Het begon met een filmpje en eindigde met een interview van de baas van de werkgevers in Het Financieele Dagblad. Tussendoor was er een internationaal akkoord dat eerst niet en later wél door Nederland werd ondertekend.

Eerst het filmpje. We zien onze immer manische premier als volleerd influencer de kijker rondleiden over het Benelux-paviljoen op de klimaattop in Glasgow. De belangrijkste boodschap van Nederland, aldus de premier, is dat we eindelijk tot actie moeten overgaan. Hij vindt dat zo belangrijk dat hij de boodschap aan het einde van het filmpje herhaalt: ‘Omzetten in actie, in implementatie: dat moet de komende twee weken de uitkomst worden wat ons betreft [sic] van deze klimaattop.’

Wie de Nederlandse klimaatdiscussie een beetje heeft gevolgd, weet dat deze woorden loos zijn. Nederland staat laatste op zowat alle lijstjes waar je hoog op moet staan. En hoog op alle lijstjes waar je juist laag op moet staan. Hekkensluiter hernieuwbare energie; koploper uitstoot. Hekkensluiter ongerepte natuur; koploper dierenleed en zoönosen. En ga zo maar door. En als er één partij is die de boel nu al twaalf jaar traineert, is het Rutte’s VVD.

Dan dat akkoord. Ik heb het over de belofte van staten om niet meer te investeren in fossiele brandstoffen. In het kille landschap van debacles dat de klimaattop is geworden, knistert iedere afspraak, hoe vaag en futiel ook, als het sprankje hoop dat de goegemeente nodig heeft om te blijven geloven in onderhandelingen en internationalisme.

De schok was dan ook groot toen bekend werd dat Nederland het akkoord niet had ondertekend. De kloof met het filmpje kon bijna niet groter. Ik stel me dan ook naarstig spoedoverleg voor tussen Rutte en de Van Beurdens van deze wereld of er om wille van de beeldvorming niet toch een handtekening kon worden gezet omdat de financiële schade voor Shell, BAM, NAM minimaal zouzijn.

Alle alarmbellen hadden namelijk moeten afgaan op het moment dat bekend werd dat het ging om státen die beloven niet meer te investeren in fossiele brandstoffen. Dat doen staten in het mondiale Noorden namelijk nauwelijks; bedrijven doen dat.

Nederland staat slecht op zowat alle klimaatlijstjes

Natuurlijk was Frans Timmermans er als de kippen bij om het als een belangrijke stap op weg naar een post-fossiele toekomst te brengen. Met een verwijzing naar berekeningen van het IMF die uitwijzen dat er iedere minuut elf miljoen dollar aan publiek geld naar de fossiele brandstofindustrie gaat, zei Timmermans dat ‘het daarom belangrijk is dat landen zich erop vastleggen dat ze stoppen met daarin te investeren’.

En uiteraard was de journalist die het optekende niet zo gis om de Europese klimaatpaus voor te leggen dat het merendeel van die elf miljoen bestaat uit belastingontwijking (veertien procent) en niet beprijsde vervuiling en klimaatverandering (71 procent) en dat de staatsgaranties waar het akkoord een einde aan moet maken daarmee vergeleken apennootjes zijn.

En dan dat interview. Een dag na de draai van het kabinet mocht Ingrid Thijssen namens de fossiele-brandstofindustrie leeglopen bij Het Financieele Dagblad. Het was een tekst die burgers nu al decennia van het VNO-NCW horen: maatregel x keuren wij af omdat het werkgelegenheid (lees: winst) kost. En x kan dan naar believen worden vervangen door minder aftrekposten, meer arbeidszekerheden of scherpere milieueisen. In dit geval poneerde Thijssen stellig dat het akkoord maar liefst dertienduizend banen zou gaan kosten.

Als je weet dat er in Nederland achtduizend mensen werken in de delfstofwinning en dertigduizend in de energiewinning, dat het akkoord alleen gaat over publieke exportgaranties en dat er uiteraard private alternatieven zijn, is het vermoeden op zijn plaats dat we – opnieuw – niet luisteren naar een uitwisseling van argumenten en feiten maar getuige zijn van geritualiseerd politiek spektakel, bedoeld om de indruk van daadkracht en visie te wekken, de illusie van debat en democratie levend te houden, en tegelijkertijd alles bij het uitbuitende oude te houden.

In 1967 publiceerde de Franse filosoof en situationist Guy Debord de moderne klassieker De spektakelmaatschappij. Daarin staat de zin: ‘Het spektakel is het onophoudelijke gekwetter van de heersende klasse over zichzelf, haar niet aflatende narcistische monoloog, haar zelfportret in de fase van de totalitaire overheersing van alle aspecten van het leven.’

Kauw daar maar eens op.