miljoen. Pa De Vilder zou er ook via zijn invloedrijke kennissen voor hebben gezorgd dat Robin tot voor kort uit de gevangenis wist te blijven.
Laverman: 'Meer nog dan door Robin werden we, zoals dat in ons reclamejargon heet, door de merknaam De Vilder gepakt. We vinden de vader schuldiger dan de zoon. Robin heeft voortdurend gehandeld vanuit het merk van zijn machtige vader; moreel is oude Rob daarom aansprakelijk. Ik vertrouwde op de allure van de familienaam. Rob is praktisch mijn buurman in Het Gooi, Robin kwam altijd bij zijn vader vandaan als hij naar mij toekwam. Hij belde of faxte me daarvandaan. Robin maakte bewust gebruik van zijn naam, dus de vader kan zich niet aan zijn verantwoordelijkheid onttrekken. Dus zeggen we dat de familie moet betalen.’
Laverman en Van Buuren leven van het geld dat de verkoop van NieuwsTribune hen in 1991 opleverde. Laverman: 'De miljoenen die ik aan Robin heb gegeven, heb ik al lang afgeschreven. Geld speelt geen rol in mijn leven. We springen volkomen relaxed met deze zaak om. Het is gewoon gein. We zijn Rob de Vilder aan het klemschaken, het is alleen een langdurige partij.’
Op Lavermans bureau ligt een notitie: 'Rob bouwt bunker om zoon’. 'De familie is het bunkerbouwen nog niet verleerd’, zegt Laverman nonchalant. Het is een verwijzing naar de tak van de familie De Vilder die na de oorlog wegens collaboratie is veroordeeld omdat ze bunkers hadden gebouwd voor de Duitsers. Een geschiedenis waar Rob de Vilder (geboren in 1932) part noch deel aan heeft.
'Van merknamen hebben we verstand’, zo formuleert Jan van Buuren het in het stuk dat hij de kenissenkring van De Vilder in stuurde. 'We zijn tenslotte, op een andere wijze dan vader Rob, professionals. Specialisten in het assembleren van goede namen en merken. Waarom zouden we ze dan niet omgekeerd kunnen demonteren?’ De actie resulteerde in tachtig krante- en tijdschriftartikelen en zestien items op radio en televisie, schrijft Van Buuren trots. De professionals laten ook een tiendelige soap-serie over de affaire schrijven, die ze aan een omroep willen verkopen. Het enige verschil met een verzonnen soap is dat daarin de good guys en de bad guys doorgaans gemakkelijk uit elkaar te houden zijn.