Menno Hurenkamp

Spelen

Over de precieze aantallen valt te twisten. Vast staat dat China meer mensen ombrengt dan enig ander land ter wereld. Ook over de vraag hoe de Chinese overheid censuur pleegt, is discussie mogelijk. Maar er zitten meer mensen in de gevangenis omdat ze hun mond opendeden tegen de regering dan in enig ander land. Inzake onderdrukking van mensen is Fidel Castro de Hema, zijn de Taliban de Gamma en is de Chinese regering de Bijenkorf.

De vraag is wat je kunt doen. Cabaretier Erik van Muiswinkel – ik moet bekennen dat-ie mij onbekend was – moppert dat Nederland in de aanloop naar de Olympische Spelen geruisloos voorbijgaat aan de Chinese toestanden. De sporters willen sporten en de politici willen medailles uitreiken (en wat zaken doen met het Chinese grootkapitaal). Dus niet te veel gedoe over die paar dooien. Wie zoals Van Muiswinkel opmerkt dat zo een mensonterend regime gelegitimeerd wordt, krijgt nota bene van Freek de Jonge te horen: ‘Mosterd na de maaltijd’. Althans, dat zegt de cabaretier in NRC Handelsblad in reactie op zijn collega. Want de Olympische Spelen zijn al in 2001 toegewezen aan China, dus nu zeuren is betekenisloos. Laten we liever hopen dat door alle media-aandacht de openheid vanzelf toeneemt. Met al die camera’s in de buurt wordt het voor de Chinezen lastiger opponenten in het cachot te proppen. Wanneer we dan ook nog elke keer als een zakencontract gesloten wordt wijzen op het belang van de vrijheid van meningsuiting zul je zien dat die gelen binnen de kortste keren zo beschaafd zijn als wij. Namens de regering dragen minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen en staatssecretaris van Sport Jet Bussemaker met een spectaculaire braafheid dit soort standpunten uit. Meestal volgt nog een onnozele opmerking in de trant van ‘politiek en sport moet je gescheiden houden’ – denk even aan het enorme kabaal dat recent ontstond toen voetbalbaas Henk Kesler agressief deed richting de stakende politie (‘verwende kerels’) om te zien wat voor onzin die zogenaamde scheiding is.

Van Muiswinkel heeft gelijk: het is te stil over China. Het is verklaarbaar: mensenrechten zijn uit. Onder de ogen van de wereldpers schroefden de Verenigde Staten de afgelopen acht jaar de mensenrechten in hun eigen land fors terug. Ook in Rusland zijn ze de afgelopen tien jaar stevig achteruitgegaan. Ondanks de markteconomie die oprukte. Noch lid zijn van het vrije Westen, noch het hebben van een kapitalistische economie is een garantie dat mensen onbedreigd hun mond kunnen opendoen. Gelukkig zijn er ergens onder Parijs nog warme landjes waar schrijvers in de gevangenis zitten. En daar wil de regering best iets over zeggen in een ‘mensenrechtenstrategie’. Maar systematische kritiek op onvrijheid is ingewikkeld nu ook rijke landen lak hebben aan het Handvest van de Verenigde Naties, nu blijkt dat voorspoed niet altijd democratie brengt.

De politiek opereert daarom op kousenvoeten: voor je het weet meet je met twee maten wanneer je China aanvalt, voor je het weet doe je meer goed dan kwaad wanneer je aandacht voor dissidenten vraagt. Dat is helaas onvermijdelijk. Grote kans dat het onderdrukkende regime van China uiteindelijk te lijden heeft van de Olympische Spelen en de inkijk die deze meebrengen. Maar dat vergt dan wel een beetje bewustzijn bij het publiek. En wanneer Van Muiswinkel naar Freek de Jonge had geluisterd, was de kwestie mensenrechten en Olympische Spelen afgekaart tijdens de ‘rondetafelconferentie’ van deze week, met wat weesgegroetjes van de regering na afloop en daarna weer doodse stilte.