Spekkoper

Is de PvdA voor de vrouwelijke flexwerker of voor de oudere man met een vaste baan? Voor hoogopgeleiden of voor de bakker? Daar moet Hans Spekman een antwoord op vinden.

DE PARTIJ VAN DE ARBEID moet er weer toe doen. Vindt Tweede-Kamerlid Hans Spekman, de man die komend weekeinde de nieuwe voorzitter wordt van de partij. Mooi streven voor een nieuwe voorzitter. Hij kan moeilijk zeggen: de PVDA doet er niet meer toe, laten we ons daar maar bij neerleggen en vol trots terugkijken op een indrukwekkende historie waarin veel is bereikt voor de gewone arbeider. Dan was hij nooit gekozen tot opvolger van Lilianne Ploumen.
Maar is het streven realistisch? Zeg nooit nooit. Vraag is ook of Spekman terug wil naar de hoogtijdagen van premiers als Willem Drees en Joop den Uyl, of dat hij regeringsdeelname in een breed samengesteld kabinet al genoeg zou vinden. Vooralsnog ziet het er voor het eerste in ieder geval niet goed uit.
Daar is een aantal graadmeters voor. Neem de laatste opiniepeilingen. De partij staat op fors verlies, schommelt tussen de 18 en 22 zetels en is daarmee gedegradeerd tot derde of vierde partij in het parlement, terwijl ze nu met dertig zetels nog de tweede partij is. Ook partijleider Job Cohen doet het niet goed. Dat de dalende peilingen alleen aan hem zouden liggen, is niet waar. De trend over een langere periode laat zien dat de kiezersgunst afneemt. Wel is Cohen, die na het vertrek van Wouter Bos de hoop bij de verkiezingen van 2010 was, als fractieleider van een oppositiepartij een teleurstelling gebleken. Hij zit zichtbaar niet goed in zijn vel.
Het wat hakkelend en stotterend praten zou nog charmant kunnen zijn, maar gecombineerd met zijn haperende dossierkennis breekt hem dat op. Ploumens kritiek op Cohen, afgelopen najaar bij de aankondiging van haar eigen vertrek, mag dan als een dolksteek zijn omschreven, het was wel wat velen in de partij vinden.
De wens van de nieuwe voorzitter Spekman om in de aanloop naar nieuwe verkiezingen voor de Tweede Kamer leiderschapsverkiezingen te houden, kunnen niet los worden gezien van het slechte imago van Cohen, hoe hard Spekman ook roept dat hij de huidige partijleider een kanjer vindt. Als Cohens leiderschap onbetwist was geweest, had Spekman niet aan leiderschapsverkiezingen gedacht.
Het is te hopen voor Spekman dat die verkiezingen beter aanslaan dan die voor het partijvoorzitterschap. Het mag indrukwekkend lijken dat Spekman met een meerderheid van bijna 82 procent van de stemmen heeft gewonnen, door het lage opkomstpercentage heeft slechts een kleine 29 procent van de PVDA-leden voor hem gekozen. Zelfs bij verkiezingen voor het Europees Parlement is de opkomst hoger. Zijn idee om, net als recent bij de Franse socialisten, ook niet-leden mee te laten stemmen bij de - belangrijker - leiderschapsverkiezingen zou een trekker kunnen zijn. Er bestaat echter de vrees dat die verkiezingen dan gekaapt gaan worden door mensen die de PVDA geen goed hart toedragen. Of is die vrees kenmerkend voor de in Nederland welhaast ingebakken angst voor directe democratie?
Een andere belofte van Spekman gaat over de ledenaantallen. Die wil hij bijna verdubbelen, van zo'n 55.000 naar 100.000. De laatste keer dat de PVDA een ledenaantal had van die grootte was in 1987. Bovendien is de trend in de ledenaantallen van de partij dalend. Tel daarbij op dat de gemiddelde leeftijd van de leden tussen 1986 en 2008 opliep van 50 jaar tot 58 jaar, waaruit blijkt dat de aanwas onder jongeren gering is, dan lijkt Spekman een spekkoper, een praatjesmaker. Waarom zou je trouwens lid worden als je toch mee mag stemmen als het om de partijleider gaat?
Spekman heeft ook gezegd de partij activistischer te willen maken. Maar als iemand activisme wil, dan kiest hij waarschijnlijk voor het origineel, voor de SP en niet voor een SP-lite. Bij de partij van de populaire Emile Roemer zit het activisme tot in de haarvaten en hoeft er niet al decennialang telkens geroepen te worden dat de partij de wijken in moet. Zoals ook de PVDA'er Spekman nu weer doet.
De ongunstige vooruitzichten voor de beloftes van de nieuwe voorzitter zijn niet los te zien van de boodschap van de partij. Waar staat de PVDA eigenlijk voor? Voor solidariteit, voor samen! Maar de vraag is al jaren met wie de partij solidair wil zijn. Met de jonge, vrouwelijke flexwerker of met de oudere, blanke man met een vaste baan? Met de hoogopgeleide die de halve wereld af reist of met de bakker om de hoek? En geef je die solidariteit vorm door mensen te pamperen of door ze uit te dagen? Al jaren wordt gezegd dat de partij in een spagaat zit, maar het lukt de PVDA maar niet om de benen weer bij elkaar te krijgen en ze samen te laten lopen.
De vraag is of dit - enigszins eenvoudig gezegd - komt doordat de PVDA solidariteit niet in een voor jongere generaties aansprekende jas weet te gieten of doordat de kiezer de solidariteit van de verzorgingsstaat niet meer wil. Waarschijnlijk is het eerste niet los te zien van het tweede. De trend is in ieder geval dat de PVDA-kiezers die weglopen óf bij de SP óf bij D66 uitkomen, twee partijen die wél duidelijke, maar vaak diametraal tegenovergestelde keuzes maken. Daardoor moet de spagaat bij de PVDA inmiddels flink pijn doen. Tot scheurens toe?
Misschien is straks het enige wat Spekman echt gaat lukken het weghalen van het partijbureau van de Amsterdamse Herengracht, zoals hij heeft aangekondigd. Dan kunnen tegenstanders in ieder geval niet meer zeggen dat de PVDA een linkse grachtengordelpartij is. Je van dat verwijt iets aantrekken, getuigt van weinig zelfvertrouwen. Maar waar het nieuwe partijbureau ook komt, de vraag blijft: wat is de PVDA dan wel?