Spelen

Impulsieve invallen van een kind, dat speelde met een laken, brachten Ryan Gander tot een sculptuur waarin hoekige vormen in de war zijn gebracht.

Toen ik de sculptuur I is …(iii) van Ryan Gander zag, moest ik onwillekeurig denken aan de verpakking van een naaimachine door Man Ray, Het Enigma van Isidore Ducasse, waarvan het iconische beeld (een vreemd uitstulpende bondage) sinds 1920 onvergetelijk in de kunstgeschiedenis rondspookt. Het was ontstaan als model voor een foto, toen verloren gegaan maar in 1971 door de kunstenaar zelf opnieuw gemaakt als object. Daarbij wil ik het nu laten. Volgende week zal ik verder ingaan op zijn geheimzinnigheid. Nu eerst verder met het beeld van Gander; die kan er ook niets aan doen dat ik aan Man Ray moest denken. Maar dat gebeurt: het is altijd zo dat nieuwe kunst de inventies van oude meesters opnieuw (en anders dan daarvoor) in herinnering brengt. Omdat wij zo vertrouwd zijn met Van Gogh en Karel Appel (maar ook Kiefer en Julian Schnabel) kunnen wij naar Rembrandt kijken zoals zijn tijdgenoten dat nooit konden. Het aanzicht van bijvoorbeeld zijn impasto is anders geworden omdat het onmogelijk is Van Gogh, eenmaal gezien, uit ons visuele geheugen te wissen.

Maar dat terzijde. De sculptuur van Ryan Gander is gemaakt van marmerpasta dat soepel en plooibaar is voordat het hard opdroogt. Die soepelheid speelde een rol bij het maken van dit werk, dat immers niet een verpakking is maar een tent die ontstond toen het kleine dochtertje van de kunstenaar zich, zoals kinderen graag doen, onder een laken wilde verstoppen. Dat gaat makkelijk. De fantasie van kinderen is grenzeloos. Je laat gewoon twee stoelen en misschien nog een klein tafeltje, misschien ondersteboven, scheef tegen elkaar leunen en dan heb je al het staketsel van een huisje. Met een laken erover wordt het je eigen geheime plek. Ik heb dat ook bij mijn kinderen en kleinkinderen gezien toen die klein waren – en ik herinner me hoe ikzelf, in 1947, de stevige, rechthoekige kussens van onze sofa zo arrangeerde dat het losse bouwsel op een locomotief begon te lijken, wat ik ook wilde. Zo vlak na de oorlog was groot speelgoed schaars. Parmantig speelde ik met mijn vriendje daar treintje. Tsjoeketsjoeketsjoek. Natuurlijk was het een stoomlocomotief. Dat wil zeggen, het was de sofa maar aan de echtheid van de fantasie twijfelden wij geen moment.

Het werk van Ryan Gander komt dus voort uit een huiselijke scène – en kan ieder van ons laten denken aan iets wat we dachten vergeten te zijn. Iemand vroeg zich laatst af of dat niet te persoonlijk was. Maar in kunst zijn altijd de ervaringen verwerkt die kunstenaars opdoen in hun omgeving. Het zou raar zijn wanneer een schilder, bij het schilderen van Maria met het kindje Jezus, niet ook zou denken aan zijn eigen vrouw die hun zoontje de borst geeft. Dan heb ik het nog niet over hoe de taferelen van Jan Steen of de oude Breughel natuurlijk vol zitten met details die ze echt gezien hebben en niet zijn vergeten. Ook is het zo dat kunstenaars waarnemingen vasthouden in het raamwerk van hun stijl die tijdgebonden is. In de tent van zijn dochter zag Ryan Gander, bijvoorbeeld, hoekige vormen verborgen onder een los laken – zodanig dat die losse rechthoekigheid in zijn ogen een motief werd. Voor zijn generatie kunstenaars was de minimale Sol Lewitt een gewichtig baken – zoals voor de kubisten Cézanne een heilige was. Tegelijkertijd is Sol natuurlijk ook een blok aan het been. Wat Gander toen zag, in dat kinderlijke bouwsel van zijn dochtertje (met ook een titel in kindertaal) waren streng kubische vormen als van Lewitt nu eens in de war gebracht. Het spelen van een nietsvermoedend kind, met stoelen en een laken, liet zien dat er aan dat geregelde rechttoe-rechtaan ook een andere kant zit. Dit wordt door deze sculptuur zo onthuld. Natuurlijk wist hij dat al eerder. Als ze echter niet te leerstellig willen overkomen, vinden kunstenaars een vertellend motief waarmee en waaromheen ze zich beeldend kunnen uitdrukken.

In de roman Tristram Shandy van Laurence Sterne komt de hoofdpersoon terecht in allerlei bespiegelingen over kronkelende lijnen. Als bijdrage aan een expositie in Gent (1986), bij particulieren thuis, heeft Luciano Fabro zulke kronkels laten uitknippen in katoen, 250 centimeter lang, en toen aan een jong meisje gegeven om mee te spelen zoals zij dat wilde. Dat ontroerende werk, C’est la vie, bestaat dus uit onvoorziene vormgevingen van een wit stuk stof die zijn ontstaan door impulsieve invallen van een spelend kind. Ze zijn niet bedacht, dus zijn ze fris en onschuldig. Ook dat was zo’n motief waarmee een kunstenaar iets wilde ontdekken en ophelderen.


PS Nieuw werk van Ryan Gander is tot 18 mei te zien in de Annet Gelink Gallery in Amsterdam. Van het werk van Fabro bestaan verschillende versies. Kijk op het internet